Navigatiekoppelingen overslaan
werking & organisatie
sociaal beleid
welzijnsvoorzieningen
vrijetijdsbeleid
Economie & Werk
omgeving
veiligheid
internationaal
onderwijs
  
VVSG > omgeving > ruimtelijke ordening
Zoeken

De ruimtelijke ordening in de Vlaamse steden en gemeenten

De ruimtelijke ordening door de lokale besturen
Sinds 1 mei 2000 is het Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (DRO) van kracht. Dit decreet vormde een grondige herwerking van het Planningsdecreet van 1996, dat op haar beurt grotendeels een coördinatie was van de Stedenbouwwet van 23 maart 1962.

In dit decreet is opgenomen dat de ruimtelijke ordening duurzaam moet zijn, waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten, zoals wonen, werken, recreëren, natuur,..., gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op die manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit (art. 4 DRO).

De zorg voor een duurzame ruimtelijke ordening is een gezamenlijke opdracht van drie overheidsniveaus: het gewest, de provincies en de gemeenten. De federale rol speelt géén rol meer op het vlak van ruimtelijke ordening.

De gemeentelijke taken rond ruimtelijke ordening kunnen worden verdeeld in drie grote groepen van activiteiten:

  • planning
    De gemeente maakt verschillende plannen waarop zij haar ruimtelijk beleid en vergunningverlening baseert. Zij stelt onder meer een ruimtelijk structuurplan op voor het hele grondgebied en ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) voor delen van de gemeente.
  • vergunningverlening
    De gemeente is het overheidsniveau dat in veruit de meeste gevallen de stedenbouwkundige vergunning (vroeger: 'bouwvergunning') en verkavelingsvergunning aflevert. Dat maakt de lokale besturen tot spil in de ruimtelijke ordening en eerste aanspreekpunt voor de burger bij (ver)bouwplannen.
  • handhaving
    Het optreden tegen stedenbouwkundige overtredingen vormt het sluitstuk van de ruimtelijke ordening. Ook hier heeft de gemeente een rol te spelen.

Om het ruimtelijk beleid terdege vorm te kunnen geven dient het gemeentelijk ruimtelijk beleid aan verschillende randvoorwaarden te voldoen. Zo is heeft een gemeente verschillende informatieverplichtingen naar de burger.

Meer informatie over elk van deze items vindt u terug onder het menu in de links.

 Links