Navigatiekoppelingen overslaan
werking & organisatie
sociaal beleid
welzijnsvoorzieningen
vrijetijdsbeleid
Economie & Werk
omgeving
veiligheid
internationaal
onderwijs
Platteland
  
VVSG > omgeving > Milieu > milieudiensten optimale bestaffing
Zoeken

Hoeveel volk op de gemeentelijke milieudiensten? eindrapport voorgesteld

(30.09.2010)

 

Op 13 september stelden HIVA ern Arcadis hun studie naar de bestaffing van de milieudiensten voor. Het was geen eenvoudige klus. De onderzoekers bedanken de gemeenten die de enquête invulden (hoge respons !) en degenen die aan tijdschrijven deden.

De gemeenten en hun milieudiensten vertonen een erg heterogeen beeld. Zelden lijken twee milieudiensten echt op elkaar, met soms kleine en vaak grotere verschillen. Bij de statistische analyse werden slechts een beperkt aantal factoren geïdentificeerd om de verschillen in bezetting van de milieudiensten te verklaren. Voor verschillende vermoedens werd niet steeds bevestiging gevonden in de ‘harde’ statistieken.

Tijdens het onderzoek kwam naar voor dat de milieudienst van een kleinere gemeente (tot 15.000 inw.) niet noodzakelijk een lagere relatieve bezetting kent (VTE per inwoner). Wel hadden de onderzoekers de indruk dat de kleinste gemeenten met een soort ‘schaalnadeel’ te kampen hebben. Immers, een aantal taken van de milieudienst zijn (voor een deel) vast, en resulteren niet tot minder werk omdat de gemeente kleiner is. Door deze vaste taken zou een kleine gemeente eerder een hogere relatieve bezetting (VTE per inwoner) nodig hebben. Er lijkt dus een ‘kritische ondergrens’ te bestaan voor de bezetting van de milieudienst van een gemeente; intuïtief lijkt het voor de onderzoekers moeilijk om alle taken uit te voeren met minder dan 1 VTE, zelfs voor een (heel) kleine gemeente.

Een tweede eindbeschouwing hangt samen met de vraag naar oorzakelijke verbanden (wat beïnvloedt wat?). De studie ging er oorspronkelijk van uit dat het takenpakket bepaalt hoeveel VTE er wordt ingezet. Tijdens het onderzoek kwam echter de indruk tot stand dat het verband in beide richtingen werkt: het aantal personeelsleden wordt deels door andere, moeilijk meetbare factoren bepaald (prioriteiten van het bestuur, persoon van de milieuschepen,…), en met dat aantal vol- of deeltijdse mensen tracht de dienst dan maar zoveel mogelijk prioritaire taken uit te voeren.

Het statistisch onderzoek leidde ook tot een middel voor onderlinge vergelijking van gemeenten. Het peilde naar mogelijke verbanden tussen enerzijds karakteristieken van gemeenten en anderzijds (1) de perceptie van die gemeenten over voldoende of onvoldoende bezetting van de milieudienst en (2) de bezetting van de milieudienst, in absolute en relatieve cijfers (aantal VTE resp. aantal VTE per 10.000 inwoners). Zo kan een gemeente zich vergelijken met gemeenten met dezelfde typologie (een van 15 clusters) die menen dat ze een (bijna) voldoende bezette milieudienst hebben. Hiervoor werd een rekenmodule ontwikkeld. Let wel: de uitkomst hiervan dient niet als norm, maar enkel als vergelijkingsbasis.

Het was op de voorstelling (13 september) nog niet duidelijk via welke weg de rekenmodule zou verspreid worden.

Zie het volledige onderzoeksrapport ...

Opmerkingen en reacties zijn welkom bij Steven Verbanck, tel. 02-2115612