Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Omgevingsvergunning

(31.05.2017)

Sinds 23 februari 2017 werken 6 gemeenten, de provincies en het Vlaams gewest met de omgevingsvergunning.  

Wat is de omgevingsvergunning?

​De omgevingsvergunning geldt niet alleen in 'gemengde' gevallen waarbij tot voor kort en in de meeste gemeenten nog altijd, een milieu- én een stedenbouwkundige vergunning nodig is. Met de komt van de omgevingsvergunning verdwijnen de milieuvergunning, de stedenbouwkundige vergunning en de verkavelingsvergunning volledig.  

De procedure voor de omgevingsvergunning is uitgetekend in het omgevingsvergunningsdecreet en het uitvoeringsbesluit. Men zocht hierbij zoveel mogelijk aansluiting bij de al bekende procedures voor milieu- en stedenbouwkundige vergunningen. Waar deze van elkaar afweken, werd een keuze gemaakt voor de regels uit de ene of de andere sector. Er blijven uiteindelijk twee soorten procedures: de  ‘gewone’ procedure en de ‘vereenvoudigde’ procedure, met resp. zonder openbaar onderzoek over de aanvraag.

Inhoudelijke regels (Heb je een vergunning nodig? Kun je een vergunning krijgen?) blijven voor beide sectoren afzonderlijk geregeld in de Vlaamse codex ruimtelijke ordening (VCRO) enerzijds en het decreet algemene bepalingen milieubeleid (DABM) en Vlarem II anderzijds. Het milieuvergunningsdecreet en Vlarem I bevatten bijna uitsluitend procedurele regels en verdwijnen met de komst van de omgevingsvergunning.   

Enkele belangrijke bepalingen die zijn opgenomen in het decreet omgevingsvergunning zijn:

  • Bevoegdheidsverdeling inzake vergunningverlening. De gemeente is in principe de vergunningverlenende overheid.
    Uitzonderingen zijn :
    - omwille van hun stedenbouwkundige impact : de zgn. Vlaamse en provinciale projecten (besluit van 13 februari 2015)

    - omwille van hun milieu-impact : klasse 1-inrichtingen worden vergund door de provincie, ook wat betreft hun stedenbouwkundig aspect.

    De aard van de aanvrager (overheid of niet) is niet langer bepalend om te weten welk overheidsniveau bevoegd is, wel de impact van de aanvraag op de omgeving. Een gemeente kan dus (net als de provincie en de Vlaamse overheid) een vergunning aan zichzelf afleveren.

  • De omgevingsambtenaar bereidt de dossiers voor. Meer info...

  • De meer ingewikkelde aanvragen waarbij het college beslist, moeten voor advies naar de Provinciale Omgevingsvergunningscommissie (POVC). In deze commissie worden de sectorale adviezen van verschillende Vlaamse buitendiensten samengebracht. De gemeente zetelt hierin met raadgevende stem. 

Bestaande af afgeleverde vergunningen blijven gewoon verder gelden, ze moeten niet louter door de komst van de omgevingsvergunning opnieuw aangevraagd worden.

 

Algemene beoordeling

De VVSG is voorstander van de omgevingsvergunning omdat die een betere integrale afweging van 'gemengde' vergunningsaanvragen mogelijk maakt. Voor aanvragen waaraan zowel een milieu- als stedenbouwkundig aspect zijn verbonden, kan de overheid tot betere besluitvorming komen omdat beide aspecten tegelijkertijd in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

We verbonden wel een aantal randvoorwaarden aan de komst van de omgevingsvergunning.   Ten eerste moeten de gemeenten per saldo meer te zeggen krijgen over de ontwikkeling van haargrondgebied; dus over meer vergunningsaanvragen beslissingsbevoegdheid krijgen. Ten tweede dienen de bijkomende bevoegdheden  financieel te worden vergoed (dus het 'Belfortprincipe' moet worden gerespecteerd). 

In de loop van het totstandkomingsproces nam de VVSG verschillende standpunten in over de omgevingsvergunning. Begin 2015 nam de VVSG opnieuw een standpunt in over de omgevingsvergunning, naar aanleiding van het ontwerp van uitvoeringsbesluit.  We spraken ons onder meer uit voor een koppeling van de komst van de omgevingsvergunning aan de komst van het Omgevingsloket en een overgangstermijn van een jaar.  

Parallelle werven

Parallel met de omgevingsvergunning wordt ook gewerkt aan volgende initiatieven:

1. Handhaving ruimtelijke ordening

Met de komst van de omgevingsvergunning worden de handhavingsregels voor ruimte en milieu niet volledig eengemaakt, maar wel meer op elkaar afgestemd. Het zgn. decreet handhaving omgevingsvergunning hervormt de handhavingsregels ruimtelijke ordening (titel 6 van de VCRO) naar het voorbeeld van wat al bij milieu mogelijk is.

2. Complexe projecten

De Vlaamse regering wil de doorlooptijd van grotere projecten verkorten. Dit moet mogelijk worden dank zij het decreet complexe projecten. Als voor een project een bestemmingswijziging nodig is, dan kan, eenmaal project tot ‘complex’ is verklaard, in één beweging een ruimtelijk plan worden aangepast én de benodigde vergunningen worden behandeld.

3. Permanente milieuvergunning en evaluaties

Milieuvergunningen worden totnogtoe voor maximaal 20 jaar afgeleverd. De omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ingedeelde inrichting zal in de regel geen einddatum meer bevatten, dit is de zgn. permanente vergunning. Het zal voor de overheid bijzonder moeilijk zijn om en al afgeleverde vergunning te doen eindigen.

In ruil voor de permanente vergunning, moet de overheid (de gemeente bij klasse 2-inrichtingen) wel regelmatig de bedrijven bezoeken om te zien of de voorwaarden moeten geactualiseerd worden ('evalueren' en ev. 'bijstellen' van de voorwaarden)

 Werklastmeting

Ter voorbereiding van de omgevingsvergunning heeft de Vlaamse overheid een 'werklastmeting' uitgevoerd. Die meting moest in kaart brengen welke overheid méér of minder werk zou hebben door de komst van de omgevingsvergunning. Uitkomst van deze studie was er vooral werk bijkomt : 
1) voor gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren : de afschaffing van de 'bijzondere procedure'  en
2) voor gemeentelijke milieuambtenaren : de evaluaties voor klasse 2 bedrijven.
Verspreid over alle Vlaamse gemeenten ging het dan weer echter  om relatief een beperkt aantal extra aanwervingen die zouden moeten gebeuren.

Omdat ten tijde van deze werklastmeting het uitvoeringsbesluit er nog niet was,  kon de impact op de verschillende overheden niet altijd goed worden ingeschat. De VVSG pleitte dan ook aan het begin van 2015 voor een hernieuwde werklastmeting.

Ondersteuning: Actieplan lokale besturen

De Vlaamse regering maakte ook een Actieplan lokale besturen. Daarin wordt duidelijk gemaakt hoe de Vlaamse overheid de gemeenten wil bijstaan bij de overgang naar de omgevingsvergunning.

Inwerkingtreding

De omgevingsvergunning  zou aanvankelijk algemeen in werking  treden op 23 februari 2017, dit is één jaar na de publicatie van het uitvoeringsbesluit.  Later werd beslist dat gemeenten  om uitstel konden vragen tot 1 juni . Alle gemeenten deden dit, met uitzondering van Staden, Langemark-Poelkapelle, Herstappe en Dilsen-Stokkem. Diest en Beersel stapten in de loop van april/juni in. Gemeenten zagen zich genoodzaakt om uitstel te vragen omdat de koppeling tussen het eigen dossierbehandelsysteem en het Vlaamse omgevingsloket er nog niet was. Eind mei werd via een Nooddecreet besloten de algemene invoering van de omgevingsverguning nog verder uit te stellen tot 1 januari 2018. Het niet goed functioneren van het Omgevingsloket was de aanleiding van het 2e uitstel.

De digitale omgevingsvergunning is een project waarbij veel partijen zijn betrokken, elk met een eigen verantwoordelijkheid. Vlaanderen is verantwoordelijk voor de regelgeving.  Nog begin 2017 is de regelgeving op een aantal belangrijke punten gewijzigd. Bovendien maakt Vlaanderen het 'Omgevingsloket' én levert zij informatie aan de softwareleveranciers. Die softwareleveranciers leveren op hun beurt aan de gemeenten het dossierbehandelsysteem en zorgen ze voor de koppeling met het Omgevingsloket, waardoor de omgevingsvergunning vlot zal kunnen worden behandeld. De dossierbehandelsysteem en de koppeling is er echter nog niet. De adviesinstanties en de provincies zullen klaar moeten zijn om op digitale wijze te adviseren of  om digitale aanvragen en digitale beroepen te kunnen behandelen. Gemeenten zullen tijdig hun diensten moeten voorbereiden op de digitale afhandeling van de vergunningsaanvragen. De VVSG drukten altjid haar bezorgdheid uit of alle betrokken partijen tijdig klaar zijn. Burgers en bedrijven hebben immers recht op een vlotte en goed gemotiveerde behandeling van de vergunningsaanvraag.

Dossierbelasting n.a.v. de omgevingsvergunning

 

Meer info

De komst van de omgevingsvergunning kan aanleiding kan zijn om uw dienstverlening naar de burger op het vlak van vergunningverlening aan te passen. De VVSG organiseerde er eind 2014 vormingen over. De presentaties vindt u op de kalender van de VVSG

Een handige pocket maakt u ook wegwijs in de omgevingsvergunning; die kunt u bestellen bij  uitgeverij Politeia.

Mandatarissen en medewerkers van gemeenten kunnen met vragen ook terecht bij Xavier Buijs (RO, tel. 02-211.56.10) of Steven Verbanck (milieu, tel. 02-211.56.12).

Navigatie