Voor een sterk lokaal bestuur

Op zoek naar een presentatie van #VVSGtrefdag?

Kies hieronder uw thema

Lokale Diensteneconomie

 Het nieuwe Decreet Lokale Diensteneconomie

 

Sinds recent bestaat de sociale economie in twee pijlers: Maatwerk en Lokale diensteneconomie.

Het decreet lokale diensteneconomie werd definitief goedgekeurd en bekrachtigd  door de Vlaamse Regering. Momenteel wordt deze nieuwe regelgeving afgestemd met de bevoegde ministers binnen de Vlaamse Regering voor de respectievelijke klaverbladen (aanvullende thuishulp, occasionele en flexibele kinderopvang, buurtgerichte kinderopvang, groenjobs, huisbewaarders,…).

Het decreet vind je hier: Decreet Lokale Diensteneconomie

Het uitvoeringsbesluit vind je hier: BVR Decreet Lokale Diensteneconomie.pdf

 

 

De basis achter de lokale diensteneconomie is de uitbouw van een dienstenaanbod vanuit de overheid dat nauw aansluit bij de maatschappelijke trends en noden, en waarbij tegelijk jobs worden gecreëerd op maat van doelgroepwerknemers.

Met deze maatregel wordt een drievoudige maatschappelijke meerwaarde beoogd:

- Een actief en competentieversterkend traject aanbieden aan mensen voor wie de stap uit de werkloosheid om verschillende redenen niet evident is,

- Voorzien in een aanvullend dienstenaanbod geïnitieerd vanuit de overheid, waarbij  rechtstreeks kan worden ingespeeld op de lokale noden en evoluties en een beter functionerende maatschappij nastreeft,

- Door de principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen in diensten te verankeren. Lokale diensten realiseren zo een win-win situatie voor doelgroepwerknemers, maatschappij en milieu.

 

De Vlaamse overheid (beleidsdomein sociale economie)spitst zich toe op competentieversterkende werkverschaffing, en een goede begeleiding  van de doelgroepwerknemers, met als doelstelling hen weer in staat te stellen om een volwaardige job te vinden in de reguliere arbeidsmarkt.

Er komt dus meer aandacht  voor doorstroom. Waar vroeger de lokale diensteneconomie een eindstation kon zijn voor een werknemer wordt de maatregel nu, via de nieuwe regelgeving eindig in de tijd. Na vijf jaar zal de doelgroepwerknemer dienen door te stromen, en eindigt de Vlaamse subsidiëring.

 

Na deze vijf jaar (hoogst uitzonderlijk na 6 jaar), wordt op basis van een grondige evaluatie gekeken of doelgroepwerknemers kunnen doorstromen naar de reguliere economie.  Ze zullen in dit geval begeleiding krijgen om de stap naar een reguliere job te zetten (met een stage op de reguliere werkvloer van een potentiële werkvloer als sluitstuk van het traject). Als ze niet kunnen doorstromen naar een reguliere job, wordt er gezocht naar een meer passende maatregel gezocht.

 

In de toekomst kan iedere organisatie instappen in de maatregel voor zover deze aan de voorwaarden voldoet en mits deze een opdracht kreeg van de bevoegde lokale of Vlaamse overheid voor het uitbouwen en aanbieden van de maatschappelijke dienstverlening.

Een sociale economieonderneming dient één van de volgende rechtsvormen te hebben: een VZW; een publiekrechtelijke rechtspersoon, een smanewerkingsverband met rechtspersoonlijkheid tussen publiekrechtelijke rechtspersonen (dus geen interlokale vereniging), dus het kan enkel voor een opdrachthoudende- dienstverlenende of projectvereniging). Ook ondernemingen met een VSO-statuut kunnen voortaan gebruik maken van deze maatregel.

Deze maatregel zich tot werkzoekenden die het potentieel hebben om via een inschakelingstraject in de LDE terug aansluiting te vinden in de reguliere economie. Vaak zal het gaan om personen die omwille van persoonsgebonden factoren of omwille van de situatie waarin ze zich bevinden een afstand hebben tot de arbeidsmarkt (personen met een zware zorglast, ex-gedetineerden, artikel 60-ers, mensen in armoede, langdurig werklozen,…).

Hun afstand tot de arbeidsmarkt is echter van die aard dat bij een begeleiding over een periode van 5 jaar, en in hoogst uitzonderlijke gevallen 6 jaar, hun competenties voldoende aangescherpt zijn opdat een tewerkstelling in de reguliere economie  mogelijk is. De lokale diensteneconomie wilt dus eenvangnet vormen voor personen, die omwille van de beperkte steunintensiteit en steunduur in de groepsvrijstellingsverordening, niet terecht kunnen in het maatwerk bij collectieve inschakeling of een andere tewerkstellingsmaatregel, maar die wel nood hebben aan een individueel passend en competentieversterkend traject.

In tegenstelling tot het verleden wordt er nu ook een minimale schaalgrootte opgelegd voor lokale diensten. De werkgever dient binnen dezelfde organisatie, op jaarbasis, vijf gesubsidieerde voltijdse equivalenten  tewerk te stellen.

Meer info vind je op de website van de Vlaamse Overheid klik hier

Veel gestelde Vragen en Antwoorden vind je hier.

 

Navigatie