Voor een sterk lokaal bestuur

Op zoek naar een presentatie van #VVSGtrefdag?

Kies hieronder uw thema

Verloven en afwezigheden

Wijzigingen aan de federale thematische verloven (6 juni 2017)

Wie dacht dat er met de afschaffing van de niet-gemotiveerde loopbaanonderbreking (BVR 26 juli 2016) en de invoering van het onbetaald verlof als recht (BVR 2 december 2016) een einde is gekomen aan alle wijzigingen aan de verlofstelsels, is eraan voor de moeite. Naast de genoemde Vlaamse wijzigingen heeft ook de Belgische wetgever niet stilgezeten, al zijn niet alle wetswijzigingen van toepassing op de lokale besturen. Ook op Europees niveau zal  een en ander in beweging komen.

We lijsten voor u drie recente zaken op:

  • Het recht op palliatief verlof werd met een maand uitgebreid vanaf 1 februari 2017: voortaan kan men het één maand opnemen en tweemaal verlengen (art. 76 Wet 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk)
  • Het verlof voor medische bijstand wordt ruimer maar ook strikter (KB 23 mei 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 juni 2017).

 a) Een eerste wijziging houdt verband met de familieleden voor wie een werknemer dit verlof kan opnemen. Enerzijds is er sprake van een inperking van de in aanmerking komende familieleden.  Waar de werknemer het betrokken verlof tot 31 mei 2017 kon aanvragen voor aanverwanten tot de tweede graad (dit is de relatie tussen ouders en kinderen maar ook tussen broers en zussen of tussen grootouders en kleinkinderen), is dat vanaf 1 juni 2017 niet langer mogelijk. Vanaf die datum kan dit enkel nog voor aanverwanten tot de eerste graad (dit is de relatie tussen ouders en kinderen. Verlof voor medische bijstand voor bloedverwanten tot de tweede graad blijft wel mogelijk. Meer info over de lijst met bloed- en aanverwantschap vindt u op de website van de RVA.

Anderzijds is er sprake van een uitbreiding van de in aanmerking komende familieleden wanneer de werknemer wettelijk samenwoont.  Vanaf 1 juni 2017 zullen namelijk ook de ouders en de kinderen van de wettelijk samenwonende partner als familieleden van de werknemer worden beschouwd.

b) Een tweede wijziging houdt verband met het medisch attest van de behandelende geneesheer en de vermeldingen die daarin opgenomen moeten zijn.  Vanaf 1 juni 2017 zal dat attest ook moeten vermelden dat  de zorgbehoefte, naast de eventuele professionele ondersteuning waarop deze persoon kan rekenen, daadwerkelijk een voltijdse loopbaanonderbreking, een vermindering met 1/5 of de helft behoeft. Deze vermelding geldt evenwel niet in situaties waar het verlof wordt gevraagd voor het verlenen van bijstand of verzorging aan zijn minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat gezinslid is.

De wijzigingen aan het verlof voor medische zorgen zijn van toepassing op aanvragen ingediend bij de werkgever vanaf 1 juni 2017.

De info hierboven is een samenvatting van wat de FOD Werk beschikbaar heeft gesteld.

  • Wijzigingen aan de onderbrekingsuitkeringen (KB 23 mei 2017 tot wijziging van diverse koninklijke besluiten met betrekking tot de wijziging van sommige bedragen van onderbrekingsuitkeringen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 juni 2017).

Wie als vijftigplusser vanaf 1 juni 2017 een nieuwe aanvraag of een aanvraag tot verlenging doet om zijn loopbaan met een vijfde of met de helft te verminderen in het kader van een vorm van thematische loopbaanonderbreking (ouderschapsverlof, verlof voor medische zorgen of palliatief verlof) ontvangt een lager bedrag (bedragen vermeld in art. 8 §2bis, tweede lid van het  KB van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen).

En wat met het gemotiveerd tijdskrediet?

De uitbreiding van het tijdskrediet is geregeld in het koninklijk besluit van 23 mei 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking. Het besluit werd op 1 juni bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad en brengt wijzigingen aan in de reglementering over tijdskrediet (het genoemde besluit van 12 december 2001), dat enkel van toepassing is op de werkgevers en de werknemers bedoeld in artikel 103bis van de Herstelwet van 22 januari 1985 (artikel 2 van het besluit). Concreet gaat het om de werkgevers en de werknemers bedoeld door de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking. Aangezien de werkgevers in de publieke sector in principe niet onder de cao-wetgeving vallen, is het tijdskrediet en de recente uitbreiding ervan niet van toepassing op de lokale besturen. Voor de lokale besturen is het Vlaamse zorgkrediet ondertussen de tegenhanger van het gemotiveerd tijdskrediet in de private sector geworden.  

Anciënniteit, dienstactiviteit en actieve dienst : de finesses van het ambtenarenjargon 

Naar aanleiding van de invoering van het recht op onbetaald verlof vroegen nogal wat besturen verduidelijking bij de begrippen 'dienstactiviteit', 'actieve dienst' en de diverse anciënniteiten. Als die termen ook voor u enigszins Chinees klinken hebt u misschien baat bij het overzicht en schema dat we opmaakten.  Dan zal u nooit meer dienstactiviteit zeggen als u eigenlijk actieve dienst bedoelt.

Recht op onbetaald verlof: suggesties voor lokale rechtspositieregeling

Op 2 december 2016 heeft de Vlaamse regering een nieuwe regeling voor onbetaald verlof ingevoerd voor het gemeente-, provincie- en OCMW-personeel, als compensatie voor het vanaf 2 september 2016 afschaffen van de niet-gemotiveerde loopbaanonderbreking met uitkering. De huidige verlofstelsels 'verlof voor deeltijdse prestaties' en 'onbetaald verlof' worden vervangen door 'onbetaald verlof als gunstmaatregel' en 'onbetaald verlof als recht'. N.a.v. enkele inhoudelijke opmerkingen van de Raad van State  heeft de Vlaamse regering het besluit nog aangepast. Zo treedt het nieuwe besluit, dat op 22 december 2016 bekend gemaakt werd in het Belgisch Staatsblad, op 1 februari 2017 in werking (i.p.v. de dag volgend op de publicatie in het Staatsblad). Inforum nr. 306260.

De raad kan het kader vastleggen (bv. regels voor indienen aanvragen, ev. uitstel, uitgesloten personeelscategorieën); we raden de besturen aan hier snel werk van te maken.

Enkele krachtlijnen uit het besluit:

  • het personeelslid krijgt 12 maanden voltijdse en 60 maanden deeltijdse onderbreking;
  • vanaf 55 jaar krijgt hij bijkomend 12 maanden voltijdse onderbreking en vanaf dan altijd het recht om deeltijds te gaan werken.
  •  Daarnaast is er nog het onbetaald verlof als gunst. De raad kan beslissen om hiervan geen toepassing te maken.

De raad beschikt over de mogelijkheid om bepaalde diensten of personeelscategorieën uit te sluiten van het onbetaald verlof als recht omwille van de goede werking van de dienst. Bovendien kan de raad een minimumtermijn voor de aanvraag vastleggen, voorzien in de mogelijkheid tot uitstel en/of vervroegde opzegging van het verlof. Lees hier wat het besluit inhoudt.
De VVSG heeft haar rechtspositievoorbeeld voor de gemeenteraad  – dat overigens na delegatie ook door het schepencollege kan aangepast worden – ondertussen onder meer aangevuld met:
- de personeelswijzigingen aan de organieke decreten volgens het Decreet van 3 juni 2016;
- de wijzigingen aan de niet-gemotiveerde loopbaanonderbreking (invoering Vlaams zorgkrediet): zie hoofdstuk XII van Titel IX van het rechtspositievoorbeeld;
- de wijzigingen over het recht op onbetaald verlof: zie hoofdstuk X van Titel IX van het rechtspositievoorbeeld.

Op die manier krijgt u al enkele suggesties aangereikt om het recht op onbetaald verlof zo snel mogelijk compatibel te maken met de continuïteit van de openbare dienstverlening.

Van loopbaanonderbreking naar een nieuw Vlaams zorg- en opleidingskrediet 

(regeling vanaf 2 september 2016)

Op 26 juli 2016 heeft de Vlaamse regering het besluit dat het toekennen van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet regelt, definitief goedgekeurd. Het besluit is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 3 augustus 2016 (inforum nr. 302977). De Vlaamse regering schaft hiermee de loopbaanonderbreking met uitkering zonder motief, inclusief de loopbaanvermindering in het kader van de eindeloopbaan af. In de plaats komt er vanaf 2 september 2016 een Vlaams zorgkrediet voor ouderschapsverlof, medische zorgen, palliatief verlof, zorg voor kind met handicap en verlof voor opleiding, met volgende maximale duurtijd, onderbrekingspercentage en uitkering:

  • 18 maanden bij volledige onderbreking arbeidsprestaties: 527 euro/maand,
  • 36 maanden bij onderbreking tot 1/2 normale voltijdse arbeidsregeling: 275 euro resp. 330 euro/maand voor alleenstaande ouder,
  • 90 maanden bij onderbreking voltijdse arbeidsprestaties met 1/5: 131 euro resp. 200 euro per maand voor alleenstaande ouder​​.

 

Federale thematische verloven blijven bestaan​

De drie federale thematische verloven ouderschapsverlof, medische bijstand en palliatief verlof blijven bestaan. Zo bijv. heeft een personeelslid dat palliatief verlof wil opnemen en aan de voorwaarden voldoet vanaf 2 september 2016 recht op het federale thematische verlof én op het Vlaamse zorgkrediet met palliatief zorgen als motief.

Werkwijze en timing

De juridische basis voor loopbaanonderbreking bij lokale besturen is de Herstelwet houdende sociale bepalingen van 22 januari 1985, artikel 99 en het KB van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen. 

  • Het recht op loopbaanonderbreking  wordt uitgebreid tot onder meer het personeel van de intercommunales, AGB's, OCMW's en OCMW-verenigingen naar publiek recht.  Zie het Decreet 15 juli 2016 tot wijziging van artikel 99 van de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, BS 24 augustus 2016, inforum nr. 303359. Het decreet trad in werking op 2 september 2016.
  • Het KB van 2 januari 1991 wordt gedeeltelijk opgeheven, althans voor het lokale overheidspersoneel in Vlaanderen en enkel voor wat betreft de niet-gemotiveerde loopbaanonderbreking (het KB blijft nodig, ook voor het lokale overheidspersoneel in Vlaanderen  als juridische basis voor uitkeringen bij het federale thematische palliatief verlof). In de plaats kwam he genoemde besluit van de Vlaamse regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet.
  • Specifiek voor de personeelsleden met loopbaanvermindering in het kader van een eindeloopbaanregeling bepaalt het besluit zorgkrediet dat ze hun eindeloopbaanregeling blijven behouden tot de effectieve datum van hun pensioen, ook al stond in de oorspronkelijke beslissing dat hun loopbaanvermindering liep tot de leeftijd van 60 jaar.
  • Het departement Werk en Sociale Economie wordt bevoegd; maar tot 31 december 2017 blijft de RVA de lopende dossiers loopbaanonderbreking behandelen.

De VVSG is blij dat de loopbaanonderbreking gemoderniseerd wordt; lokale besturen waren hier al langer vragende partij voor. Toch heeft de VVSG enkele vragen en bedenkingen:
1. Lokale besturen moeten voldoende ruimte krijgen om de continuïteit van de dienstverlening te verzoenen met het recht van het personeelslid om zijn arbeidsprestaties in bepaalde situaties te onderbreken of te verminderen.
2. Het is eigenaardig dat de eindeloopbaanregeling wordt afgeschaft terwijl dit in de private sector wel behouden blijft (weliswaar met strengere toegangsvoorwaarden in de toekomst).

Lees meer in de nota die de  VVSG-raad van bestuur van 13 april 2016 goedgekeurd heeft. Meer info: Katleen Janssens (T 02-211.55.35) en Marijke De Lange (T 02-211.55.34).

Verloven en afwezigheden

Met het Rechtspositiebesluit van 7 december 2007 werd voor het eerst een centraal afdwingbaar kader uitgewerkt voor de verloven en afwezigheden het gemeentepersoneel. Op het personeel van het OCMW is in principe dezelfde rechtspositieregeling van toepassing als op het personeel van de gemeente waar de zetel van het OCMW gevestigd is (artikel 104 OCMW-decreet). ​

Navigatie