Bijdragen op presentiegelden
De programmawet van 27 december 2004 (art. 177 en 182) had de bedoeling dat personen die uit hoofde van hun politiek mandaat belast zijn met een opdracht in openbare of private instellingen, vanaf 1 januari 2005 onder bepaalde voorwaarden onderworpen werden aan het sociaal statuut van zelfstandigen. Dezelfde regeling zou ook van toepassing zijn op ambtenaren die hun lokaal bestuur vertegenwoordigen in een gelijkaardige instelling. Reeds van in het begin wees de VVSG op de talloze uitvoeringsproblemen die hiermee gepaard gingen.
Het zelfstandigenstatuut werd vervolgens definitief afgevoerd. In de plaats kwam er een verplichte bijdrage van 20% van het in het voorafgaande jaar uitbetaalde bedrag, waarbij per persoon de eerste 200 euro presentiegelden per jaar zijn vrijgesteld. Die bijdrage komt ten laste van de uitbetalende instelling, die zich ook moe(s)t laten registreren bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). Gemeenten en OCMW's vallen niet onder de registratieplicht, maar wel intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, autonome gemeentebedrijven, meergemeentepolitiezones, gemeentelijke vzw's/EVA-vzw's en OCMW-verenigingen waarin de voorzitter, de burgemeester, de schepen of een raadslid zou vertegenwoordigd zijn uit hoofde van zijn/haar mandaat bij het OCMW of bij de gemeente. De bijdragen voor de gedurende het voorgaande jaar uitbetaalde bedragen moeten door de instelling ten laatste op 1 juli van het volgende jaar worden betaald.
Enige tijd geleden werd in de Kamer nog een vraag gesteld naar het nut van deze maatregel (zie hiernaast), die tot op vandaag betwist blijft. Aangezien de opbrengsten al bij al vrij bescheiden zijn, kan men zich de vraag stellen of deze ongelukkige regeling wel reden van bestaan heeft.
Verdere informatie vindt u op de website van het RSVZ. Het Rijksinstituut zorgt ervoor dat alle documenten voor de elektronische registratie vanaf 16 augustus op zijn website staan.
Technische fiche: de wet van 13 juli 2005 betreffende de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van bepaalde instellingen is op 29 juli 2005 verschenen in het Belgisch Staatsblad. Het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 tot uitvoering van de wet 13 juli 2005 verscheen in het Belgisch Staatsblad van 17 augustus 2005.