Voor een sterk lokaal bestuur

Op zoek naar een presentatie van #VVSGtrefdag?

Kies hieronder uw thema

Socialezekerheidsbescherming

​Financiering socialezekerheidsbescherming van het lokale overheidspersoneel

Twee personeelscategorieën

In een lokaal bestuur werken twee personeelscategorieën. Afhankelijk van de personeelscategorie ontvangt de medewerker een ander pensioen. De medewerkers die statutair aangesteld zijn, ontvangen een ambtenarenpensioen. De medewerkers die een arbeidscontract hebben, krijgen een werknemerspensioen. Niet alleen (de hoogte van) het pensioen is verschillend naargelang de medewerker statutair of contractant is, ook de verschuldigde socialezekerheidsbijdragen (zie schema hieronder).

Sinds de kinderbijslag door zesde staatshervorming naar de gewesten overgeheveld werd, worden alle de socialezekerheidsbijdragen vanaf 2015 in een globale bijdragevoet ondergebracht. Daarvan worden de bijdragevoeten afgetrokken voor socialezekerheidssectoren die niet van toepassing zijn (bijv. de bijdrage voor beroepsziekten in de private sector). Ze wordt aangevuld met bijdragevoeten die specifiek voor de sector gelden (bijv. de bijdrage voor beroepsziekten in de lokale overheidssector).[1]

BIJDRAGEVOET OP SALARIS STATUTAIRE MEDEWERKER VOLGENS TYPE OVERHEIDSWERKGEVER (2017)

Bijdragevoet
Statutairen (2017)
Federale overheid, gemeenschappen en gewestenLokale besturen
 Werkgevers-
bijdrage
Persoonlijke bijdrageWerkgeversbijdragePersoonlijke bijdrage
Basisbijdragevoet17,82%[2]11,05%[3]23,07%[4]11,05%
Niet toepasselijke sectoren -13,97%[5]/-13,97%[6]/
Beroepsziekten lokale besturen //

+0,17%

/
Asbestfonds +0,01%+0,01%
Pensioen //+34%[7]/
Bijzondere bijdrage kinderbijslag​+1,40%​/​/​/​
Loonmatigings-bijdrage[8] +5,89%/+6,20%/
Totaal (excl. bijzondere bijdrage werkloosheid)

11,15%

(5,26% fed. overh.)

11,05%49,48%11,05%

 

BIJDRAGEVOET OP SALARIS CONTRACTUEEL AANGESTELDE MEDEWERKER VOLGENS TYPE WERKGEVER (2017)

Bijdragevoet
Contractanten (2017)
Federale overheid, gemeenschappen en gewestenLokale besturenPrivate sector
 Werkgevers-
bijdrage
Persoonlijke
bijdrage
Werkgevers-
bijdrage
Persoonlijke bijdrageWerkgevers- bijdragePersoonlijke
bijdrage
Basis-
bijdragevoet
24,82%[9]13,07%[10]23,07%[11]13,07%[12]22,65%13,07%[13]
Niet toepasselijke sectoren -1,30%[14]/-1,30%[15]///
Beroepsziekte lokale besturen //+0,17%///
Asbestfonds +0,01%+0,01%+0,01%
Bijzondere bijdrage kinderbijslag​+1,40%​/​/​/​/​/​

Loonmatigings-bijdrage[16]

+6,98%/+6, 91% of 7,31%/+7,35%/
Totaal (excl. bijzondere bijdrage werkloosheid)

30,51%

(24,93% fed. overh.)

13,07%28,86% of 29,26%13,07%30,00%13,07%

 

Persoonlijke bijdrage

Voor de contractanten van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten zijn de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen gelijk aan 13,07% (exclusief loonmatigingsbijdrage), waarvan 7,50% voor de rust- en overlevingspensioenen van de werknemers. Van het salaris van de statutaire medewerkers wordt slechts 11,07% afgehouden.

Werkgeversbijdrage

De globale basiswerkgeversbijdrage voor de plaatselijke en provinciale overheidsdiensten wordt voor de contractanten vastgesteld op 28,86 of 29,26% op het salaris, afhankelijk van het toepasselijke vakantiestelsel. Daarvan is 8,86% 'afkomstig' van de tak rust- en overlevingspensioenen van de werknemers (wettelijk pensioen). De pensioenbijdragen voor de tweede pensioenpijler zitten niet in deze percentages maar komen erbovenop.

De verschuldigde werkgeversbijdrage dat op het salaris van het statutair personeelslid verschuldigd is, loopt anno 2015 op tot (minstens) 48,69%, afhankelijk van het gekozen vakantiestelsel.

De financiering van de lokale ambtenarenpensioenen (basisbijdragevoet en responsabiliseringsbijdrage) wordt hier uitgebreid toegelicht.

Inning door de DIBISS

De inning van de socialezekerheidsbijdragen gebeurt in principe door de Dienst voor Bijzondere Socialezekerheidsstelsels (DIBISS), en vanaf 2017 door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Enkel wanneer het lokale bestuur voor de financiering van zijn ambtenarenpensioenen niet aangesloten is bij het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen, zal de Rijksdienst hiervoor geen (pensioen)bijdragen ontvangen. Zelfs bij aansluiting bij het Gesolidariseerde Pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen blijft het administratieve beheer en/of de betaling van de ambtenarenpensioenen door een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening mogelijk. Dat betekent dat het Gesolidariseerd pensioenfonds voor de provinciale en lokale besturen instaat voor de financiering van de lokale ambtenarenpensioenen, maar de betaling van de pensioenbijdragen en/of de uitbetaling van het pensioen aan de gepensioneerde ambtenaar wordt toevertrouwd aan een instelling. [17]

 

[1] Wet 25 april 2014 houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid, BS 6 juni 2014.

[2] Sector gezondheidszorgen 3,80%; ziekte- en invaliditeitsuitkeringen 2,35%; werkloosheid 1,46%; arbeidsongevallen 0,30%; beroepsziekten 1%; pensioenen 8,86%; kinderbijslag 0%; bijzondere bijdrage Fonds voor collectieve uitrusting en diensten 0,05%.

[3] Sector gezondheidszorgen 3,55% en persoonlijke bijdrage pensioenen 7,50%.

[4] Sector gezondheidszorgen 3,80%; ziekte- en invaliditeitsuitkeringen 2,35%; werkloosheid 1,46%; arbeidsongevallen 0,30%; beroepsziekten 1%; pensioenen 8,86%; kinderbijslag 5,25%; bijzondere bijdrage Fonds voor collectieve uitrusting en diensten 0,05%.

[5] Niet toepasselijke sectoren: 1% beroepsziekten private sector; 0,30% arbeidsongevallen private sector; 8,86% werknemerspensioenen; 2,35% uitkeringen arbeidsongeschiktheid; 1,46% werkloosheidsuitkeringen.

[6] Niet toepasselijke sectoren: 1% beroepsziekten private sector; 0,30% arbeidsongevallen private sector; 8,86% werknemerspensioenen; 2,35% uitkeringen arbeidsongeschiktheid; 1,46% werkloosheidsuitkeringen.

[7] Basispensioenbijdrage 2017 besturen aangesloten bij het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinale en plaatselijke besturen, zonder inzet van reserves.

[8] Loonmatigingsbijdrage 5,67% + 5,67% op rest RSZ-bijdragen verschuldigd voor het globaal beheer van de sociale zekerheid. Voor de Gemeenschappen en de Gewesten komt dat op 5,98%, voor de statutaire medewerkers van de lokale besturen op 6,20%. De loonmatigingsbijdrage is niet verschuldigd door de federale overheid als werkgever.

[9] Sector gezondheidszorgen 3,80%; ziekte- en invaliditeitsuitkeringen 2,35%; werkloosheid 1,46%; arbeidsongevallen 0,30%; beroepsziekten 1%; pensioenen 8,86%; kinderbijslag 7%; bijzondere bijdrage Fonds voor collectieve uitrusting en diensten 0,05%.

[10] Sector gezondheidszorgen 3,55% + sector arbeidsongeschiktheidsuitkeringen 1,15% + sector werkloosheid 0,87% + sector pensioenen 7,5%.

[11] Sector gezondheidszorgen 3,80%; ziekte- en invaliditeitsuitkeringen 2,35%; werkloosheid 1,46%; arbeidsongevallen 0,30%; beroepsziekten 1%; pensioenen 8,86%; kinderbijslag 5,25%; bijzondere bijdrage Fonds voor collectieve uitrusting en diensten 0,05%.

[12] Sector gezondheidszorgen 3,55% + sector arbeidsongeschiktheidsuitkeringen 1,15% + sector werkloosheid 0,87% + sector pensioenen 7,5%.

[13] Sector gezondheidszorgen 3,55% + sector arbeidsongeschiktheidsuitkeringen 1,15% + sector werkloosheid 0,87% + sector pensioenen 7,5%.

[14] Niet toepasselijke sectoren: 1% beroepsziekten private sector; 0,30% arbeidsongevallen private sector.

[15] Niet toepasselijke sectoren: 1% beroepsziekten private sector; 0,30% arbeidsongevallen private sector.

[16] Loonmatigingsbijdrage 5,67% + 5,67% op rest RSZ-bijdragen verschuldigd voor het globaal beheer van de sociale zekerheid. Voor de Gemeenschappen en de Gewesten komt dat op 6,98%; voor de lokale besturen op 6,91% tenzij het vakantiestelsel private stelsel gevolgd wordt : dan komt er 0,40% bij (6,91% +0,40%) . De loonmatigingsbijdrage is niet verschuldigd door de federale overheid als werkgever.

[17]  Zie art. 2, eerste lid, 1° Wet 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen.

Navigatie