De omgevingsvergunning komt eraan
(02.04.2012)
De milieuvergunning en de stedenbouwkundige vergunning zullen verdwijnen als afzonderlijke instrumenten en opgaan in één 'omgevingsvergunning'. Dat staat in de conceptnota die de Vlaamse regering op 23 december 2011 uitbracht.
Hoe ziet de omgevingsvergunning eruit volgens de conceptnota?
Bevoegdheidsverdeling
De omgevingsvergunning zal in principe worden afgeleverd door het schepencollege, tenzij de aanvraag een afweging door een provinciale of gewestelijke overheid vereist. De provincie zal bevoegd zijn als het gaat om een aanvraag voor een omgevingsvergunning van klasse 1 inrichtingen. Het gaan dan vooral om grote bedrijven die een behoorlijke milieuimpact kunnen hebben. De Vlaamse overheid zal bevoegd zijn om over aanvragen van projecten die een Vlaamse uitstraling hebben te beslissen. Er wordt dan gedacht aan aanvragen voor belangrijke verkeersinfrastructuren en havens.
De gemeenten zullen dus bevoegd blijven voor aanvragen die momenteel onder klasse 2 en 3 (vergunnings- resp. meldingsplichtig) vallen. Wel is het voornemen de bestaande indelingslijst flink aan te passen. De gemeenten zullen daarom in de toekomst over een pak méér inrichtingen moeten oordelen dan nu het geval is bij milieuvergunningsaanvragen.
Verloop van het dossier en beroep
Het is de bedoeling de procedure zodanig uit te schrijven dat kleinere foutjes in de procedure of kleine aanpassingen in het project in de loop van de aanvraag nog kunnen worden rechtgezet of aangepast. Op die manier wordt onnodige vertraging vermeden. Tegen een beslissing over een omgevingsvergunning zal -vanzelfsprekend- in beroep kunnen worden gegaan.
Advisering
Er worden op de drie bestuursniveaus omgevingsvergunningscommissies in het leven geroepen. De lokale omgevingsvergunningscommissie zal het college bij bepaalde, meer ingewikkelde aanvragen bijstaan in haar beslissing, door -in consensus- advies te geven over de aanvraag. Bovendien zullen ook aanvragen voor een omgevingsvergunning van de gemeentelijke overheid zélf aan zo'n commissie voor advies moeten worden voorgelegd.
Handhaving
Indien de omgevingsvergunning niet wordt nageleefd zal de huidige sectorale regelgeving op het vlak van stedenbouwkundige en milieumisdrijven blijven bestaan. Wel wordt aangegeven dat nog wordt onderzocht hoe een geïntegreerd handhavingsbeleid kan worden georganiseerd.
Overgang
De omgevingsvergunning zal in één keer worden ingevoerd. De stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning en omgevingsvergunning zullen dus niet een tijdje naast elkaar bestaan. Toch zal, volgens de conceptnota, er een 'doordachte fasering' in acht worden genomen die rekening houdt met de vereiste know how en capaciteit van gemeenten.
Wat vinden de gemeenten?
De gemeenten gaan akkoord met de integratie van bouw- en milieuvergunning als de daarvoor noodzakelijke bevoegdheidsverschuiving ook financieel vertaald wordt. Dat zegt de VVSG in haar standpunt van 1 maart 2012 over de conceptnota omgevingsvergunning van de Vlaamse regering.
De gemeenten staan positief tegenover de doelstellingen die de omgevingsvergunning nastreeft, in het bijzonder het versnellen en op elkaar afstemmen van procedures voor de projecten die zowel een milieuvergunning als een stedenbouwkundige vergunning nodig hebben.
De gemeenten staan achter de integratie als hierdoor meer bevoegdheden naar de gemeenten komen. De lokale overheid heeft immers de beste terreinkennis en dat draagt bij tot een kwalitatieve besluitvorming over de aanvragen. Voorwaarde daarbij is wel dat die bevoegdheidsverschuiving gepaard gaat met bijkomende financiering en het synthese-advies van de vergunningscommissie behouden blijft.
In die optiek pleiten de gemeenten voor een maximale deklassering van klasse 1 naar klasse 2A. De gemeente beoordeelt dan zowel het stedenbouwkundig als het milieuluik, hetgeen een integrale afweging in meer gevallen mogelijk maakt.
De lijst met projecten waarover de Vlaamse overheid moet beslissen, daarvan vinden gemeenten dat die minimaal moet zijn. Een lange lijst met Vlaamse projecten beperkt de sturingsmogelijkheden van de lokale overheid. Het is wel goed dat de hoedanigheid van de aanvrager niet meer relevant zal zijn om te bepalen welke overheid bevoegd is over een aanvraag.
Bij het beoordelen van aanvragen waarvoor de gemeente niet bevoegd is, pleiten we ervoor dat verplicht advies wordt gevraagd aan de gemeente, naast het advies van de vergunningscommissie. Dit eigen advies is gerechtvaardigd omwille van het feit dat de lokale overheid een apart bestuursniveau is. De gemeenten vragen de regelgeving zodanig uit te werken dat zij daarnaast als vertegenwoordiger met raadgevende stem kunnen deelnemen aan de verschillende vergunningscommissies.
Het invoeren van de omgevingsvergunning is één van de antwoorden op de vraag naar versnelling van investeringsprojecten. Het is echter ook op het vlak van ruimtelijke planning en milieueffectrapportering dat tijdswinsten kunnen worden geboekt. De gemeenten dringen erop aan dat de Vlaamse regering ook werk blijft maken om op dat vlak vooruitgang te boeken.
Verder zijn de gemeenten ervoor te vinden dat er gezocht wordt naar meer ‘probleemoplossend vermogen’ van de vergunningsprocedure (‘bestuurlijke lus’, termijnverlenging met goedkeuring aanvrager,...), mits voldoende waarborgen voor de rechtszekerheid van eenieder. Daarnaast kan tijdswinst worden geboekt door het voeren van een ‘perfect’ informeel voortraject, maar het is niet verstandig dit te formaliseren.
Als uit de aanvraag voor het ene luik van de omgevingsvergunning duidelijk blijkt dat ook het andere luik moet worden aangevraagd, moet de gemeente het tegelijk behandelen van beide luiken kunnen afdwingen, door zo’n aanvraag onontvankelijk of onvolledig te verklaren. Zoniet gaat immers een van de voordelen van de omgevingsvergunning verloren, omdat men dan nog steeds het stedenbouwkundig en milieuaspect afzonderlijk behandelt. Als er geen manier bestaat om beide luiken tegelijk te doen aanvragen, wordt best de bestaande koppelingsregeling behouden.
De gemeenten vragen dat de Vlaamse regering ook op het vlak van handhaving tot een echt samenhangend instrumentarium komt, dat vlot werkbaar is voor de handhavende overheid, met een duidelijk zicht op de taakverdeling tussen gemeente, provincie en gewest en tussen administratieve en gerechtelijke handhaving.
De besluitvorming rond de omgevingsvergunning wordt nodeloos verzwaard met een aantal andere gekoppelde voornemens, zoals:
- de permanente milieuvergunning. (parallel besproken conceptnota) De gemeenten werken liever met een vereenvoudigde procedure voor het hernieuwen van de vergunning, in plaats van de einddatum volledig te laten vallen.
- de gedwongen ontvoogding tegen 2015. dat zien gemeenten niet zitten. Jaarlijks raken immers nog heel wat gemeenten ‘uit zichzelf’ ontvoogd. We pleiten ervoor dat Vlaanderen eerst maatregelen neemt om zaken die de ontvoogding bemoeilijken weg te nemen.
- een volledige herwerking van de Vlarem-indelingslijst die verder gaat dan wat nodig is om de omgevingsvergunning te kunnen doorvoeren.
De gemeenten vragen om de omgevingsvergunning gefaseerd in te voeren, te beginnen met voor de ‘gemengde projecten’, dus voor die inrichtingen die zowel een milieu- als stedenbouwkundige vergunning nodig hebben. Dat maakt een integrale benadering mogelijk én maakt het mogelijk dat ervaring wordt opgedaan alvorens het instrument wordt uitgebreid naar alle aanvragen. De omgevingsvergunning mag er immers niet toe leiden dat de procedure verzwaard wordt voor projecten die nu slechts één van beide vergunningen nodig hebben.
Wat vinden anderen ervan?
Hier vindt u de adviezen die over de conceptnota's werden uitgebracht:
- door de VVSG (01.03.2012; over beide conceptnota's)
- door de VVP (27.02.2012; afzonderlijke adviezen over de omgevingsvergunning en over de permanente milieuvergunning
- door de SARO (22.02.2012; alleen over de omgevingsvergunning)
- door de Minaraad en de SERV: afzonderlijke adviezen over de omgevingsvergunning (01.03.2012) en over de permanente milieuvergunning (22.03.2012)
Wat gebeurt er nu verder?
Mede op basis van het uiteindelijke VVSG-standpunt zullen de conceptnota's worden bijgesteld en een voorontwerp van kaderdecreet betreffende de omgevingsvergunning en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten worden uitgewerkt. Een 'harde' termijn tegen wanneer de omgevingsvergunning er moet zijn is er niet, maar het is duidelijk dat de bedoeling is dat de omgevingsvergunning er uiterlijk is tegen 2014, het jaar van de Vlaamse verkiezingen.
Meer weten?
Aan de conceptnota's ging een startnota vooraf.
Eind 2011 organiseerde de VVSG drie voormiddagen als informatie- en terugkoppelingsmoment over de startnota.
De presentaties van die studiedagen vindt u hier:
- Antwerpen 23 november 2011
- Roeselare 28 november 2011
- Hasselt 6 december 2011
De discussie over een integratie van de stedenbouwkundige en milieuvergunning is overigens niet nieuw. Ook de vorige Vlaamse regering ondernam een poging daartoe. Tot een integratie kwam het echter niet. Wel is het sinds 1 januari 2010 een verregaande procedurele afstemming mogelijk indien een stedenbouwkundige en milieuaanvraag gelijktijdig worden ingediend. Overigens wordt van deze mogelijkheid nauwelijks gebruik gemaakt. Lees hier meer over de toenmalige discussies.
Een reactie?
Neem contact op met Steven Verbanck (milieu, tel. 02-211 56 12) of Xavier Buijs (stedenbouw, tel. 02-211 56 10)