Vrijwillige vierdagenweek en halftijdse uittreding wellicht afgeschaft uiterlijk 1 januari 2013
Er ligt een voorontwerp van decreet op tafel houdende wijziging van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector en tot opheffing van regelgeving houdende de uitvoering van artikel 14 en 27, §4, van dezelfde wet. Dit gaat over de afschaffing van de vrijwillige vierdagenweek en de halftijdse vervroegde uittreding vanaf 55 jaar. De Vlaamse regering wil deze verlofstelsels uiterlijk op 1 januari 2013 afschaffen. Zo krijgen besturen een jaar de tijd om hun rechtspositieregeling aan te passen en alternatieven uit te werken (bijv. onbetaald verlof).
De VVSG kan akkoord gaan met het voornemen om de beide stelsel af te schaffen. We volgen de motivering van de Vlaamse overheid. Vrijwillige vierdagenweek en halftijdse vervroegde uittreding waren initieel bedoeld als instrument ter bevordering van de werkgelegenheid (terugdringen werkloosheid). Ondertussen legt het overheidsbeleid meer nadruk op activering en het langer in dienst houden van 50-plussers, zonder daarbij de kwaliteit van de arbeid en de werkbaarheid (o.a. combinatie arbeid-gezin) uit het oog te verliezen. Maar m.b.t. dat laatste bestaan ook nog andere maatregelen, zoals loopbaanonderbreking en –vermindering (wet 1985) en het verlof voor deeltijdse prestaties en het onbetaald verlof (zie Rechtspositiebesluiten Gemeente en OCMW).
Het voorontwerp van decreet moet nog naar de Raad van State en wordt dan ingediend in het Vlaams parlement.
Elk bestuur gaat best na hoe hij zijn medewerkers een alternatief kan aanbieden, door bijv. de mogelijkheden voor deeltijds werken of onbetaald verlof uit te breiden als het bestuur dat wenst. In dat geval zal de lokale rechtspositieregeling aangepast moeten worden. Dat betekent dat er een gemeenteraadsbeslissing (OCMW-raadsbeslissing voor het specifiek personeel of voor het personeel van de specifieke diensten) nodig is.
Elk bestuur gaat ook best na of het wenselijk is om een voortijdig einde te stellen aan de vrijwillige vierdagenweek . Nu kan dat immers nog (artikel 27 van de wet). Als de federale regering het stelsel verlengt en het Vlaamse decreet treedt in werking, zal dat niet meer mogelijk zijn.
Opgelet! In de huidige stand van zaken heeft de federale regering de huidige verlofstels (nog?) niet verlengd tot na 31 december 2011. Gelet op het recente federaal regeerakkoord (dat tijdskrediet en loopbaanonderbreking beperkt) is het hoogst onduidelijk of die verlenging er wel nog komt. Dat betekent dat een lokaal bestuur de aanvragen voor de vrijwillige vierdagenweek of halftijdse uittreding met ingang vanaf 1 januari 2012, mag weigeren. Bovendien mag een lokaal bestuur aan de lopende stelsels ook voortijd ig een einde maken, zo staat er in artikel 27 van de wet. van 10 april 1995. Het is hierbij belangrijk om bij de beoordeling van de verlofaanvraag te kijken naar de (geplande) ingangsdatum van het verlofstel, niet naar het moment waarop het personeelslid de aanvraag indient. Een aanvraag voor bijv. een vrijwillige vierdagenweek of halftijdse uittreding vanaf 1 februari 2012 kan dus geweigerd worden (omdat de federale regering het stelsel niet verlengd heeft), ook al werd de aanvraag in december 2011 ingediend.
Verloven en afwezigheden
Met het Rechtspositiebesluit van 7 december 2007 werd voor het eerst een centraal afdwingbaar kader uitgewerkt voor de verloven en afwezigheden het gemeentepersoneel.
Op het personeel van het OCMW is in principe dezelfde rechtspositieregeling van toepassing als op het personeel van de gemeente waar de zetel van het OCMW gevestigd is (artikel 104, OCMW-decreet).