Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Hoorplicht ook bij ontslag overheidscontractant... maar delegatie is gelukkig mogelijk




Volgens het Grondwettelijk Hof moet een contractueel aangesteld personeelslid dat ontslagen wordt, de mogelijkheid krijgen om gehoord te worden vòòr zijn ontslag .  Zie GwH 06.07.2017, arrest nr. 2017/86.  

Wat houdt de hoorplicht in?

De aanstellende overheid die van plan is om  tegen een personeelslid een ernstige maatregel te treffen, moet hem voorafgaandelijk de kans geven om gehoord te worden zodat hij zich kan verweren tegen de tekortkomingen die hem worden verweten.

Van de hoorplicht kan worden afgeweken wanneer de voorgenomen sanctie op vaststaande feiten berust, in geval van hoogdringendheid en wanneer het betrokken personeelslid niet bereikbaar is binnen een redelijke termijn. De gangbare gezagsuitoefening binnen de dienst mag immers niet worden verhinderd. 

Kan het horen van het personeelslid gedelegeerd worden of kan enkel de aanstellende overheid de hoorzitting organiseren?

Het horen van het contractueel personeelslid kan gedelegeerd worden, aangezien er geen expliciete regel is en als men kan uitleggen dat het ondoenbaar zou zijn dat de aanstellende overheid elk personeelslid zelf zou horen. We baseren ons op het handboek van Opdebeek, I. en Coolsaet, A., "Algemene beginselen van ambtenarentuchtrecht", die keure, 2011, 388 e.v. . Weliswaar gaat het in het handboek om tuchtprocedures (dus voor statutairen) maar voor de hoorplicht van contractanten moeten we terugvallen op de rechtspraak die hierover met betrekking tot de statutaire personeelsleden bestaat, aangezien er nog geen equivalente rechtspraak voor contractanten is.  We citeren randnummer 721:

"Bij gebrek aan een expliciete regeling van de bevoegdheid om het tuchtrechtelijk vervolgde personeelslid te horen, wordt aangenomen dat de bevoegdheid om een tuchtbeslissing te nemen, de bevoegdheid impliceert om het tuchtrechtelijk vervolgd personeelslid te horen. De algemene regel is dus dat de tuchtoverheid in iedere geval zelf het tuchtrechtelijk vervolgd personeelslid kan horen.

De vraag rijst evenwel of er een algemeen rechtsbeginsel bestaat dat men moet worden gehoord dor de tuchtoverheid zelf, wanneer dit niet uitdrukkelijk door een rechtsregel wordt voorgeschreven. Uit de rechtspraak blijkt dat dit niet het geval is. Behoudens andersluidende bepalingen, houdt het recht van verdediging niet in dat het personeelslid moet worden gehoord door het bestuursorgaan dat bevoegd is om de tuchtstraf op te leggen, op voorwaarde dat de voorgedragen verdediging ter beoordeling aan dat orgaan wordt voorgelegd (RvS 12 mei 2002, nr. 106.511, Vandenbrande; RvS 3 december 2004, nr. 138.007, Carbone; RvS 7 augustus 2008, nr. 185.622, Verschuere; RvS 18 mei 2009, nr. 193.393, Vandenbrande; RvS 21 juni 2010, nr. 205.530, Leenders). Van de regel dat in principe de tuchtoverheid het personeelslid moet horen kan worden afgeweken wanneer het voor de bevoegde overheid praktisch niet doenbaar zou zijn om met de nodige kennis van zaken ieder vervolgd personeelslid zelf te horen. Het recht om te worden gehoord door de tuchtoverheid zelf moet met andere woorden verenigbaar zijn met de eigen aard en de structuur van het bestuur waarvan het personeelslid afhangt. In die gevallen kan het volstaan dat het personeelslid wordt gehoord wanneer het voor hem het meest doelmatig is. 

Hetzelfde geldt voor de tuchtoverheid die zich over het dossier buigt in tweede aanleg, na een hervormingsberoep tegen de eerste tuchtbeslissing. Ook zij is niet verplicht het personeelslid zelf te horen en kan deze bevoegdheid delegeren."

Uitspraak over motiveringsverplichting op komst

De uitspraak van het Grondwettelijk Hof mag dan redelijk zijn, ze verbaast omdat het Hof van Cassatie in 2015 nog geoordeeld had dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder de hoorplicht en de motiveringsverplichting, niet van toepassing zijn op het ontslag van een contractant in de publieke sector  (Cass. 12.10.2015, S.13.0026.N, Stad Oostende / P. V., inforum nr. 295749).   We verwachten dan ook dat het Grondwettelijk Hof binnenkort, in antwoord op een prejudiciële vraag van de Arbeidsrechtbank te Luik, afdeling Namen,  zal antwoorden dat een overheidscontractant het recht heeft de motieven van zijn ontslag te kennen. 

Relatie met het ontslag wegens beroepsongeschiktheid ingevolge het ontoereikend functioneren

Voor de gemeenten en OCMW's in Vlaanderen gold al de regel dat het ontslag wegens beroepsongeschiktheid ingevolge het ontoereikend functioneren van het personeelslid niet mogelijk is zonder voorafgaande evaluatie. (artikel 115 Gemeentedecreet en artikel 114 OCMW-decreet).

Marijke De Lange, stafmedewerker gemeentepersoneel, T 02-211.55.34.

 

 

Navigatie