|
|
Btw
De belasting over de toegevoegde waarde of btw was tot voor enkele jaren voor lokale besturen alleen een kostenfactor. Sinds enige tijd zien steeds meer gemeenten en OCMW's er ook de voordelen van in en proberen ze hun btw-situatie te optimaliseren.
Nieuws
- Nieuwe btw-aangifteregels vanaf 1 juli 2012 voor werken in onroerende staat
Btw-plichtige gemeenten en OCMW’s moeten vanaf 1 juli zelf de btw voldoen op de werken in onroerende staat. Dat blijkt uit een recente beslissing van de Btw-administratie.
Een bestuur dat btw-plichtig is, moet maandelijks of trimestrieel een btw-aangifte indienen. Daarin komt enerzijds de btw die het bestuur heeft betaald (en al dan niet gedeeltelijk kan worden teruggevorderd), en anderzijds de btw die het bestuur heeft aangerekend en dus moet doorstorten. Voor werken in onroerende staat bestaat er al lang een bijzondere regeling. Een aannemer van dergelijk werken stuurt aan zijn btw-plichtige klanten geen factuur inclusief btw, maar exclusief btw. De klant moet die btw dan zelf doorstorten aan de fiscus, maar kan die anderzijds ook meestal geheel of gedeeltelijk recupereren omdat de btw betrekking heeft op een btw-plichtige activiteit. Met die ‘verlegging van heffing’ wil men misbruiken in de bouwsector vermijden, waarbij aannemers wel btw ontvangen van hun klanten maar die nooit doorstorten.
Voor lokale besturen ging men er tot nu toe van uit dat de verlegging van heffing alleen gold voor werken in onroerende staat die te maken hadden met een btw-plichtige activiteit van het bestuur. De factuur voor het herstel van het dak van het gemeentehuis bleef gewoon van de aannemer komen met 21% btw erbovenop. De Btw-administratie heeft in een beslissing van 20 maart 2012 bevestigd dat de verlegging van heffing geldt voor alle werken in onroerende staat die gefactureerd worden aan btw-plichtigen, ook al heeft het betrokken werk met de btw-plicht niets te maken. De regeling gaat in vanaf 1 juli.
-
Europa lanceert discussie over hervorming btw-stelsel De Europese Commissie wil na 40 jaar het btw-stelsel kritisch onderzoeken. Intussen is de samenleving immers grondig veranderd. Ook de btw-regels die op overheden van toepassing zijn, vertonen mankementen, zeker voor die zaken waarbij lokale besturen op het terrein van privébedrijven ageren. Tot 31 mei 2011 loopt de consultatie over een Europees Groenboek over de hervorming van de btw.
- Verlaagd btw-tarief (12%) op doorgangswoningen
OCMW-Berlare vroeg de FOD Financiën naar het toepasbare btw-tarief op doorgangswoningen voor de dag- en nachtopvang van thuislozen die in opdracht van het OCMW worden gebouwd door een sociale bouwmaatschappij. Het probleem was dat het OCMW hiervoor niet echt een erkenning hebben (zoals de CAW's), maar die taak uitvoeren in toepassing van de bepalingen van de OCMW-wet. De FOD Financiën antwoordde in een mail van 25 februari 2011 dat hierop het btw-tarief van 12% van toepassing is.
- Btw-ruling voor DBFM(O) voor sportinfrastructuur
Vlaanderen ondersteunt onder bepaalde voorwaarden de versnelde bouw van sportinfrastructuur. Gemeenten moeten verplicht werken met een zogenaamde DBFM(O)-overeenkomst, een contract met publiek-private samenwerking waarbij de private speler instaat voor het ontwerp (Design), de bouw (Build), de financiering (Finance), het onderhoud (Maintain) en eventueel de exploitatie (Operate) van het complex. De gemeente betaalt dan gedurende de looptijd van de overeenkomst een zogenaamde beschikbaarheidsvergoeding aan de private partij en krijgt een deel van die vergoeding gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Over de btw-gevolgen van deze operatie, sloot de Vlaamse overheid in 2010 een kaderruling af. Meer informatie hierover is verkrijgbaar bij Karolien De Sadeleer van de Vlaamse overheid (02-553 69 97).
- Nieuwe aangifteregels gelden voorlopig niet voor lokale besturen
Sinds 1 januari 2010 gelden er nieuwe aangifteregels voor btw-belastingplichtigen. Zo wordt het verplicht om de ontvangsten uit vrijgestelde activiteiten vermeld in art. 44 van het Wetboek (onderwijs, verzorging, cultuur, sport, ...) apart te vermelden, ook al heeft de aangever er geen btw op aangerekend. De VVSG heeft aan de FOD Financiën gevraagd of dit ook geldt voor lokale besturen, want van veel van die activiteiten is niet duidelijk of een gemeente of OCMW ze doet als niet-btw-plichtige overheid, dan wel als (weliswaar vrijgestelde) btw-plichtige. De FOD-financiën antwoordde in een mail van 11 februari 2010 aan de VVSG hierop het volgende: 'Het is inderdaad zo dat met ingang van 1 januari 2010 o.a. in rooster 00 van de btw-aangifte moet worden opgenomen de handelingen die, per categorie, aan de volgende voorwaarden voldoen: verricht door gemengde of gedeeltelijke belastingplichtigen wanneer ze: (1) plaatsvinden in België, (2) vrijgesteld zijn van btw ingevolge artikel 44 van het Btw-Wetboek en (3) en geen recht op aftrek van de voorbelasting verlenen. (...) In verband met de handelingen die plaatsvinden in België, merk ik op dat de Administratie geen kritiek zal uiten wanneer de door u bedoelde handelingen verricht door de lokale besturen niet opgenomen worden in rooster 00 van de btw-aangifte. Op heden bestaat er immers geen duidelijkheid of deze besturen voor deze handelingen als overheid (art. 6 van het Btw-Wetboek) handelen, dan wel als vrijgestelde btw-belastingplichtige (art. 44 van het Btw-Wetboek). Wanneer evenwel de Administratie zou beslissen dat betrokkenen m.b.t. die activiteit als vrijgestelde belastingplichtige moeten worden aangemerkt, dienen die handelingen opgenomen te worden in rooster 00 van de btw-aangifte.'
- Btw-problematiek in de sectoren cultuur, jeugd en sport
Om een bijdrage te leveren aan de lopende btw-discussies op federaal en Europees niveau, liet het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media van de Vlaamse Overheid in het voorjaar van 2009 de btw-problematiek in de beleidsvelden cultuur, jeugdwerk en sport onderzoeken, met aandacht voor volgende knelpunten: het btw-statuut, de btw-vrijstellingen, de btw-tarieven en de btw-activiteiten.
- Verkoop van een OCMW-gebouw aan een autonoom gemeentebedrijf dat het nadien least aan het OCMW
Ruling 28.4.2009 over de btw-gevolgen
- Arrest Europees Hof van Justitie 16.9.2008 over de interpretatie van een aantal bepalingen over de btw-plicht van overheden
- Btw-moratorium voor lokale besturen: mededeling mei 2009 op het intranet van de FOD Financiën:
'In afwachting van de publicatie van dit addendum [bij de circulaire 24/2007, nvdr] dienen de controlekantoren slechts tot de identificatie van de publiekrechtelijke lichamen over te gaan wanneer deze nu al de zekerheid hebben dat zij Btw-belastinplichtige zijn (bijvoorbeeld omdat zij activiteiten uitoefenen bedoeld onder artikel 6, derde lid, van het Btw-Wetboek die niet van onbeduidende omvang zijn). Hieromtrent dient te worden opgemerkt dat de beoordeling van de onbeduidende omvang van een activiteit, met verwijzing naar de drempel van de vrijstellingsregeling (zie punt 24 van circulaire 24/2007), activiteit per activiteit dient te gebeuren en niet op cumulatieve wijze voor het geheel van het gerealiseerde omzetcijfer. De reeds geïdentificeerde publiekrechtelijke lichamen moeten hun periodieke aangifte indienen volgens de normale regels. Rekening houdend met de huidige juridische onzekerheid en in afwachting van de publicatie van voornoemd addendum, dienen evenwel enkel de handelingen die met zekerheid de hoedanigheid van belastingplichtige tot gevolg hebben, in de periodieke aangifte opgenomen te worden. De toestand zal vanaf de publicatie van het addendum op algemene wijze, zowel inzake de identificatie als op het vlak van de verschuldigde en aftrekbare belastingen, worden herbekeken.'
- Arrest Grondwettelijk Hof 17.7.2008 waardoor een deel van art. 6 btw-wetboek (met algemeen geldende bepalingen voor lokale besturen) werd vernietigd
- Fiscale behandeling van een autonoom gemeentebedrijf voor sport
Ruling 29.1.2008 met onder andere aandacht voor de btw
Publicaties
 
|
|
|
|
|
| |
|
|
| |
|
|
|