Voor een sterk lokaal bestuur

Op zoek naar een presentatie van #VVSGtrefdag?

Kies hieronder uw thema

Meest gestelde vragen met betrekking tot de wet inkomenscompensatievergoeding voor zelfstandigen

Wet betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn ten gevolge van werken op het openbaar domein. 03/12/2005  

Aangepast door 22.12.2008 Programmawet - Zelfstandigen, KMO's en voedselveiligheid - Wijziging van de wet 03.12.2005 betr. de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein (art. 212 -225)

Zie ook: Documenten

 

Moeten de gemeenten als opdrachtgever nog een bijdrage betalen aan het participatiefonds?
Met de wetswijziging van december 2008 vervalt de financiering van het participatiefonds door de opdrachtgevers. Een jaarlijkse dotatie van 1 miljoen euro vanuit de federale uitgavenbegroting zal het participatiefonds voortaan spijzen.
Dit betekent dat er voor alle werken die gegund of tot stand zijn gekomen na 31 december 2008 geen bijdrage meer verschuldigd is aan het participatiefonds.
Er bestaat wel nog een overgangsregeling. Zie hieronder.

Hoe moet de zelfstandige een aanvraag indienen?
Voortaan gebeurt de aanvraag in twee stappen: De zelfstandige vraagt bij de gemeente een attest aan en met dit attest vraagt hij de vergoeding aan bij het participatiefonds.

Waar moet een handelaar een hinder attest aanvragen?
Een handelaar kan een attest aanvragen bij de gemeente op wiens grondgebied de werken plaatsvinden.

Op welke wijze moet een handelaar het hinder attest aanvragen?
In tegenstelling tot de oorspronkelijke wet bepaalt het participatiefonds de inhoud en het model van het aanvraagformulier (zie hiervoor www.fonds.org).
Het ingevulde formulier kan zowel met een aangetekend schrijven als via elektronische weg worden verstuurd naar de gemeente. De gemeente geeft de aanvrager hierop een ontvangstbewijs.
Het attest wordt uitgereikt binnen een periode van 7 kalenderdagen na ontvangst van het aanvraagformulier.
Ook de inhoud van het attest wordt eveneens bepaald door het participatiefonds. (zie hiervoor www.fonds.org)
De gemeente levert het attest af binnen de zeven kalenderdagen volgend op de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Na het verstrijken van de termijn van zeven dagen geldt het ontvangstbewijs als attest.
De gemeente vermeldt op het attest de aanvang en de vermoedelijke duur van de werken alsook de hinder die de werken zullen veroorzaken.

Ben ik als gemeente verplicht om een hinder attest te verlenen als de handelaar daar om verzoekt?
De gemeente moet steeds een attest verlenen aan de zelfstandige in volgende gevallen:
Wanneer de werken tot gevolg hebben dat er gedurende ten minstens 7 kalenderdagen:
    hetzij geen enkele van de reglementair aangelegde openbare parkeerplaatsen benut kan worden in de straat van de inrichting van de zelfstandige;
    hetzij geen enkele van de reglementair aangelegde openbare parkeerplaatsen benut kan worden in een straal van 100 meter rond enige toegang tot de inrichting;
    hetzij een toegangsweg tot de inrichting wordt afgesloten voor doorgaand autoverkeer in één of twee richtingen.
-     Hetzij de toegang voor voetgangers tot de inrichting onmogelijk is.

Wat gebeurt er als de gemeente weigert om een attest af te leveren?
In dat geval kan de handelaar het participatiefonds verzoeken om via een gemachtigd ambtenaar de toestand te onderzoeken met het oog op het al of niet verlenen van een attest.

Hoeveel bedraagt de vergoeding?
De vergoeding wordt met de wetswijziging opgetrokken tot 70 Euro per kalenderdag ( indexeerbaar ) dat de zelfstandige zijn zaak moet sluiten.

Welke stappen moet de zelfstandige volgen wanneer hij het hinder attest van de gemeente heeft om een vergoeding te bekomen?
Voortaan vraagt de zelfstandige na ontvangst van het attest van de gemeente meteen de vergoeding aan bij het Participatiefonds. Dit kan door een aangetekend schrijven of via elektronische weg. De zelfstandige krijgt bij de aanvraag een ontvangstbewijs. Bij zijn vergunningsaanvraag voegt de zelfstandige het attest van de gemeente.
Met de aanvraag geeft de zelfstandige aan dat:
–    het openen van de handelszaak waarin hij als zelfstandige werkt nutteloos is tijdens een periode van minstens zeven kalenderdagen;
–    de inrichting gesloten zal zijn vanaf een bepaalde datum die de zelfstandige zelf kiest.
Tussen het moment van de aanvraag van de vergoeding en de aangegeven sluiting moet een periode liggen van ten minste zeven kalenderdagen. De zelfstandige kan ook een verlenging van de vergoeding aanvragen, en dit ten laatste vijf werkdagen voor het verstrijken van de eerste periode van de vergoeding.
Het Participatiefonds bevestigt binnen een periode van dertig werkdagen na de aanvraag of de aanvraag al dan niet ontvankelijk is. Het fonds doet dit met een aangetekend schrijven of via elektronische weg. Indien het gaat om de aanvraag voor een verlenging, heeft het Participatiefonds een periode van vijftien werkdagen om de ontvankelijkheid van de aanvraag aan te geven.
Na de ontvankelijkheidsverklaring bevestigt het Participatiefonds binnen de dertig werkdagen (in geval van een eerste aanvraag) en vijftien werkdagen (in geval van een aanvraag tot verlenging) na de bevestiging van de ontvankelijkheid dat de zelfstandige recht heeft op een vergoeding. Dit gebeurt opnieuw met een aangetekend schrijven of via elektronische weg.
De zelfstandige heeft op dat moment recht op een vergoeding voor een maximale periode van dertig dagen. De zelfstandige kan evenwel een verlenging aanvragen voor een maximumperiode van zestig dagen. Hij kan deze verlenging meerdere keren aanvragen.
Zolang hij aan de voorwaarden voldoet, heeft hij recht op een vergoeding.
De inkomenscompensatievergoeding bedraagt 70 euro.  Het Participatiefonds is de vergoeding aan de zelfstandige pas verschuldigd vanaf de achtste dag volgend op de dag van de sluiting. Voor elke kalenderdag dat de inrichting gesloten is, wordt er een vergoeding verstrekt aan de zelfstandige.
De uitkering gebeurt telkens voor de tiende van de maand. De eerste keer wordt de vergoeding uitgekeerd in de maand die volgt op de maand waarin de aanvraag werd goedgekeurd.

Moet de gemeente de zelfstandigen informeren?
De gemeente informeert alle zelfstandigen in een straal van 1km van de werken over de mogelijke hinder en de mogelijkheid om een vergoeding te bekomen.  Elektronische communicatiemiddelen zoals de gemeentelijke website volstaan.  De informatieplicht van de gemeente dient tussen de 14de en 30ste dag voorafgaand aan de werken.

Moet je als gemeente als overheid voor elk werk voldoen aan de informatieverplichting?
Ja. Deze informatieverplichting geldt voor elk werk van algemeen nut op het openbaar domein in opdracht van een bouwheer. Uiteraard indien er handelaars zijn die hinder kunnen ondervinden van de werken

Wanneer kunnen de werken aanvatten, nadat de ondernemingen op de hoogte werden gebracht?
De werken kunnen slechts aanvatten tussen de 14 en de 30 kalenderdagen nadat de gemeente de handelaars informeerde . Dit geldt ook voor werken waarvoor de gemeente geen opdrachtgever is. Dit behoudens overmacht of een gegronde reden. 

Procedure van betaling van de bijdrage aan het participatiefonds ( enkel in de overgangsregeling )
Voor de werken die vóór 1 januari werden gegund of tot stand zijn gekomen dient er wel nog een betaling te gebeuren. De procedure van betaling werd eerder al  door een koninklijk besluit vastgelegd en blijft gelden voor alle werken vóór 1 januari 2009. Voor die werken die na 31 december 2009 werden gefactureerd dient er in elk geval geen betaling meer te gebeuren, ook al zijn deze werken voor 1 januari 2009 gegund of tot stand gekomen.

Hoeveel bedraagt het percentage dat de gemeente als opdrachtgever van werken betaalt aan het participatiefonds?
Het percentage is door de k.b.’s voor een periode van 6 maand ( van 1 juli 2006 t.e.m. 31 december 2006 ) bepaald op 0,125% van de kostprijs van de werken.

Moet je als gemeente als opdrachtgever voor elk werk bijdragen aan het participatiefonds?
De gemeente betaalt een bijdrage op elk werk van algemeen nut op het openbaar domein waarvan de gemeente de bouwheer is.

Op welke wijze dient de gemeente als opdrachtgever de bijdrage te betalen aan het participatiefonds?
-    Meedelen van aangiftes van schuldvorderingen en aanduiden van verschuldigd bedrag.
Ten laatste binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de dag van ontvangst van de aangifte van schuldvordering betreffende de betaling van het saldo of van de enige betaling van het werk deelt de opdrachtgever alle aangiftes van schuldvorderingen mee en duidt het bedrag aan dat de gemeente het participatiefonds verschuldigd is.
-     Vaststellen van bedrag door participatiefonds en versturen van stortings- of overschrijvingsformulier.
Ten laatste binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de dag van de ontvangst van de aangifte van schuldvorderingen.
-     Overschrijven van vastgestelde bedrag door de bouwheer.
Ten laatste binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het stortings- of overschrijvingsformulier maakt de bouwheer het vastgestelde bedrag over.

Moet de gemeente een bijdrage betalen aan het participatiefonds wanneer er een rechtsvordering is ingesteld betreffende de betwisting van een schuldvordering?
De gemeente moet in dat geval binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van de schuldvordering bij het participatiefonds aangeven over welke schuldvorderingen een rechtsvordering wordt ingesteld of zal worden ingesteld.
Het participatiefonds zal desgevallend reeds het verschuldigde bedrag vaststellen. Nadien volgt de procedure zoals in bovenstaande vraag werd beschreven.
Als er omtrent die betwisting een beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, deelt de bouweer/opdrachtgever deze beslissing mee aan het participatiefonds binnen een termijn van 30 dagen. Nadien volgt de procedure zoals in bovenstaande vraag werd beschreven.

Moet ik als opdrachtgever een bijdrage betalen aan het participatiefonds voor werken in een straat zonder handelaars?
Ja.

Wat doe ik voor werken waarvoor de gemeente een raamovereenkomst afsluit?
Indien er voor elk werk een afzonderlijke schuldvordering is door de aannemer ( factuur ) dan moet er voor elke factuur een afzonderlijke aangifte en betaling aan het participatiefonds gebeuren.

Zijn de nutsbedrijven voor werken die zij uitvoeren ook gehouden aan de wet?
Zowel de publiekrechtelijke als privaatrechtelijke rechtsperson die opdracht geeft tot het uitvoeren van een werk zijn bouwheren volgens de wet. Dit bekenent dat ook de nutsbedrijven gehouden zijn aan de verplichtingen van de wet. Ook zij dienen voor een werk 0,125% van de kostprijs te betalen. Ook voor deze werken kan een vergoeding aangevraagd worden.  

Ook voor de informatieplicht die de gemeenten dienen op te nemen, betekent dit dat de werken in opdracht van een nutsbedrijf hieronder vallen.  
Tot 2 februari 2007 is er twijfel of sommige nutsbedrijven onder de bepalingen van de wet vallen. Ze beroepen zich hier op het k.b. dat de overgangsbepalingen van de wet regelt ( art. 14 van de wet ). Hierin wordt verwezen naar de artikelen 117, 118, 119 en 120 van het k.b. van 08/01/1996 van de wet op de overheidsopdrachten waardoor sommige nutssectoren niet zouden vallen onder de wet.  
Vanaf 3 februari 2007 geldt dit k.b. niet meer omdat art. 14 van de wet aangeeft dat de wet volledig in werking treedt ten laatste een jaar na de bekendmaking in het staatsblad ( 2 febr. 2006 ).

Vanaf welke datum dienen gemeenten als opdrachtgever van openbare werken bij te dragen tot het participatiefonds?
Vanaf 1 juli 2006 treedt de wet in voege. Dan moeten de gemeenten voldoen aan de informatieplicht en de financiering van het participatiefonds. Voor alle werken die gegund of tot stand zijn gekomen ( KB 8/01/1996 art. 117-199 & 122 ) vanaf 1 juli 2006 moet er een bijdrage betaald worden en moeten de handelaars geïnformeerd worden.

Moet er een bijdrage betaald worden voor werken die vóór 1 juli 2006 gegund zijn?
De bijdrage moet enkel betaald worden voor werken die op 1 juli 2006 nog niet zijn gegund of tot stand gekomen ( onderhandelingsprocedure ). Dat betekent dat voor alle werken die voor deze periode zijn gegund of tot stand gekomen geen bijdrage verschuldigd is aan het participatiefonds.
De uitvoeringsperiode geldt dus niet als criterium voor de betaling van de bijdrage. 
Voor een werk dat bijvoorbeeld gegund is op 28 juni 2006 en dat van start gaat op 3 september 2007 moet geen bijdrage betaald worden.

Navigatie