Navigatiekoppelingen overslaan
werking & organisatie
sociaal beleid
welzijnsvoorzieningen
vrijetijdsbeleid
Economie & Werk
omgeving
veiligheid
internationaal
onderwijs
Platteland
  
VVSG > omgeving > ruimtelijke ordening > planning
Zoeken

De ruimtelijke ordening in de Vlaamse steden en gemeenten

Ruimtelijke planning door lokale besturen
De gemeenten spelen een belangrijke rol bij het bepalen van het ruimtelijk beleid. Om dat ruimtelijk beleid vorm te geven staan haar verschillende instrumenten ter beschikking:

  • het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan
  • bijzondere plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen
  • stedenbouwkundige verordeningen
  • Instrumenten in het kader van het grond- en pandenbeleid

In het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan geeft de gemeente haar visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het grondgebied, weliswaar binnen de krijtlijnen die Vlaanderen en de provincies hebben bepaald in resp. het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en de provinciale ruimtelijke structuurplannen. Overigens werkt de Vlaamse overheid volop aan een nieuwe lange termijnvisie.

Een ruimtelijk structuurplan bestaat meestal uit drie onderdelen. Het informatief gedeelte geeft de bestaande ruimtelijke structuur weer. Het richtinggevend gedeelte duidt de gewenste ruimtelijke structuur aan. Tot slot geeft het bindend gedeelte een overzicht van de 'acties' die de gemeente wenst uit te voeren ter realisatie van de visie die verwoord is in het ruimtelijk structuurplan. De gemeente en de instellingen die erronder resorteren zijn verplicht de bepalingen van bindend gedeelte uit te voeren.

Een overzicht van welke gemeenten een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan hebben, krijgt u door
hier te klikken.

In tegenstelling tot een ruimtelijk structuurplan is een bijzonder plan van aanleg (BPA) of ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) wél juridisch bindend voor de burger. Een gemeente kan beslissen voor de opmaak voor een BPA of RUP voor een deel van de gemeente, als zij meent dat de bestemming die het Gewestplan geeft achterhaald is. Een BPA wordt opgemaakt totdat een gemeente beschikt over een goedgekeurd ruimtelijk structuurplan. Vanaf dat moment maakt een gemeente voortaan RUP's op. Zij hebben het voordeel boven BPA's dat zij meer mogelijkheden bieden om op actuele noden en behoeften in te spelen. Behalve de gemeente kunnen ook de provincie en het gewest RUP's opstellen. RUP's vervangen de bestemming van het Gewestplan.
Voor de opmaak van een BPA kan een gemeente géén subsidie krijgen. Voor de opmaak van een gemeentelijk RUP kan een gemeente een subsidie 
krijgen.

Een gemeente kan ook een stedenbouwkundige verordening opstellen. In tegenstelling tot een BPA of gemeentelijk RUP bestaat zo'n verordening alleen uit een tekstgedeelte en niet uit een kaart. Meestal is het van toepassing op hele grondgebied van een gemeente, maar dat hoeft niet altijd.
Een overzicht van welke gemeenten voor welke onderwerpen een stedenbouwkundige verordening hebben opgesteld, leest u
hier.

Tot slot kan de gemeente het ruimtelijk beleid mee vorm geven door het inzetten van een aantal instrumenten in het kader van het grond- en pandenbeleid. Het gaat dan onder meer om rooilijnplannen, ruil- en herverkaveling, recht van voorkoop, onteigening, erfpacht en de realisatie van strategische projecten. Voor de aanstelling van een coördinator kan een gemeente een subsidie krijgen.

Bent u gemeentelijk mandataris of werkt u voor een lokaal bestuur en hebt u een vraag over ruimtelijke planning, dan kunt u contact opnemen met Xavier Buijs.