Voor een sterk lokaal bestuur

Op zoek naar een presentatie van #VVSGtrefdag?

Kies hieronder uw thema

Historiek PWA en PWA/DCO

In de loop van het jaar 1994 werd aan de gemeenten de verplichting opgelegd om een Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap op te richten onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk. Dit PWA diende paritair te worden samengesteld, enerzijds uit leden aangewezen door de gemeenteraad of gemeenteraden in proportionaliteit tussen de meerderheid en de minderheid, anderzijds uit leden die de organisaties die zitting hebben in de Nationale Arbeidsraad vertegenwoordigen.

 

Door de RVA werd het in 2003/2004 sterk aanbevolen om binnen de PWA een sui-generis afdeling dienstencheques op te richten. Dit impliceerde een sterke uitbreiding van de taken en verantwoordelijkheden van de beambten.

 

Een groep van geëngageerde bestuurders uit raden van bestuur van PWA’s en enkele PWA-beambten en –coördinatoren van verschillende steden en gemeenten hebben zich in 2007 dan verenigd in het Vlaams Platform PWA/DCO om een analyse te maken van de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van het PWA en de PWA-dienstencheque-ondernemingen. Dit gebeurde vanuit een gemeenschappelijke bezorgdheid rond het ‘doodzwijgen’ van het PWA enerzijds en de continu wijzigende beleidsbeslissingen in verband met dienstencheques anderzijds (KB terugbetaling lonen PWA beambten, KB Afroming). 

 

Waar voorheen de bevoegdheid om te bemiddelen tussen vraag en aanbod in het kader van PWA-arbeid aan de federale overheid toebehoorde zal deze in het licht van de zesde staatshervorming onder de autonomie van de Gewesten vallen. Zo ook de PWA-beambten en de bijhorende middelen. De federale overheid zal blijvend instaan voor de financiering van de werkloosheidsuitkeringen van de PWA-werknemers, beperkt tot het aantal huidige gerechtigden (2011) per gewest.
De precieze uitwerking hiervan is nog niet bekend.

Navigatie