Conceptnota Decreet maatwerk in het kader van collectieve inschakeling goedgekeurd
Met een nieuw decreet zorgt Freya Van den Bossche er als Vlaams minister voor Sociale Economie voor dat werknemers in de sector van de sociale economie meer bescherming en slaagkansen krijgen. Eén van de belangrijkste veranderingen in de sector van de sociale economie is dat niet langer de ondernemingen, maar de werknemers de subsidies zullen ontvangen.
De werknemers krijgen een ‘rugzakje’ mee, waarin financiële compensaties zitten, die ze meenemen naar het bedrijf waar ze tewerkgesteld worden. Het bedrijf dat aanwerft (sociale economie of commercieel bedrijf) krijgt wat in het rugzakje zit. De afstand van een bepaalde persoon tot de arbeidsmarkt wordt gemeten, en de loonsubsidie wordt op basis hiervan bepaald. Afhankelijk van de noden van de doelgroepwerknemer zit er in de rugzak een financiële compensatie voor opleiding op de werkvloer, begeleiding op de werkvloer (omkadering), een loonpremie (op basis van de afstand tot de arbeidsmarkt) en/of een compensatie voor de aanpassing van de werkplek of arbeidsomgeving. Deze 4 modules worden gebaseerd op Europese krijtlijnen.
De conceptnota ‘Maatwerk bij collectieve inschakeling’ werd intussen goedgekeurd door de Vlaamse Regering, de pdf vind je terug op onze website. Ann Jughmans
Meestgestelde vragen m.b.t. de omvorming van de actieplannen Centrumsteden en Jeugdwerkloosheidsplannen naar het Decreet Lokale Diensteneconomie
Hieronder treft u, per rubriek, een aantal vragen en antwoorden in het kader van het Decreet Lokale Diensteneconomie. LET WEL! Deze FAQ is opgesteld voor de overheveling van de bestaande projecten in het kader van het Projectenfonds, de overheveling van de Actieplannen Centrumsteden en Jeugdwerkloosheidsplannen.
De FAQ biedt dus een antwoord op een aantal vragen die opduiken naar aanleiding van de gesloten oproep van 16 oktober 2007 ter de overheveling van bovengenoemde projecten naar het Decreet Lokale Diensteneconomie. Het is de bedoeling dat deze vragenlijst permanent aangevuld wordt. Vragen mag u ons dus steeds bezorgen (Ann.Jughmans@vvsg.be).
De FAQ wordt steeds nagekeken door het Vlaams Subsidieagentschap Werk en Sociale Economie en het Kabinet van Vlaams minister van Sociale Economie.
1. De financiering
1.1 Op welk moment dient de klaverbladfinanciering sluitend te zijn?
Bij de indiening van het aanvraagdossier (naar aanleiding van de gesloten oproep oktober 2007) dient aangetoond te worden dat er voor 2008 een sluitende begroting is. De klaverbladfinanciering is een flexibel gegeven, de verschillende klaverblaadjes kunnen flexibel worden ingevuld. De financiering dient wel sluitend te zijn. De cofinanciering door het (boven)lokale bestuur kan niet steeds aangetoond worden voor 4 jaar. Daarom dient er jaarlijks een engagementsverklaring opgesteld te worden om aan te tonen dat men kan blijven rekenen op deze co-financiering. Er dient bij het aanvraagdossier dat valt onder deze gesloten oproep reeds een engagementsverklaring voor 2008 toegevoegd te worden indien een lokale overheid co-financiering voorziet.
1.2. Is het klaverblad een flexibel gegeven?
Moeten er altijd 4 partners (blaadjes)zijn? Het klaverblad is een zeer flexibel gegeven. Er mogen meer of minder dan 4 blaadjes zijn. Belangrijk is wel dat het financiële plaatje klopt, dus dat het klaverblad sluitend is.
1.3. Wat indien het klaverblad na een jaar niet meer sluitend is?
Het project dat voldoet aan de inhoudelijke criteria en voor 2008 een sluitende begroting kan voorleggen kan in eerste instantie erkend worden voor een periode van 4 jaar. Na deze periode kan de erkenning verlengd worden voor onbepaalde duur. De co-financiering vanwege het lokaal bestuur kan niet steeds aangetoond worden voor 4 jaar; Daarom dient er aan de hand van een engagementsverklaring jaarlijks aangetoond te worden dat men kan blijven rekenen op deze co-financiering. Als het klaverblad niet meer sluitend is kan de erkenning ingetrokken worden.
2. De doelgroepwerknemer
2.1. Is het mogelijk artikel 60§7- tewerkstelling te behouden in het project, zonderbetoelaging?
Ja, dit is mogelijk. De werknemer art. 60§7 komt evenwel niet in aanmerking voor een loonsubsidie in het kader van het decreet Lokale Diensteneconomie. Er dient eveneens voldoende omkadering te zijn voor de doelgroepwerknemers en de werknemers art.60§7. Er wordt enkel loonsubsidie voorzien voor de omkadering van de doelgroep werknemers, niet voor de werknemers art. 60§7.
3. Overheveling naar het decretale kader
3.1. Er is geen verplichte financiering meer vanuit de lokale besturen zoals bij de Actieplannen Centrumsteden (1 euro voor 1 euro- principe). Wat doet men hieraan?
De financiering vanuit lokale besturen is geen verplichting, en is dus niet afdwingbaar. Daarom is het belangrijk dat de lokale besturen mogelijkheden en kansen zien. Door het inkleuren van de regierol kan een lokaal bestuur ervoor zorgen dat kansengroepen uit de werkloosheid verdwijnen en een job op maat vinden. Gelijktijdig komt er een aanvullende dienstverlening voor de bevolking tot stand komt. Een win-winsituatie. Door projecten lokale diensteneconomie mee financieel te ondersteunen, investeert het lokale bestuur in de verdere uitbouw van de lokale diensteneconomie binnen de gemeente.
3.2. Wat indien er zowel financiering is vanuit de jeugdwerkloosheidsplannen als vanuit de actieplannen centrumsteden?
In dit geval gebeurt de aanvraag in één gecombineerd aanvraagformulier. Zie ook vraag 3.5. en in de handleiding van het Vlaams subsidieagentschap die u ontving bij het aanvraagformulier.
3.3. Wat gebeurt er als er minder projecten erkend worden en er dus nog middelen van het voor 2008 gegarandeerde budget Actieplannen Centrumsteden resteren?
Indien na de overheveling het maximale budget niet is opgebruikt, blijft dit gereserveerd voor de lokale regisseur die het kan aanwenden voor de uitbreiding van het huidige project, of voor een nieuw project in het kader van een open oproep in 2008. Nieuwe projecten dienen bij de open oproep in januari al een aanvraag in te dienen.
3.4. Wat indien er in de nieuwe situatie meer middelen nodig zijn (meer VTE) dan de middelen die volgens de actieplannen centrumsteden gegarandeerd zijn?
Men onderzoekt op dit moment over hoeveel bijkomende VTE het gaat. Men streeft ernaar deze bijkomende budgetten alsnog in te vullen.
3.5. Waartoe kan men het ‘voor 2008 gegarandeerde’ budget aanwenden?
Het voor 2008 gegarandeerde budget is maximum gelijk aan het budget dat u op jaarbasis werd toegekend in 2007. Dit bedrag moet herrekend worden naar 12 maanden indien u in 2007 subsidies ontving voor een duurtijd korter dan één jaar. Voor de actieplannen komen de doelgroepwerknemers die effectief tewerkgesteld zijn per oktober 2007 inaanmerking voor overheveling. De doelgroepwerknemer die tussen november 2007 en 31 december 2007 effectief aangeworven wordt ook. Voor initiatieven met projecten in het kader van de jeugdwerkloosheidsactieplannen komt er 12.000 euro omkaderingssubsidie bovenop. Voor het projectenfonds is er een andere regeling. Hier komen enkel de doelgroepwerknemers in aanmerking die tewerkgesteld zijn per 31 oktober 2007. Indien het project eveneens middelen ontvangt uit één of beide actieplannen kan het resterende budget aangewend worden voor een deel of het geheel van de loonsubsidies van hetzelfde project uit één of beide actieplannen.
4. Advies Forum/Resoc
4.1. Wat houdt de adviestaak van het Forum/ Resoc in?
Wie beslist wat er aanvullend is in een bepaalde gemeente? Het forum krijgt een vraag tot advies van het subsidieagentschap indien het diensten binnen het zorggebied van de Werkwinkel betreft. Het Resoc krijgt een vraag tot advies indien het dien sten betreft die het zorggebied van de Werkwinkel overschrijden, of indien het werkgelegenheidsforum niet in werking is. Het Forum/ Resoc geeft advies over de beschikbaarheid van de doelgroepwerknemers in de betreffende regio, over het belang van de dienstverlening in het kader van het regionale tewerkstellingsbeleid, en over het eventueel samenvallen van de dienstverlening met lokale reguliere aanbieders. Forum en Resoc krijgen duidelijke richtlijnen. Het gemotiveerde advies van Forum/ Resoc is niet bindend, maar wel belangrijk. De minister neemt de uiteindelijke beslissing tot erkenning.
5. Arbeidsvoorwaarden
5.1. Hoe gebeurt de toewijzing naar een Paritair Comité?
De regel is: de bijzaak volgt de hoofdzaak. Bij discussie is er een advies nodig van de Dienst Collectieve Arbeidsbetrekkingen. Dit advies is niet bindend. De arbeidsrechtbank heeft het laatste woord.
6. Omkadering
6.1 Is het mogelijk de tewerkstelling van verschillende (huidige) projecten te clusteren in één (reeds bestaand) project ? (Om de inzet van de omkadering te optimaliseren en kostenbesparend te werken)
Ja, dit is mogelijk.
6.2. Hoeveel omkadering dient er exact voorzien te worden?
Er dient geen nieuwe aanwerving te gebeuren. Begeleiding en omkadering van de 1ste doelgroepwerknemer tot de 10de: Het volstaat om aan te tonen dat er binnen het bestaande takenpakket nog ruimte is om deze, voor 0.3 VTE omkaderings- en begeleidingstaken, op te nemen. Of dat er voor 0.3 VTE ruimte gemaakt wordt door overname van een aantal taken door een collega. Er dient wel voltijdse beschikbaarheid te zijn om begeleiding aan de doelgroepwerknemer te bieden.
Begeleiding en omkadering vanaf de 11de doelgroepwerknemer: Hier dient aangetoond te worden dat er à rato van het aantal doelgroepwerknemers één bijkomende persoon beschikbaar is om omkadering te bieden. Voorbeeld1: 10 doelgroepwerknemers en 2 art. 60§7. Er dient voorzien te worden in: 1VTE beschikbaar die 0.3VTE begeleidingstaken opneemt + 0.2 VTE beschikbaar die voor 0.2VTE begeleidingstaken opneemt
7. Belendende beleidsdomeinen
7.1. Sectorale regelgeving: bijkomende voorwaarden (bijvoorbeeld: MVO, kinderopvang)
De betreffende sector heeft eigen regelgeving. Bij de onderhandelingen tracht men zoveel mogelijk aftestemmen in het kader van de klaverbladfinanciering en samenwerking. Toch dient dit per betreffende sector ingepast te worden in eigen regelgeving. Vaak zal er dus zowel aan de voorwaarden van het decreet lokale diensteneconomie als aan de bijkomende sectorgebonden voorwaarden moeten voldaan te worden.