Moet het milieuconvenant wijken voor gemeentelijke riolen en Milieu-inspectie?
8 april: het witboek
De Samenwerkingsovereenkomst Milieu (milieuconvenant) zal niet vernieuwd worden na 2013. Het geld zal dan gebruikt worden voor gemeentelijke riolen en voor de overname van het gemeentelijke milieutoezicht door gewestelijke handhavers. Dat besliste de Vlaamse regering op 8 april in haar
Witboek interne staatshervorming (p. 107, doorbraak D.38):
“Binnen de Samenwerkingsovereenkomst Leefmilieu, die loopt tot en met 2013, gaat jaarlijks ongeveer 25 miljoen euro naar gemeenten en provincies en worden vragen gesteld bij de beperkte meerwaarde in verhouding tot de als overmatig ervaren planlast. Gegeven de maturiteit die het lokaal leefmilieubeleid ondertussen bereikt heeft en de nood aan investeringsmiddelen voor riolering en aan werkingsmiddelen voor handhaving
wordt het gemeentelijk aandeel van de SO herbestemd naar riolering ten behoeve van gemeenten
en het provinciaal aandeel van de SO, met inbegrip van de middelen van het addendum van de SO gemeenten, naar handhaving vanuit het Vlaams gewest in plaats van vanuit gemeenten respectievelijk provincies.“
De VVSG werd nooit gecontacteerd over dit idee en heeft deze passage zelf moeten ontdekken na publicatie van het witboek. Zelfs uit het witboek zelf blijkt dat dit er op het allerlaatste moment is ingeschoven, want een andere ‘doorbraak’ (D.46) gaat er nog van uit dat het milieuconvenant na 2013 hernieuwd wordt en een luik ‘energie’ zal bevatten.
10 mei: de minister bevestigt
Minister Schauvliege bevestigde dat de samenwerkingsovereenkomst na 2013 niet vernieuwd zal worden toen ze hierover werd ondervraagd
in de commissie leefmilieu van het Vlaams Parlement op 10 mei 2011. Naar aanleiding hiervan, verstuurde de minister ook
een persbericht met dezelfde strekking.
De VVSG vroeg
per brief om enkele verduidelijkingen:
- Wat betreft milieuhandhaving: zal de Vlaamse overheid de hele handhavingstaak - klachtenbehandeling, vaststellingen, sanctionering, tenuitvoerlegging - overnemen? Kunnen gemeenten ervoor kiezen hun huidige bevoegdheden te behouden?
De minister lijkt hiervoor de decretaal voorziene evaluatie te willen afwachten: "Het is dus te vroeg om er echt heel specifieke uitspraken over te doen. Het ankerpunt zit in het witboek, wat ons de mogelijkheid biedt om erover na te denken"
De minister geeft wel al mee de gemeenten niet de keuze te willen laten of zij de staak willen behouden of willen afgeven: "Het invoeren van een keuzemogelijkheid, en dus van een ongelijke aanpak voor de verschillende gemeenten, lijkt ons niet aangewezen. Dat (...) zou eigenlijk neerkomen op het belonen van de gemeenten die niet hebben geïnvesteerd in het lokaal milieuhandhavingsbeleid.”
- Wat betreft de rest van het budget van het milieuconvenant: wordt dit volledig toegevoegd aan de subsidies voor gemeentelijke riolen, of is er ruimte voor een voortzetting van de interessante delen van het milieuconvenant?
Minister Schauvliege: “We zullen bij de implementatie van het Witboek onderzoeken of bijkomende wetgevende initiatieven nodig zijn en welke sensibiliserende of stimulerende maatregelen nodig blijven om lokale besturen te overtuigen te blijven inzetten op een gezond leefmilieubeleid."
"Over de wijze waarop we dat zullen doen, eventueel via een light-versie, moet verder overleg worden gepleegd."
9 juni: VVSG houdt een enquête
De VVSG had op 24 mei een constructief overleg met de minister. Wat betreft de ondersteuning door de Vlaamse overheid van het gemeentelijk milieubeleid na 2013 (na het einde van het milieuconvenant), wenst de minister "een oplijsting van steunmaatregelen die nog noodzakelijk worden geacht" door de gemeenten tegen 15 september.
Om een standpunt hierover te vormen, hield de VVSG een enquête onder de gemeenten.
4/5 juli: Adviesraden reageren alvast kritisch.
De samenwerkingsovereenkomst afschaffen heeft geen bestuurskundige meerwaarde. Dat zegt de Minaraad in haar advies van 5 juli over het witboek interne staatshervorming. De Minaraad vraagt dan ook om te kiezen voor een bijsturing van de samenwerkingsovereenkomst in lijn met het planlastendecreet, en niet voor een afschaffing ervan. De Minaraad vraagt hierbij ook aandacht voor de problematiek van de 270 minawerkers, wiens aanstelling en begeleiding deels via de samenwerkingsovereenkomst wordt gesubsidieerd.
Wat betreft milieuhandhaving stelt de Minaraad voor om te onderzoeken of het principe van de “ontvoogde gemeente” kan toegepast worden. Immers, een aantal gemeenten hebben wel degelijk belangrijke handhavingsinspanningen geleverd. Het is voor hen in het bijzonder nadelig dat er nu een koerswijziging wordt voorgenomen waarbij de Vlaamse overheid alle milieuhandhavingstaken naar zich trekt, of toch minstens de financiering ervan.
De Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving merkt in haar advies van 4 juli allereerst op dat ook zij (net als de VVSG) niet op voorhand betrokken was bij deze passage van het witboek. De verschillende mogelijke lezingen van het witboek zijn erg uiteenlopend; de VHRM stelt daarom dat het voor iedereen belangrijk is dat er snel meer duidelijkheid wordt verschaft. Net zoals de Minaraad, zou de VHRM het betreuren als het witboek ertoe zou leiden dat voorlopers worden gestraft doordat gemeenten die deze koeswijziging niet hebben afgewacht, hun inspanningen niet meer gehonoreerd zouden zien.
12 september: Standpunt VVSG.
De gemeenten willen dat de middelen van het aflopende milieuconvenant vanaf 2014 niet tot rioleringen alleen zou beperkt worden. Verder vragen de gemeenten dat maatwerk mogelijk is bij de organisatie van de lokale milieuhandhaving. Dat blijkt uit een enquête die de VVSG onder de gemeenten hield, n.a.v. het witboek interne staatshervorming. Hier vindt u de resultaten van de enquête en het VVSG-standpunt.
Milieuconvenant
Gemeenten willen in de eerste plaats zekerheid over het bedrag waarop ze een beroep kunnen doen. De investeringssubsidies voor gemeentelijke rioleringen wordt nu echter niet eerst over de individuele gemeenten verdeeld.
In tweede instantie willen zij, binnen de vele milieu-uitdagingen en -verplichtingen die de overheden op zich af zien komen, zelf kiezen waarvoor zij dit prioritair inzetten. De Vlaamse overheid mag de ondersteuning uit het huidige milieuconvenant dus niet volledig heroriënteren naar riolen en milieuhandhaving; er zijn ook nog andere zaken die best ondersteund worden. Zij kunnen dit budget dus geheel of gedeeltelijk in rioleringen investeren, maar evengoed vragen gemeenten om een deel van dat budget te mogen blijven inzetten voor bv. de duurzaamheidsambtenaar of minawerkers of voor concrete projecten rond energiebesparing, reductie van pesticidengebruik, natuur, water,…
VLINTER, de koepel van de Vlaamse streekontwikkelings-intercommunales, nam een grotendeels gelijklopend standpunt in.
Milieuhandhaving
Over de toekomst van de lokale milieuhandhaving zijn de meningen erg verscheiden. Maatwerk is noodzakelijk. Wat de minister wil, één bevoegdheidsverdeling geldend voor alle gemeenten, is onmogelijk. Zowel de bedrijven die de gemeenten op hun grondgebied te controleren vinden, als het ambtenarenkorps waarop de gemeenten hiervoor een beroep kunnen doen, verschillen teveel van gemeente tot gemeente, om één regeling te kunnen uitwerken die iedereen past.
De oplossing moet erin bestaan dat gemeenten de taak en de erbij horende financiering kunnen behouden als ze dat willen, en dat andere gemeenten die kunnen afstaan middels een samenwerkingsverband met de Vlaamse overheid, zoals ze dit nu al kan middels intergemeentelijke samenwerking.
In elk geval, verwachten de gemeenten snel duidelijkheid, en vragen dat intussen het addendum handhaving bij het milieuconvenant wordt nagekomen.
Als de gemeentelijke taak wordt overgenomen, dient de Vlaamse overheid ook de gemeentelijke ambtenaren die momenteel voltijds met handhaving bezig zijn (we denken in de eerste plaats aan de diensten milieutoezicht van Antwerpen en Gent) over te nemen.
Info en reacties: Steven Verbanck.
Milieuconvenant 2008-2013 wordt niet gewijzigd voor de periode 2010-2013
Milieuconvenant 2008-2013 definitief goedgekeurd
(21.12.2007)
De Vlaamse regering heeft op 21 december 2007 de samenwerkingsovereenkomst (milieuconvenant) 2008-2013 definitief goedgekeurd. Het is deze tekst die ter ondertekening aan de gemeenten werd voorgelegd. De gemeenten hadden voor het jaar 2008 tot ongeveer 1 mei 2008 de tijd om te beslissen over intekenen en over het indienen van projectvoorstellen. Gemeenten kunnen elk jaar tegen 1 januari beslissen om alsnog in te stappen of hun ambities te wijzigen.
De vorige samenwerkingsovereenkomst (milieuconvenant) liep eind 2007 af. De volgende milieuconvenant loopt voor zes jaar van begin 2008 tot eind 2013, tot en met het jaar na de volgende gemeenteraadsverkiezingen.
Het budget bedraagt per jaar 25 miljoen euro voor alle gemeenten samen.
De overeenkomst bestaat grofweg uit drie delen:
(1) een basis die elke intekenende gemeente moet uitvoeren en waar een forfaitaire subsidie gerelateerd aan de grootte van de gemeente tegenover staat,
(2) een ‘onderscheidingsniveau’ waarin de gemeente de loonsubsidie voor de duurzaamheidsambtenaar kan verdienen door zelf het nodige aantal acties te kiezen en uit te voeren en
(3) een projectenmodule waarlangs een gemeente eigen projecten kan voorstellen en waarvoor ze een subsidie van in principe de helft van de kosten krijgt.
Positief is alleszins dat de gemeenten een legislatuurovereenkomst aangeboden krijgen.
Eveneens een verbetering is dat de gemeenten in de overeenkomst meer keuzemogelijkheden hebben:
- enerzijds omdat gemeenten kunnen kiezen met welke acties ze het 'onderscheidingsniveau' met de duurzaamheidsambtenaar wil uitvoeren
- anderzijds doordat eigen ideeën van gemeenten als project kunnen ingediend worden.
Basis: In de basis zitten een twintigtal verplichtingen. In ons eerder standpunt stelde de VVSG dat de instapdrempel alleen taken mocht omvatten die al wettelijk verplicht zijn of die al als vanzelfsprekend opgenomen worden door de gemeenten. Gemeenten krijgen hiervoor 1,70 euro per inwoner + 1,40 euro per hectare, met een minimum van 20.000 euro.
'Onderscheidingsniveau': Het onderscheidingsniveau bestaat uit een menu van een zeventigtal acties gekwoteerd op punten. Uit dat menu kiezen de gemeenten zelf welke acties ze uitvoert om de benodigde 35 punten te halen. De subsidie kan gebruikt worden om het loon van een duurzaamheidsambtenaar te betalen.
De subsidie is getrapt:
< 12.000 inwoners: 15.000 euro;
12.000-40.000 inwoners: 30.000 euro;
40.000-200.000 inwoners: 60.000 euro;
Gent: 120.000 euro en Antwerpen: 180.000 euro
Projecten: De VVSG vindt het zeer positief dat een belangrijk deel van het budget vrijgemaakt wordt voor projectvoorstellen van gemeenten. Het gaat om ruim 7 miljoen euro per jaar (exclusief MiNa-werkers). Elke gemeente krijgt de kans om projectvoorstellen goedgekeurd te zien. Individuele gemeenten zullen op voorhand weten op welk bedrag voor projecten zij mogen rekenen: het projectenbudget wordt verdeeld in enveloppen per gemeente, waarbij een gelijkaardige verdeelsleutel wordt gebruikt als in de basis.
Rapportering: Een gemeente omschrijft in haar milieujaarprogramma hoe ze het afgelopen jaar de overeenkomst uitvoerde en hoeft er in de regel geen documenten allerhande als bijlage te voegen.
Totstandkoming van het VVSG-standpunt (8 oktober 2007)
Begin augustus 2007 Minister van leefmilieu Hilde Crevits de VVSG een voorstel van contracttekst voor de samenwerkingsovereenkomst (milieuconvenant) 2008-2013. De VVSG bracht hierover op 8 oktober 2007 een standpunt uit. De VVSG heeft allereerst haar oor te luisteren gelegd op twee terugkoppelingsmomenten per provincie (ongeveer 250 aanwezigen in totaal). Op deze terugkoppelingsmomenten gebruikten we
deze presentatie waarin de overeenkomst werd voorgesteld. Ook de VVSG-milieucommisie (MICOM) heeft zich over de teksten gebogen.
In een brief aan alle gemeenten leggen we ook
vier kwesties voor; de antwoorden van de gemeentebesturen op die vier vragen gaven de richting aan van ons uiteindelijk standpunt.
Naast de opmerkingen op de terugkoppelingsvergaderingen kreeg de VVSG individuele reacties uit honderd gemeenten, waaronder dertig van schepencolleges. We bedanken allen, milieuambtenaren, duurzaamheidsambtenaren en schepencolleges, om op die korte termijn hun zienswijze aan de VVSG door te geven!
VVSG-contact: Steven Verbanck, tel. 02-2115612
Wat was er eind 2006 al duidelijk?
"Met de nieuwe samenwerkingsovereenkomst willen we in de eerste plaats concrete realisaties op het terrein ondersteunen i.p.v. het opstellen van plannen."
Dat staat in de
krachtlijnennota (3p.) van minister Peeters over de samenwerkingsovereenkomst 2008-2013.
Zo zal het in principe gaan om een overeenkomst van zes jaar, t.e.m. 2013, het jaar na de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Maar "tussentijdse aanpassingen zijn mogelijk indien de wetgeving dit noodzakelijk maakt of indien alle partijen hierover akkoord zijn."
De overeenkomst zal opgedeeld worden in een basis en een projectenmodule. De basis zou bestaan uit een puntensysteem: "Voor het bereiken van een doelstelling worden punten gegeven. Mits het behalen van een aantal punten wordt een vergoeding uitgekeerd, waarmee de milieuambtenaar moet betaald worden (niveau 1) en waarmee op niveau 2 een duurzaamheidsambtenaar kan betaald worden."
Inhoudelijk was er nog maar weinig bekend: komen er nieuwe items bij, gaan er bestaande verbintenissen verdwijnen? "Er is op dit ogenblik geen dragvlak om nog verder te gaan inzake integratie. (...) De samenwerkingsovereenkomst blijft in de eerste plaats een milieu-instrument."
"Om de rapportagelast zoveel mogelijk te beperken wordt er maximaal gewerkt met resultaatsverbintenissen, die eenvoudig te meten zijn. Waar nodig kunnen wel nog inspanningsverbintenissen bepaald worden."Ook over die resultaatsverbintenissen, moet nog heel wat denkwerk gebeuren.
Oorspronkelijk standpunt van de VVSG
De gemeenten zijn allereerst blij dat het milieuconvenant ook na 2007 wordt voortgezet, maar wensen hierin meer samenwerking en tweerichtingsverkeer te zien dan nu het geval is. De gemeenten moeten in de opvolger van de samenwerkingsovereenkomst de nodige beleidsruimte vinden om hun milieubeleid te bepalen en uit te voeren. Dat moet volgens de VVSG de rode draad worden doorheen de opvolger van de samenwerkingsovereenkomst.
De milieuconvenant 2005-2007, de "samenwerkingsovereenkomst milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling", liep af in 2007. Een nieuw convenant moet zeer laagdrempelig zijn en tegelijkertijd maatwerk toelaten voor ambitieuze en creatieve gemeenten.
Tegelijk moet een volwassen oplossing gevonden worden voor de papierstroom bij de rapportering door de gemeenten en de schoolexamensfeer bij de beoordeling ervan. Daarom pleit de VVSG voor een visitatiecommissie die in dialoog en ter plaatse de gemeenten beoordeelt.
In 2009 zal ook een onderzoek worden gevoerd naar de optimale bestaffing van de gemeentelijke milieudienst.
Hier vindt u
het standpunt en wat achtergrondinformatie erbij, zoals het aantal ondertekeningen en goedkeuringen.
In het Lokaal-artikel
"Een contract voor milieu na 2007" (2p.) gaven we al enkele voorzetten voor de discussie. De Vlaamse administratie deed zelf ook een voorzet met een "
discussienota" van 39 pagina's.
Interessant is ook het
advies van de minaraad (06.07.2006) over de krachtlijnennota van minister Peeters.