Samenwerkingsovereenkomst gewest-gemeenten "Milieu als opstap naar Duurzame Ontwikkeling" 2005-2007
Steven Verbanck - 9 augustus 2006
Samenvatting
Op 28 mei 2004 keurde de Vlaamse Regering de samenwerkingsovereenkomst 2005-2007goed. Gemeenten kunnen dit contract met de Vlaamse overheid volgens eigen keuze ondertekenen (elk jaar voor 1 april).
De overeenkomst wil de gemeenten stimuleren om verdergaande stappen te zetten in hun milieubeleid, en dat milieubeleid te integreren in hun ander beleid, bijv. door te kiezen voor milieuvriendelijker kantoormaterialen en schoonmaakmiddelen, door energie- en waterverbruik van gemeentelijke gebouwen door te lichten, enz. De overeenkomst geeft gemeenten daarbij de kans om een deel van hun inspanningen en investeringen via subsidies terug te winnen.
Dit is de opvolger van de vroegere gemeentelijke milieuconvenanten. De eerste samenwerkingsovereenkomst gold voor de periode 2002-2004.
In 2005 ondertekenden 251 gemeenten (81 %) de overeenkomst. (We hopen binnenkort ook cijfers te kunnen aanbieden over het aantal ondertekeningen in 2006 én over de beoordeling door de Vlaamse overheid van het jaar 2005.)
Wat er na 2007 zal gebeuren, daarover leest u elders op deze site meer.
Een schematisch maar volledig overzicht van de gemeentelijke convenant-verplichtingen vindt u hier voor de overeenkomst 2005-2007.
Op de website van de Vlaamse overheid vindt u voor welke clusters uw gemeente goedkeuringen ontving maar ook de contracttekst, de toelichting en een handleiding. U kan met uw vragen terecht bij het CAPLO (Centraal Aanspreekpunt Lokale Overheden) van AMINAL (Administratie Milieu, Natuur, Land- en Waterbeheer) waarvan de verschillende contactpersonen op die website vermeld staan (knop "contacteer ons").
VVSG-leden kunnen voor meer info over de samenwerkingsovereenkomst ook terecht bij Steven Verbanck, stafmedewerker leefmilieu.
Top
1 Wat staat in de nieuwe overeenkomst 2005-2007 vergeleken met de aflopende overeenkomst 2002-2004?
De Vlaamse Regering heeft op vrijdag 28 mei 2004 de samenwerkingsovereenkomst (milieuconvenant) 2005-2007 goedgekeurd. Anders dan vorige convenanten waar de contracttekst een kerstcadeau was voor de gemeenten, is er ditkeer meer dan een half jaar op voorhand duidelijkheid over de tekst. De VVSG heeft dit altijd bepleit zodat de gemeenten (en bv. de duurzaamheidsambtenaren) vroeg duidelijkheid hebben en toch wat meer lange-termijn-perspectief zouden hebben.
Hier vindt u zowel de volledige tekst van de overeenkomst als een tekstvergelijking waarin de nieuwe contracttekst 2005-2007 naast de aflopende contracttekst te lezen staat met de wijzigingen erin aangeduid.
Wie niet de tientallen bladzijden contract wil lezen, vindt hier een overzicht van de inhoudelijke verbintenissen.
Per jaar is voor alle ondertekenende gemeenten samen 35 miljoen euro convenantsubsidie voorzien.(Persbericht minister Tavernier 28 mei 2004)
Top
2 Wat leverden de onderhandelingen op?
Samen met de goedkeuring van een contract voor slechts drie jaar (2002-2004); ging de Vlaamse regering in 2001 het engagement aan om de overeenkomst daarna te verlengen voor de drie volgende jaren (2005-2007) na een evaluatie ervan. De Minister had namelijk oorspronkelijk beloofd een overeenkomst af te sluiten voor 2002-2007, zijnde de gemeentelijke legislatuur met één jaar inwerkperiode.
De evaluatie van de samenwerkingsovereenkomst gebeurde door het HIVA (Hoger Instituut voor de Arbeid - KULeuven) op basis van een dertigtal interviews eind 2003. Het evaluatierapport (pdf-file, 122p.) werd afgerond op 7 februari 2004.
Belangrijkste conclusie van dit evaluatierapport was dat het beeld bij gemeenten over de samenwerkingsovereenkomst sterk verbeterd is vergeleken met het milieuconvenant, maar de populariteit ervan lijdt vooral onder de zware papieren rapporteringsprocedure. Zo is het een hele verbetering dat alles in één keer wordt gerapporteerd en beoordeeld, maar het papierwerk is daardoor niet verminderd. De gemeenten appreciëren ook dat zij na een eerste ronde nog bijkomende informatie mogen sturen, maar jammer genoeg moet dit gebeuren tijdens de zomermaanden. Ook de onbegrijpelijke herondertekeningsprocedure heeft de perceptie van de overeenkomst geen deugd gedaan. Belangrijkste opmerking blijft dat de beoordeling gebeurt op basis van papieren rapporteringen: wie vlot kan schrijven, komt er makkelijk van af. In plaats daarvan weerklinkt de roep om een visitatiecommissie: het gewest zou dan steekproefsgewijze de concrete uitvoering ter plaatse komen beoordelen in dialoog met de gemeente.
Op basis van deze evaluatie én op basis van een onvolledig gewestelijk voorstel voor een nieuwe overeenkomst, heeft de VVSG met de gemeenten heeft teruggekoppeld om te komen tot een standpunt waarmee zij met het gewest heeft onderhandeld over de voorliggende samenwerkingsovereenkomst 2005-2007.
In de laatste rechte lijn van de onderhandelingen moesten we focussen op cruciale kernpunten die makkelijk te amenderen zijn; meer secundaire vragen en opmerkingen, hoe interessant ook, moeten we laten voor later. Wel werden de meeste opmerkingen ingewilligd die de VVSG in de laatste rechte lijn maakte. De VVSG vindt het heel positief dat de overeenkomst wordt voortgezet met hetzelfde budget en maakt verder een overwegend positieve inschatting van de aangebrachte wijzigingen in de samenwerkingsovereenkomst; we overlopen er enkele:
- Voor de kleinste gemeenten is de instapdrempel verlaagd.
De 41 gemeenten met minder dan 7.500 inwoners hoeven slechts instrumentarium, water en vaste stoffen te kiezen om te mogen intekenen; zij hoeven niet langer ook nog twee andere clusters te kiezen.
- De cluster Burgers en Doelgroepen, die veel interpretatieproblemen gaf en waar weinig tegenover stond, blijft alleen nog bestaan op niveau 3.
- Het voorschot van ongeveer de helft van de subsidies, zal nu ook effectief in de eerste helft van het jaar worden uitbetaald.
Daar waar vroeger het "voorschot" werd uitbetaald na de beoordeling van de planning (= begin van het jaar nadien), zullen de gemeenten nu een echt voorschot krijgen bij de indiening van het milieujaarprogramma (in april van hetzelfde jaar).
Het concrete bedrag van het voorschot is niet langer precies de helft van elk subsidiebedrag, maar bestaat nu uit nl. de volledige subsidie voor instrumentarium en de duurzaamheidsambtenaar en de helft van de subsidie van vaste stoffen niveau 1, wat neerkomt op ongeveer de helft van het volledige subsidiebedrag.
Gemeenten die nieuw intekenen krijgen geen voorschot voor een duurzaamheidsambtenaar (want die zal meestal nog niet zijn aangeworven), gemeenten die al hadden ingetekend en bij de laatste beoordeling waren afgekeurd voor de duurzaamheidsambtenaar en/of de cluster vaste stoffen niveau 1, krijgen hiervoor ook geen voorschot, maar in beide gevallen kunnen ze wel op basis van hun rapportering naderhand het hele subsidiebedrag krijgen.
- De herondertekeningsprocedure wordt afgeschaft.
Onder de aflopende overeenkomst, zetten de Minister pas na de beoordelingen zijn handtekening onder de overeenkomst als alle clusters werden goedgekeurd. Werd een bepaald clusterniveau afgekeurd, dan moest de gemeente de overeenkomst "herondertekenen" zonder de afgekeurde cluster (en eventueel een derde keer tekenen met de afgekeurde cluster er weer bij voor het volgende jaar). Niet alleen was dit een voor de gemeenten onnodige procedurestap, het vertraagde ook de uitbetaling van de subsidies tot de overeenkomst was herondertekend.
In de nieuwe overeenkomst zal de Minister in twee bewegingen tegentekenen: een eerste keer bij de indiening voor de onderdelen waarvoor een voorschot moet worden uitbetaald, een tweede keer na beoordeling van de rapportering voor de onderdelen waarvoor het saldo zal worden uitbetaald.
- Kleinere gemeenten krijgen minstens 20.000 euro subsidie.
Voor het instrumentarium zouden 43 gemeenten minder dan 10.000 euro subsidie krijgen op basis van de formule "0,80 euro/inw. + 1,40 euro/ha"; zij rijgen in de nieuwe overeenkomst het minimumbedrag van 10.000 euro. In de aflopende overeenkomst was het minimum 5.000 euro, wat voor slechts 8 gemeenten relevant was.
Voor de cluster vaste stoffen niveau 1 zouden 117 gemeenten met minder dan 11.111 inwoners minder dan 10.000 euro subsidie krijgen op basis van de formule "0,90 euro/inw."; zij krijgen ook hier nu minstens 10.000 euro. Vroeger was hier geen minimum bepaald.
- Grote steden kunnen de subsidie voor een duurzaamheidsambtenaar niveau A krijgen ook als ze slechts een duurzaamheidsambtenaar niveau B hoefden aan te werven.
Alhoewel de bijsturing volgens de Minister uitging van een "vereenvoudiging van de procedures, minder regeltjes en papierwerk en meer duidelijkheid omtrent de wederzijdse contractuele verplichtingen", blijft het ambtenarees, de papieren rapportering en de lange lijst aan sensibilisatieverplichtingen een niet zo eenvoudig te verhelpen pijnpunt, samen met het ecologisch beheer van waterlopen als convenantverplichting.
We bedanken in elk geval iedereen die heeft meegeholpen aan de totstandkoming van ons standpunt!
Info en reacties zijn welkom bij Steven Verbanck tel. 02-2115612
Top
3 Hoe ondertekenen?
Het ondertekeningsformulier moet elk jaar tegen 1 april worden opgestuurd naar AMINAL, in vijfvouw en met als bijlagen: de gemeenteraadsbeslissing tot ondertekening, het advies van de milieuraad en het milieujaarprogramma.
De VVSG betreurt wel dat de overeenkomst plots jaar per jaar moet ondertekend worden, in tegenspraak met de contracttekst die uitgaat van een driejarige overeenkomst 2005-2007.
In nogal verwarrende omstandigheden en in tegenspraak met eerdere verklaringen, heeft AMINAL begin 2006 bovendien beslist dat het de gemeenteraad en niet het schepencollege moet zijn die jaarlijks deze herondertekening moet doen.
De gemeenten krijgen hiermee extra jaarlijks papierwerk, terwijl de minister in zijn beleidsnota specifiek voor de samenwerkingsovereenkomst administratieve vereenvoudiging belooft. Bovendien was het afschaffen van een (andere) herondertekeningsprocedure, nu net een verbetering van de overeenkomst 2005-2007 t.o.v. de overeenkomst 2002-2004.
Als alles opgestuurd is, wat gebeurt er dan?
Gemeenten die de aflopende overeenkomst al tekenden en goegekeurd werden voor 2004, krijgen een echt voorschot: ongeveer de helft van de subsidies wordt drie maanden na ondertekening uitbetaald. (meer bepaald: instrumentarium niveau 1 + duurzaamheidsambtenaar + 50% van de cluster vaste stoffen niveau 1). Gemeenten die de overeenkomst nog niet eerder ondertekenden, krijgen hun voorschot pas nadat een visitatiecommissie is langsgeweest.
Om het voorschot te kunnen uitbetalen, zal de minister eerst die onderdelen tegenondertekenen. De rest van het formulier wordt ondertekend na de definitieve beoordeling. Als een gemeente voor bepaalde onderdelen is afgekeurd, zal een herondertekening voor dat afgelopen jaar niet meer nodig zijn.
Nieuw in het ondertekeningsformulier is ook dat na de definitieve beoordeling (eind december) de gemeenten tot 1 februari de tijd krijgen om "bezwaar" in te dienen bij de minister, zoniet wordt ze geacht akkoord te gaan met de beoordeling. Dat betekent dat vastgelegde subsidies definitief vervallen als een gemeente werd afgekeurd en geen bezwaar maakt binnen de maand na die beoordeling.
Top
4. Aantal ondertekeningen
Meer dan 81% van de gemeenten ondertekende in 2005 de samenwerkingsovereenkomst (milieuconvenant)
We hopen binnenkort ook cijfers te kunnen aanbieden over het aantal ondertekeningen in 2006 én over de beoordeling door de Vlaamse overheid van het jaar 2005.
In 2005 hebben 251 gemeenten (81%) beslist om in te tekenen op de samenwerkingsovereenkomst. Dat blijkt uit de milieujaarprogramma’s die de gemeenten tegen 1 april moesten indienen; er zijn ook gegevens per gemeente beschikbaar.
De nieuw intekenende gemeenten zijn Ardooie, Baarle-Hertog, Drogenbos, Glabbeek, Halle, Hechtel-Eksel, Hooglede, Maarkedal, Meeuwen-Guitrode, Mesen, Schilde, Sint-Niklaas, Zaventem en Zonnebeke. Het zijn vooral een aantal kleine gemeenten die nu de stap hebben gezet om in te tekenen. Op vraag van de VVSG is de instapdrempel voor hen immers verlaagd en dit blijkt, althans voor de ondertekeningen, effectief resultaat te hebben opgeleverd. Daartegenover staan drie gemeenten die niet meer meedoen.
Als we over de jaren heen vergelijken, is het aantal ondertekeningen niet meer zo hoog geweest sinds de milieuconvenant in 2001 vervangen werd door de samenwerkingsovereenkomst.
Eén op vier gemeenten (124) hebben de subsidie voor een duurzaamheidsambtenaar aangevraagd; ook dat zit in stijgende lijn: in 2004 waren er 108 gemeenten met een duurzaamheidsambtenaar.
Als we de optionele onderdelen bekijken, merken we dat in niveau 1 ‘natuurbeleid’ het meest populair is (73% van de gemeenten tekent hierop in), en op niveau 2 ‘energie’ (24%).
Top
5. Rapporteren over milieuconvenant had eenvoudiger gekund - VVSG deed vergeefs voorstellen.
Vanaf 2006 hadden gemeenten minder moeten rapporteren over de milieuconvenant.De VVSG had hiervoor op 15 april concrete vereenvoudigingsvoorstellen doorgestuurd naar de minister en de administratie. Er werd niets gewijzigd aan de inhoudelijke verplichtingen van beide partijen, noch aan de subsidies die de gemeenten kunnen verdienen. Naast het schrappen of herschrijven van de rapporteringsverplichtingen ging het ook over concrete afspraken bij de beoordelingsprocedure.
De minister heeft hierover uiteindelijk niets beslist.
Zo moet het volgens de VVSG mogelijk zijn dat een aantal gemeenten al tijdens de "eerste zit" (1 april – 1 juli) een goedkeuring krijgen.Totnogtoe moest telkens elke gemeente wel voor een of ander onderdeel "bijkomende informatie" indienen, alle gemeenten kregen dus elk jaar "tweede zit" (15 september – 1 december).
Ook vindt de VVSG dat niet elke gemeente alles tot in het detail moet uitwerken. We vragen dat gemeenten meer summier mogen rapporteren en dat alleen van een steekproef van gemeenten meer gedetailleerde informatie wordt opgevraagd. Nog beter ware het dat het niet altijd om een papieren afstandelijke controle gaat, maar dat een "visitatiecommissie" jaarlijks enkele gemeenten bezoekt om de realisaties op het terrein te komen bekijken.
Tenslotte zijn de voorwaarden voor een eigen innovatief project (niveau 3) zo streng dat de afgelopen jaren slechts één gemeentelijk project werd goedgekeurd en een nieuw project ten vroegste in 2007 kan starten.
Ons standpunt bestaat uit een uitgeschreven kadertekst en een overzichtstabel met puntsgewijze voorstellen om de rapporteringsverplichtingen te verlichten.
Top
(Steven Verbanck, stafmedewerker leefmilieu, 20.01.2006)