Navigatiekoppelingen overslaan
werking & organisatie
sociaal beleid
welzijnsvoorzieningen
vrijetijdsbeleid
Economie & Werk
omgeving
veiligheid
internationaal
onderwijs
  
VVSG > omgeving > Mobiliteit
Zoeken

Mobiliteit

 

 

Mobiliteitsstudie vereist bij bepaalde stedenbouwkundige vergunningen

Door een wijziging van het besluit betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning is het opstellen van een mobiliteitsstudie vereist bij de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning als de aanvraag betrekking heeft op één of meer van de volgende projecten:

  • het aanleggen van ten minste 200 parkeerplaatsen, of het wijzigen van een bestaande parkeergelegenheid telkens het aantal parkeerplaatsen door de wijziging de drempel van 200 parkeerplaatsen of een veelvoud ervan overschrijdt;
  • het bouwen van ten minste 250 woongelegenheden;
  • het bouwen van gebouwen of gebouwencomplexen voor handel, horeca, kantoorfuncties en diensten van ten minste 7 500 m2, of het uitbreiden van dergelijke gebouwen of gebouwencomplexen, als de totale brutovloeroppervlakte door die uitbreiding de drempel van 7500 m2 of een veelvoud ervan overschrijdt;
  • het bouwen van gebouwen of gebouwencomplexen voor de vestiging van industrie, K.M.O. en ambacht van ten minste 15 000 m2, of het uitbreiden van dergelijke gebouwen of gebouwencomplexen, als de totale brutovloeroppervlakte door die uitbreiding de drempel van 15 000 m2 of een veelvoud ervan overschrijdt.

De gemeenteraad kan indien nodig of wenselijk strengere criteria bepalen.

De verplichting tot het opstellen van een mobiliteitsstudie geldt niet in de volgende gevallen:

  • 1° als het project is onderworpen aan een milieueffectenrapportage waarin de te verwachten of mogelijke mobiliteitseffecten van dat project al worden geanalyseerd en geëvalueerd;
  • 2° als het project deel uitmaakt van een verkavelingsproject waarvoor een verkavelingsvergunning werd verleend waarbij een mobiliteitsstudie werd gevoegd bij de verkavelingsaanvraag.

Een mobiliteitsstudie is een document waarin de te verwachten of mogelijke mobiliteitseffecten van een voorgenomen project worden geanalyseerd en geëvalueerd, en waarin aangegeven wordt op welke wijze de nadelige mobiliteitseffecten vermeden, beperkt of verholpen kunnen worden. De mobiliteitsstudie moet voor advies voorgelegd worden aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid.
De gemeenteraden moeten de voorschriften van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen die gelden voor de opmaak en de inhoud van een mobiliteitsstudie of alle daarmee vergelijkbare studies of rapporten binnen een termijn van 6 maanden in overeenstemming brengen met bijlage 1 van dit besluit.

BVR 03.07.2009 wijz. BVR 28.05.2004 betr. de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, B.S. 10.08.2009, Inforumnr 240342
BVR 05.06.2009 tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen, B.S. 24.08.2009, Inforumnr 240887

 

Overdracht provinciewegen naar Vlaams gewest en gemeenten
12.06.2008
Eind 2007 is het overleg gestart om de concrete overdracht van de provinciewegen naar het Vlaams gewest en de lokale overheden te regelen. Uit een inventarisatie blijkt dat een derde van de provinciewegen – of 218 km, gespreid over een 45-tal steden en gemeenten – een lokale functie hebben. Momenteel worden de overdrachtsmodaliteiten besproken, met afspraken over bijvoorbeeld vergunningen en concessies, rioleringen, bodemsanering,enzovoort. Die afspraken zullen in een protocol gegoten worden. Momenteel is het nog niet duidelijk of eerst alle provinciewegen overgedragen worden naar het gewest, en vervolgens die met een lokale functie naar de gemeenten. Of die met een lokale functie direct naar de gemeenten. Of die met een lokale functie in goede staat direct naar de gemeenten en de andere via het Vlaams gewest. In elk geval lijkt het zinvol om bij een een directe overdracht naar gemeenten ook een protocol met duidelijke afspraken op te maken. Het protocol dat uitgewerkt wordt tussen het Vlaams gewest en de provincies is daarvoor allicht een goed vertrekpunt.
Ook is er nog allerminst duidelijkheid over de projecten die door de provincies aangekondigd werden, maar in het zicht van de overdracht afgevoerd werden (waardoor de kosten voor die projecten zo dus doorgeschoven worden naar de lokale besturen?!)
Ondertussen heeft het Vlaams gewest ook de staat van de provinciewegen opgemeten. Gemeenten zullen per provincieweg op hun grondgebied één globaal resultaat krijgen. Voor die wegen die niet in goede staat zijn, moet de overheid die de weg aan de gemeente overdraagt hetzij de nodige werkzaamheden uitvoeren hetzij, bij wijze van alternatief, een financiële tegemoetkoming aan de betrokken gemeente geven. En sowieso is bij de overdracht van een weg naar een gemeente de instemming van de gemeenteraad vereist.

 

Staatshervorming en mobiliteit
12.06.2008
Het communautair akkoord omtrent (de eerste fase van) de staatshervorming hevelt ook verschillende bevoegdheden in verband met de verkeersveiligheid over. In het ‘Voorstel van de Raad van Wijzen met betrekking tot de staatshervorming’ van 26 februari 2008 lezen we dat het gaat om:

  1. Het bepalen van de snelheidsbeperkingen op de openbare wegen, met uitzondering van de autosnelwegen;
  2. Handhaving. Het is de bedoeling de gewesten toe te laten administratieve boetes op te leggen bij bepaalde overtredingen van federale regelgeving (zoals het verkeersreglement, het KB inzake technische eisen, etc…). Het voorstel voorziet tevens dat voor die specifieke overtredingen voortaan nog een administratieve afhandeling geldt en er niet langer penale sancties kunnen worden opgelegd. Het is evenwel niet de bedoeling dat de politie haar bevoegdheid en taak zou verliezen deze inbreuken vast te stellen. Wat de repercussies zijn voor het Verkeersveiligheidsfonds, politiezones en gemeenten (= afromen door de Vlaamse overheid van de compensatie voor de meerkost van de politiehervorming?) is niet duidelijk;
  3. Reglementering inzake het plaatsen en het toezicht op de verkeerstekens en de aanvullende reglementen op de wegen, met uitzondering van de verkeerstekens en aanvullende reglementen met betrekking tot douanestroken, aan overwegen en kruisingen met spoorwegen en op de militaire wegen;
  4. Veiligheidsnormeringvoor de wegeninfrastructuur;
  5. Het toezicht op de technische voorschriften voor voertuigen in het wegverkeer;
  6. Rijscholing;
  7. Verkeer op de waterwegen en binnenvaart;
  8. Maximaal toegelaten massa’s, ladingzekering, rij- en rusttijden.

De tekst omvat ook een luik over onteigeningen, met vermelding van de aankoopcomité’s. Of dit een piste biedt om de bottle neck in onteigeningsdossiers bij bijvoorbeeld modules 13 te ondervangen is niet duidelijk.