Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Aanvullende personenbelasting: opbrengsten blijven achter




Op het einde van september van dit jaar had de fiscus nog maar voor 320 miljoen euro aan inkohieringen gedaan voor de Vlaamse gemeenten voor wat betreft de aanvullende personenbelasting (APB). De opbrengsten voor het aanslagjaar 2018 blijven dan ook een stuk achter, in vergelijking met vorig jaar ruim 9%. Dat blijkt uit cijfers van de FOD Financiën.

Het moment waarop de aanvullende personenbelasting wordt ingekohierd is voor gemeenten belangrijk omdat dat bepaalt in welk jaar de daaruit volgende opbrengsten geboekt mogen worden. Inkohieringen tot en met oktober 2018 worden nog bij het boekjaar 2018 gerekend. Een vertraging in de inkohieringen kan zo voor een terugval in de APB-ontvangsten van een boekjaar zorgen. Door de vertraging van de inkohieringen vallen die inkomsten weliswaar niet weg, maar worden ze in een volgend boekjaar gerealiseerd.

Een oplossing om de grote impact van een vertraging van de inkohieringen tegen te gaan is om de APB-voorschotten als een ontvangst te boeken, net zoals ook voor de OOV-voorschotten gebeurt. De VVSG zal die vraag nogmaals stellen.  

Tot 2017 was het bijkomende nadeel van een vertraging van de inkohieringen dat gemeenten langer moesten wachten op hun geld, aangezien de doorstorting volgde drie maanden na de inkohiering. Het structureel voorschottensysteem kwam daar grotendeels aan tegemoet. Gedurende acht maanden kennen gemeenten voortaan stabiele doorstortingen ten bedrage van 80% van de geraamde ontvangsten.  

Voor de inschatting van de APB-opbrengsten over een langere periode baseren gemeenten zich het best op de fiscale draagkracht van het bestuur, de opbrengsten per aanslagjaar.

De cumulatieve inkohieringen van de Vlaamse gemeenten zijn terug te vinden op de VVSG-website.

Ben Gilot

Navigatie