Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Voorschotten responsabiliseringsbijdrage ambtenarenpensioenen verhoogd




Lokale besturen betalen hun ambtenarenpensioenen volledig zelf (in tegenstelling tot ambtenarenpensioenen van het personeel van de Vlaamse of de federale overheid en in tegenstelling tot de werknemerspensioenen). Elk jaar moet de rekening van de pensioenlasten en pensioeninkomsten sluitend zijn. De meeste besturen zijn voor de financiering van hun ambtenarenpensioenen aangesloten bij de Federale Pensioendienst. Het financieringssysteem is een omslagstelsel: de jaarlijkse pensioenlasten worden gefinancierd door een basispensioenbijdrage op de loonmassa van de statutaire personeelsleden in dienst. Wanneer de basispensioenbijdragen die elk bestuur betaalt op de loonmassa van zijn statutair personeel niet volstaat om de pensioenlasten te dekken, krijgt het bestuur een bijkomende factuur om het verschil op te leggen in de vorm van een responsabiliseringsbijdrage. Dat verschil werd tot nu toe niet volledig aangerekend maar slechts voor 50%. (Lees meer over de ambtenarenpensioenenfinanciering).

De responsabiliseringsbijdrage kan pas aangerekend worden in het jaar volgend op het jaar waarop het betrekking heeft - wanneer de rekeningen van de pensioenlasten en pensioenuitgaven van het betrokken jaar definitief zijn. Maar deze werkwijze brengt onvermijdelijk liquiditeitsproblemen mee voor de uitbetaling van de pensioenen. Daarom rekent de Federale Pensioendienst sinds dit jaar de responsabiliseringsbijdrage met betrekking tot het voorgaande jaar, die pas definitief verschuldigd is op het einde van dit jaar, aan in maandelijkse voorschotten, met een afrekening op het einde van het jaar (KB 04.05.2018, BS 08.05.2018, inforumnr. 320950). Zie ons eerder nieuwsbericht over de Wet van 30 maart 2018.

Vanaf januari 2019 zullen besturen die in 2018 een responsabiliseringsbijdrage voor 2017 verschuldigd waren, niet alleen de responsabiliseringsbijdrage met betrekking tot het jaar 2018 in maandelijkse voorschotten moeten betalen. De geresponsabiliseerde besturen zullen bovendien bijkomend maandelijkse voorschotten op de responsabiliseringsbijdrage van het jaar 2019 moeten betalen, zodat de betalingen plaatsvinden in het jaar waarop ze betrekking heeft. Uiteraard zal er een definitieve afrekening volgen wanneer de effectief verschuldigde responsabiliseringsbijdrage vaststaat, dus eind 2019 voor de respo-bijdrage van het jaar 2018, en eind 2020 voor de respo-bijdrage van het jaar 2019.

Voor 297 Vlaamse lokale besturen met een responsabiliseringsbijdrage gaat het om een bijkomende uitgave met een belangrijke impact. Dat betekent dat ruim een derde van de lokale besturen in Vlaanderen bovenop de maandelijkse voorschotten een vijfde tot een vierde aan aanvullende maandelijkse voorschotten zal moeten betalen.

Het is de bedoeling om in een periode van enkele jaren de voorschottenregeling van de responsabiliseringsbijdrage vooruit te schuiven zodat na afloop van de overgangsperiode de voorschotten zullen betaald worden in het jaar waarop de responsabiliseringsbijdrage betrekking heeft (met een eindafrekening in het jaar X + 1). De aanvullende voorschotten (in het jargon 'aanvullende termijnen' genoemd) werden berekend op één twaalfde van 23,40% van het bedrag van de responsabiliseringsbijdrage verschuldigd voor het jaar 2017 (= het laatst gekende jaar met definitieve cijfers).

Juridische basis:

  • KB 03.12.2018 tot uitvoering van art. 21, par. 3, eerste lid en par. 4, van de wet 24.10.2011 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, en tot wijz. van de wet 06.05.2002 tot oprichting van het Fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen voor het jaar 2019, BS 05.12.2018, V.188, (282) , 94231-94232. Inforum nr. 325567.

Navigatie