Voor een sterk lokaal bestuur

Op zoek naar een presentatie van #VVSGtrefdag?

Kies hieronder uw thema

Werving en selectie

Minister Homans garandeert soepel bestuurlijk toezicht op invulling personeelsformatie bij tijdelijke contractuele aanstellingen  

Door een kleine vergetelheid bij de wijzigingen aan de organieke decreten in 2016 moesten lokale besturen, bij een letterlijke lezing van de wetgeving, voortaan ook hun personeelsformatie wijzigingen voor tijdelijke contractuele aanwervingen. In plaats van de beoogde versoepeling werden lokale besturen geconfronteerd met strengere regels. Dat zorgde voor heel wat frustratie op de personeelsdiensten.

In antwoord op een parlementaire vraag beaamt de minister op 27 september 2017 dat bij de wijzigingen aan de organieke decreten van 2016 geen rekening is  gehouden met het ongewenste effect van de onmiddellijke opheffing van artikel 104 van het gemeentedecreet in samenhang met het later op te heffen artikel 103. Het is geenszins de bedoeling dat geen contractuele betrekkingen buiten de formatie om zouden kunnen ingevuld worden in afwachting van de opheffing van de decretale notie 'formatie'. Het is juist en nog steeds de bedoeling dat de besturen meer vrijheidsgraden verwerven, aldus de minister. Het is dan ook niet zinvol om de besturen ineens te beletten wat al voor de decreetswijziging van 2016 kon. De minister zal daar rekening mee houden bij de uitoefening van toezicht en geen maatregel treffen in geval van contractuele aanstelling buiten de formatie wanneer dat gebeurde in gevallen als bepaald in het oude artikel 104 bijvoorbeeld om aan uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften te voldoen, voor in tijd beperkte acties of voor een buitengewone toename van werk. Lees het volledige antwoord van de minister.

De VVSG is blij met de soepele houding van de toezichthoudende overheid. We veronderstellen dat ze zich op dezelfde wijze zal opstellen bij contractuele aanstellingen in het OCMW. 

Gezamenlijke sollicitatieprocedure voeren met gemeente en OCMW: hoe begin je eraan?

Een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente en OCMW is niet nodig maar kan wel, bijv. als beide besturen ook op andere vlakken samenwerken. De gemeente of het OCMW hoeft de mogelijkheid om samen te rekruteren en te selecteren ook niet in te schrijven in de lokale rechtspositieregeling (al moet er nagekeken worden of de regels voor de sollicitatieprocedure van gemeente en OCMW niet tegenstrijdig zijn - wat tenminste het geval is voor gemeenschappelijke functies). De aanstellende overheden van gemeente en OCMW kunnen snel starten. Lees meer over de gezamenlijke sollicitatieprocedures in de nota met vraag en antwoord (vanaf vraag 22).

Bewijs van taalkennis

Sinds 1 juli 2013 zijn de regels over het bewijs van taalkennis gewijzigd (Besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2013 houdende uitvoering van het decreet van 18 november 2011 tot regeling van het bewijs van taalkennis, vereist door de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, BS 3 mei 2013, inforum nr. 274240). De regels gelden voor statutairen en contractanten, maar het besluit is niet van toepassing op het personeel van de gemeenten met taalfaciliteiten. Daar blijft de federale regeling van kracht. De taalkennis voor lezen, luisteren, schrijven en spreken die bij aanwerving in een lokaal bestuur vereist is, verschilt volgens het niveau. Zo zijn de taalvereisten strenger voor aanwerving op A-niveau (master of gelijkwaardig) dan op E-niveau (ongeschoold). Er zijn een aantal specifieke regels: voor de verzorgenden en administratieve functies op D-niveau zijn de taalvereisten strenger dan voor de andere functies op het D-niveau, voor technische functies en voor verzorgende functies op C-niveau zijn ze dan weer soepeler dan voor de andere functies op C-niveau. Voortaan heeft een kandidaat meer mogelijkheden om zijn taalkennis te bewijzen: niet alleen met een diploma of getuigschrift, of via het alom gekende (en in de praktijk vaak moeilijk haalbare) Selor, maar ook met attesten van erkende onderwijsinstellingen waar Nederlands de onderwijstaal is of waar Nederlands als vreemde taal gedoceerd wordt, of met bewijzen van de Huizen van het Nederlands van Brussel, Antwerpen en Gent. Acht jaar les volgen in een Nederlandstalige instelling van lager of middelbaar onderwijs telt ook mee voor de toegang tot het E- en D-niveau. Als laatste mogelijkheid zou een kandidaat zijn taalkennis kunnen aantonen via een instantie die de Vlaamse minister van binnenlands aangelegenheden moet aanduiden, maar dat is nog niet gebeurd.

De VVSG vindt het jammer dat het slagen voor een sollicitatieprocedure in de Nederlandse taal, niet volstaat als bewijs van taalkennis voor een functie zonder diplomavereisten (D- en E-niveau). Van lokale besturen wordt verwacht dat ze belangrijke inspanningen doen voor anderstaligen. Nederlands spreken op de werkvloer is een uitermate geschikte manier om de Nederlandse taal goed te leren. Minstens hadden kandidaten de tijd moeten krijgen om (pas) op het einde van hun proeftijd hun kennis van de Nederlandse taal aan te tonen.

Wie is er bang van externe personeelsmobiliteit?

 Jan is administratief medewerker en stapt over naar een andere gemeente om zo dichter bij huis te kunnen werken. Gemeentesecretaris Herman is opgelucht dat hij in Jan snel een nieuwe administratief medewerker gevonden heeft. Via externe personeelsmobiliteit kan je als overheidsmedewerker snel aan de slag bij een ander lokaal bestuur of bij de Vlaamse overheid. In een interessant dossier dat deze maand in Binnenband verschijnt, lees je mooie interviews met collega's die de overstap van de Vlaamse overheid naar een lokaal bestuur (en omgekeerd) gemaakt hebben. Verder houdt de Vlaamse overheid een aantal misverstanden over externe personeelsmobiliteit tegen het licht: vrees voor leegloop van ervaren medewerkers of de misvatting dat externe personeelsmobiliteit enkel nuttig zou zijn voor hogere functies of voor grote besturen. Dit dossier past in een bredere campagne om de mogelijkheden die externe personeelsmobiliteit kan bieden, meer ingang te laten vinden.

De Vlaamse overheid heeft met medewerking van de VVSG en enkele lokale besturen ook een aantal instrumenten uitgewerkt voor externe personeelsmobiliteit: een model van raadsbeslissing met in bijlage voor de besturen die dat wensen een voorbeeldtekst over het voeren van gezamenlijke selecties en wervingsreserves; een Vraag en Antwoord (FAQ) en tabellen om de gelijkwaardigheid van graden te verifiëren: voor OCMW-personeel, voor gemeente- en provinciepersoneel en voor personeel van diensten van de Vlaamse overheid

Navigatie