De ontwikkeling van betaalbare woonprojecten
Lokale besturen kennen een lange traditie in het leveren van een bijdrage voor de ontwikkeling van betaalbare woningen, waarvan sociale huurwoningen natuurlijk een belangrijk onderdeel van zijn.
Bouw, verhuur en ontwikkeling géén core-business voor lokaal bestuur
De bouw, verhuur of verkoop van sociale woningen of kavels behoort niet (meer) tot de core-business van een lokaal bestuur. Andere actorenhebben daar meer know-how en ervaring in opgebouwd. Toch kunnen de lokale besturen nog altijd sociale huur-, sociale koop of sociale kavels zelf realiseren. Soms kan dat zelfs aangewezen zijn.
Veelal beperken gemeenten zich echter tot het scheppen van de geschikte randvoorwaarden zodat het voor andere woonactoren aantrekkelijk is om het aanbod van betaalbare woningen in de gemeente te vergroten. Die regisseursrol kan wél als de corebusiness van de gemeente worden beschouwd, ook al omdat die rol in de Vlaamse wooncode is bepaald. Met 'andere woonactorenwordt bedoeld: de sociale huisvestingsmaatschappij (voor de ontwikkeling van sociale huurwoningen), maar evengoed het sociaal verhuurkantoor (verhuur van woningen op de private huurmarkt) en de intercommunale, het autonome gemeentebedrijf of sociale koopmaatschappij (ontwikkeling van sociale kavels en/of sociale koopwoningen).
Private ontwikkelaars en autonome gemeentebedrijven kunnen natuurlijk ook een rol spelen om betaalbare woningen te realiseren, ook al zijn dat dan geen sociale koopwoningen, net zoals private verhuurders kunnen worden aangezet om hun woning tegen een redelijke prijs te verhuren.
Scheppen van randvoorwaarden
Het scheppen van randvoorwaarden kan blijken uit het feit dat de gemeente een lokaal woonoverleg realiseert. Het lokaal woonoverleg wordt beschouwd als een manier waarop de gemeente haar coördinerende rol vorm kan geven.
Hoewel het woonoverleg in de Vlaamse wooncode niet is verplicht, gaat steeds meer regelgeving er wel van uit dat beleidsvoornemens onder andere werden getoetst met de lokale woonactoren via het lokaal woonoverleg. Daardoor worden gemeenten impliciet verplicht toch een vorm van lokaal woonoverleg te hebben, ook al zouden de verschillende woonactoren ook al goed samenwerken zonder de gemeentelijke regisseursrol. Zo gaat het ‘Programmatiebesluit’ ervan uit dat projecten van sociale woningbouw maar worden verstuurd naar de VMSW nadat een lokaal woonoverleg eraan is voorafgegaan.
De gemeente schept ook de juiste randvoorwaarden voor de ontwikkeling van sociale woningprojecten door het ervoor zorg dragen dat er voldoende gronden klaar liggen om te worden bebouwd.
Zelf realiseren van betaalbare projecten
Niets staat een gemeente of OCMW echter in de weg om zelf projecten te realiseren. Sterker nog, er kunnen situaties denkbaar zijn dat het zelfs aangewezen is dat een gemeente of OCMW zelf projecten realiseert. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn als voor een bepaald doelpubliek een woningaanbod wil vergroten.
Indien een gemeente reeds gronden in eigendom heeft of bereid is er te kopen, kan zij die gebruiken om sociale woningbouw of betaalbare woningprojecten op te realiseren. Ze kan de gronden gewoon verkopen of meer ‘creatieve’ formules uitdenken die ervoor zorg dragen dat de kans maximaal is dat de woningen die er uiteindelijk worden gerealiseerd ook betaalbaar zijn, bijvoorbeeld door het afsluiten van een erfpachtformule of opstal.
Subsidiering
Gemeenten of OCMW’s die sociale woonprojecten wensen te realiseren kunnen aanspraak maken op een subsidie, zowel voor:
- De verwerving van onroerende goederen (zowel woningen, gebouwen als gronden)
- De aanleg of aanpassing van de wooninfrastructuur
- De bouw, renovatie, verbetering of aanpassing van sociale huurwoningen
- De bouw of renovatie van sociale koopwoningen
Lees er hier meer over.
Meer weten?
Bent u lokaal mandataris of werkt u voor een lokaal bestuur en hebt u een vraag over dit thema? Dan kunt u contact opnemen met Xavier Buijs.