Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

btw

De specifieke btw-situatie voor lokale besturen is niet altijd zo eenvoudig. Hieronder brengen we de belangrijkste recente wijzigingen samen.

Nieuws

              • Wijzigingen aan de regels voor kostendelende verenigingen
                Recent werden de bepalingen in het Btw-Wetboek over zelfstandige groeperingen (ook kostendelende verenigingen genoemd) gewijzigd. De omzendbrief AAFisc Nr. 31/2016 (nr. E.T.127.540) dd. 12.12.2016  verduidelijkt de nieuwe regels.
  • Waar bij de FOD Financiën kunnen lokale besturen terecht voor btw-vragen?
    Sinds de reorganisatie van de FOD Financiën, is het niet altijd duidelijk waar lokale besturen terecht kunnen voor btw-vragen. De VVSG zet het voor u op een rijtje.

  • Soepeler regels voor btw lokale dienstencentra
    Pas wanneer de omzet uit maaltijden en dranken op jaarbasis meer dan 80.000 euro bedraagt, wordt een lokaal dienstencentrum btw-plichtig. Dat blijkt uit een beslissing van 23 september 2016.

  • Vanaf 1.1.2017 nieuwe 'cafetariaregeling'
    Vanaf 1 januari 2017 wordt een nieuw systeem van kracht om te beoordelen of het cafetaria of restaurant bij bv. een museum of woonzorgcentrum al dan niet btw-plichtig is. Dat blijkt uit de beslissing van 12 september 2016.

  • Presentatie infosessies 'Btw en lokale besturen'
    In de loop van het voorjaar van 2016 organiseerde de VVSG samen met de FOD Financiën een reeks informatiesessies over de toepassing van de btw-regels voor lokale besturen. De gebruikte presentatie vindt u hier.

  • Circulaire voor btw-regels voor overheden
    De al lang aangekondigde circulaire met uitleg over de btw-regels die overheden moeten naleven, is beschikbaar (circulaire - bijlage). Zeker voor lokale besturen, die meer dan andere overheden tegen betaling diensten leveren aan burgers, verenigingen en bedrijven, is dit een belangrijk document. De rondzendbrief legt de algemene regels uit (een overheid is in principe niet btw-plichtig​, wat betekent dat ze geen btw aanrekent op de aangerekende bedragen maar ook geen btw op inkomende facturen kan recupereren), maar daarop zijn nogal wat uitzonderingen, bv. wanneer er concurrentieverstoring dreigt. Verder zijn er de specifieke gevallen zoals de invoer van goederen of diensten uit het buitenland of de werken aan eigen gebouwen met eigen personeel.

    Intussen werd de circulaire aangevuld met een lijst met heel concrete gevallen en voorbeelden. Verder nam de FOD Financiën ook een specifiek standpunt in over de btw-behandeling van de detachering van personeel.
    De bepalingen van de btw-circulaire worden op 1 juli 2016 van kracht

  • Btw voor werken aan schoolgebouwen naar 6%
    Vanaf 2016 geldt een btw-percentage van 6% op werken aan schoolgebouwen. Het KB hierover verscheen op 15 december in het Belgisch Staatsblad. Het gaat niet alleen om nieuwbouw en verbouwingen, maar ook om andere 'werken in onroerende staat', zoals bv. aanpassingen aan de elektriciteit, loodgieterij, schilderwerken, enz. Alleen puur poetswerk blijft onderworpen aan 21% btw.

    Het nieuwe percentage geldt bovendien niet alleen voor de school zelf, maar ook voor werken aan de speelplaats, de sportterreinen, de fietsenstalling, enz. Bovendien geniet niet alleen het leerplichtonderwijs de verlaging naar 6% maar ook het deeltijds kunstonderwijs. (meer uitleg in deze beslissing)

    Deze beslissing van de federale regering is een onderdeel van de zogenaamde taxshift. Hij heeft tot doel overheidsinvesteringen in onderwijs te stimuleren. De VVSG juicht deze maatregel toe, maar waarschuwt de besturen meteen ook voor het feit dat deze beslissing mogelijk in strijd is met de Europese Richtlijn. Ook de Raad van State heeft dit in zijn advies opgemerkt. De vraag rijst dus of en wanneer de Europese Commissie hiertegen zal optreden.

  • Vermijd btw-fouten bij werken in onroerende staat
    Btw-plichtige lokale besturen moeten bij werken in onroerende staat (wegenwerken, optrekken van een gebouw, schilderwerken, …) aan de aannemer een factuur zonder vermelding van de btw vragen, ook al gaat het om werken die niets te maken hebben met de btw-plichtige activiteit. 

    Volgens de btw-administratie loopt het hier geregeld fout, en werken de besturen ten onrechte niet met die btw-verlegging. De btw op die werken blijft natuurlijk wel verschuldigd, maar dan via de maandelijkse of trimestriële btw-aangifte.

    Hierin moeten de gemeenten en OCMW’s dan weer wel een onderscheid maken naargelang de btw al dan niet met een btw-plichtige activiteit te maken heeft, meteen een tweede plek waar geregeld vergissingen gebeuren.

    De FOD-Financiën heeft een en ander samengevat in een brief van 3 april 2014 aan de VVSG, met de vraag die te verspreiden bij de Vlaamse lokale besturen.

  • Advocatenprestaties tot eind 2013 btw-vrij
    Prestaties van advocaten geleverd voor 2014 kunnen zonder btw gefactureerd worden. Dat blijkt uit een omzendbrief die de FOD Financiën op 20 november verspreidde.

    Vanaf 1 januari 2014 moeten advocaten 21% btw aanrekenen op de pretaties die ze leveren. Voor particulieren en overheden betekent dat vooral een kostenverhoging, want zij kunnen die btw niet recupereren. Btw-plichtige bedrijven kunnen dat wel. Voor gerechtelijke procedures die in 2013 of vroeger zijn gestart en pas in 2014 of later hun beslag krijgen, rees de vraag naar het toepasselijke btw-regime. De circulaire van de FOD Financiën zegt daarover het volgende:

    'Bij een ereloon dat gedeeltelijk betrekking heeft op dienstprestaties die uiterlijk op 31 december 2013 materieel zijn verricht en gedeeltelijk op dienstprestaties die materieel verricht worden vanaf 1 januari 2014, blijft het ereloon in rekening gebracht voor de vóór 1 januari 2014 materieel verrichte dienstprestaties waarvoor de btw bij toepassing van de wettelijke regels nog niet opeisbaar is geworden uiterlijk op 31 december 2013, toch onder de vrijstelling van artikel 44, § 1, 1°, van het Bt w-Wetboek vallen, op voorwaarde dat:

    i. een gedetailleerde factuur wordt uitgereikt, én;

    ii. de prijs duidelijk bepaalbaar is en kan toegerekend worden aan de vóór 1 januari 2014 materieel gepresteerde diensten.

    Deze factuur dient uiterlijk op 31 januari 2014 te worden uitgereikt.'

    Voor de lokale besturen komt het er dus op aan om in dergelijke gevallen aan advocaten te vragen om deze prestaties van 2013 of eerder uiterlijk eind januari 2014 te factureren.

  • Nieuwe btw-aangifteregels vanaf 1 juli 2012 voor werken in onroerende staat

    Btw-plichtige gemeenten en OCMW’s moeten vanaf 1 juli zelf de btw voldoen op de werken in onroerende staat. Dat blijkt uit een recente beslissing van de Btw-administratie.

    Een bestuur dat btw-plichtig is, moet maandelijks of trimestrieel een btw-aangifte indienen. Daarin komt enerzijds de btw die het bestuur heeft betaald (en al dan niet gedeeltelijk kan worden teruggevorderd), en anderzijds de btw die het bestuur heeft aangerekend en dus moet doorstorten. Voor werken in onroerende staat bestaat er al lang een bijzondere regeling. Een aannemer van dergelijk werken stuurt aan zijn btw-plichtige klanten geen factuur inclusief btw, maar exclusief btw. De klant moet die btw dan zelf doorstorten aan de fiscus, maar kan die anderzijds ook meestal geheel of gedeeltelijk recupereren omdat de btw betrekking heeft op een btw-plichtige activiteit. Met die ‘verlegging van heffing’ wil men misbruiken in de bouwsector vermijden, waarbij aannemers wel btw ontvangen van hun klanten maar die nooit doorstorten.

    Voor lokale besturen ging men er tot nu toe van uit dat de verlegging van heffing alleen gold voor werken in onroerende staat die te maken hadden met een btw-plichtige activiteit van het bestuur. De factuur voor het herstel van het dak van het gemeentehuis bleef gewoon van de aannemer komen met 21% btw erbovenop. De Btw-administratie heeft in een beslissing van 20 maart 2012 bevestigd dat de verlegging van heffing geldt voor alle werken in onroerende staat die gefactureerd worden aan btw-plichtigen, ook al heeft het betrokken werk met de btw-plicht niets te maken. De regeling gaat in vanaf 1 juli.
    Voor werken die al voor 1 juli 2012 zijn gestart en nog na die datum doorlopen rijst de vraag of de aannemers gedurende de facturatieperiode de wijze van btw-aanrekening (eerst met, nadien zonder) moeten wijzigen. De Btw-administratie gaf hierover op 2 oktober 2012 het volgende antwoord aan de VVSG: 'Aangezien bepaalde belastingplichtigen nog niet de nodige afspraken met de aannemers hebben gemaakt of zich organisatorisch nog niet in orde hebben gesteld, zal de Administratie bij wijze van overgang evenwel geen kritiek uitoefenen indien na 30 juni 2012 facturen voor werken in onroerende staat zouden ontvangen worden waarop de verlegging van heffing ten onrechte niet werd toegepast. Voorwaarde is evenwel dat de afnemer van de diensten, in geval van een eventuele btw-controle, zou moeten kunnen aantonen dat de aannemer de aangerekende btw aan de schatkist heeft voldaan. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een verklaring door de aannemer daaromtrent. Opgemerkt wordt dat deze periode van overgang absoluut zo kort mogelijk moet gehouden worden.'
    In hetzelfde antwoord bevestigde de administratie trouwens dat ook wegenwerken als werken in onroerende staat moeten worden beschouwd, hoewel ze niet expliciet voorkomen in de opsomming van KB nr. 1.

  • Europa lanceert discussie over hervorming btw-stelsel
    De Europese Commissie wil na 40 jaar het btw-stelsel kritisch onderzoeken. Intussen is de samenleving immers grondig veranderd. Ook de btw-regels die op overheden van toepassing zijn, vertonen mankementen, zeker voor die zaken waarbij lokale besturen op het terrein van privébedrijven ageren.
    Tot 31 mei 2011 liep de consultatie over een Europees Groenboek over de hervorming van de btw.

  • Verlaagd btw-tarief (12%) op doorgangswoningen
    OCMW-Berlare vroeg de FOD Financiën naar het toepasbare btw-tarief op doorgangswoningen voor de dag- en nachtopvang van thuislozen die in opdracht van het OCMW worden gebouwd door een sociale bouwmaatschappij. Het probleem was dat het OCMW hiervoor niet echt een erkenning hebben (zoals de CAW's), maar die taak uitvoeren in toepassing van de bepalingen van de OCMW-wet.
    De FOD Financiën antwoordde in een mail van 25 februari 2011 dat hierop het btw-tarief van 12% van toepassing is.

  • Btw-ruling voor DBFM(O) voor sportinfrastructuur
    Vlaanderen ondersteunt onder bepaalde voorwaarden de versnelde bouw van sportinfrastructuur. Gemeenten moeten verplicht werken met een zogenaamde DBFM(O)-overeenkomst, een contract met publiek-private samenwerking waarbij de private speler instaat voor het ontwerp (Design), de bouw (Build), de financiering (Finance), het onderhoud (Maintain) en eventueel de exploitatie (Operate) van het complex. De gemeente betaalt dan gedurende de looptijd van de overeenkomst een zogenaamde beschikbaarheidsvergoeding aan de private partij en krijgt een deel van die vergoeding gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Over de btw-gevolgen van deze operatie, sloot de Vlaamse overheid in 2010 een kaderruling af. Meer informatie hierover is verkrijgbaar bij Sven Meert van de Vlaamse overheid (02-553 69 61 of sven.meert@cjsm.vlaanderen.be).

  • Btw-problematiek in de sectoren cultuur, jeugd en sport
    Om een bijdrage te leveren aan de lopende btw-discussies op federaal en Europees niveau, liet het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media van de Vlaamse Overheid in het voorjaar van 2009 de btw-problematiek in de beleidsvelden cultuur, jeugdwerk en sport onderzoeken, met aandacht voor volgende knelpunten: het btw-statuut, de btw-vrijstellingen, de btw-tarieven en de btw-activiteiten.
  • Verkoop van een OCMW-gebouw aan een autonoom gemeentebedrijf dat het nadien least aan het OCMW
    Ruling 28.4.2009 over de btw-gevolgen
  • Arrest Europees Hof van Justitie 16.9.2008 over de interpretatie van een aantal bepalingen over de btw-plicht van overheden
  • Arrest Grondwettelijk Hof 17.7.2008 waardoor een deel van art. 6 btw-wetboek (met algemeen geldende bepalingen voor lokale besturen) werd vernietigd
  • Fiscale behandeling van een autonoom gemeentebedrijf voor sport
    Ruling 29.1.2008 met onder andere aandacht voor de btw

Publicaties

   

Lokaal financieel management 

Navigatie