GDI-Vlaanderen plan 2011-2015
een mogelijk toekomstbeeld
Informatie met een ruimtelijke component wordt steeds belangrijker. Meer en betere informatie betekent ook betere dienstverlening, ook voor lokale besturen. Bekijk de volgende video voor een mooi toekomstbeeld wanneer men de digitale dienstverlening gaat combineren met plaatsgebonden informatie:
http://www.mijnregiokortrijk.be/video
Om dit te kunnen realiseren moet er nog heel wat gebeuren. De nodige gegevensbronnen moeten opgebouwd worden. Afspraken moeten gemaakt worden rond het uitwisselen van gegevens. Het GDI-decreet biedt het kader waarin dit gebeurt. Het GDI-plan Vlaanderen 2011-2015 legt de stappen vast voor de volgende 5 jaar.
GDI-Vlaanderen plan 2011-2015
De Vlaamse Regering heeft op 8 oktober het GDI-Vlaanderen-plan voor de periode 2011-2015 goedgekeurd. Dit plan moet bijdragen tot het optimaliseren van de aanmaak, het gebruik, de uitwisseling en het beheer van geografische informatie binnen de overheid in Vlaanderen. Het plan steunt op de 3 beleidsprioriteiten inzake geografische informatie die geformuleerd zijn in de beleidsnota Algemeen Regeringsbeleid 2011-2014, nl. vastgoed en percelen, mobiliteit en economie.
Centraal staat de uitbouw van een geografische kruispuntbank, waarbij zowel overheid, burger als bedrijf vlot kunnen gebruik maken van geografische informatie.
Het plan geeft een overzicht wat er de volgende 5 jaar op het vlak van geografische gegevens en de uitwisseling ervan dient te gebeuren. Voor lokale besturen wordt het duidelijk dat ook zij de volgende jaren steeds meer betrokken zullen worden. Bij vele operationele doelstellingen die de Vlaamse overheid stelt, zullen lokale besturen op één of andere manier een rol spelen. Soms zal de rol zich beperken tot het aanreiken van bepaalde gegevens. In andere gevallen krijgt het lokale bestuur een grote verantwoordelijkheid toegekend als beheerder van data.
We overlopen de doelstellingen waarbij een lokaal bestuur een betrokken partij kan zijn.
2.1. De digitale dienstverlening aan burgers, bedrijven en organisaties uitbouwen
In dit onderdeel zal de ontwikkeling en de uitwerking van een oplossing niet de taak zijn van een lokaal bestuur. Steden en gemeenten zullen echter wel betrokken worden bij het aanleveren van de nodige gegevens om de digitale dienstverlening te kunnen uitbouwen. Vaak zullen deze gegevens digitaal doorgestuurd moeten worden. Interne processen moeten hierop afgestemd worden.
· 2.1.2. Gedigitaliseerd proces van de stedenbouwkundige vergunning.
Dit project wil de informatie-uitwisseling tussen alle mogelijke actoren bij de bouwaanvraagprocedure digitaliseren en stroomlijnen van de bouwaanvraag tot de statistische verwerking. De uiteindelijke bedoeling is dat iedereen die een bouwaanvraag indient ook de status van deze aanvraag kan opvolgen en contact kan opnemen met alle betrokken diensten van de overheid via één loket.
· 2.1.3. Gedigitaliseerd proces van het inlichtingenformulier vastgoedinformatie.
Het inlichtingenformulier vastgoedinformatie (of de “notarisbrief”) is nu nog een papierformulier dat de notaris gebruikt om informatie op te vragen bij het gemeentebestuur wanneer tot de eigendomsoverdracht van een onroerend goed wordt overgegaan. De ambtenaar van het lokale bestuur haalt deze informatie zowel uit lokale gegevensbronnen als uit externe gegevensbronnen van andere overheden.
· 2.1.4. Harmonisering procedures rechten van voorkoop.
Het e-voorkooploket voor het beheer en de bekenmaking van de Vlaamse voorkooprechten zal worden geoptimaliseerd. Dit loket zal worden beheerd door de Vlaamse grondenbank (VLM). Gemeentebesturen. Begunstigden van een voorkooprecht moeten wel (jaarlijks opnieuw?) doorgeven voor welke percelen zij een recht van voorkoop hebben en op basis van welke regelgeving.
· 2.1.7.Aanmaak en beheer middenschalig wegenbestand (Middenschalig Referentiebestand-wegen).
Er wordt een actueel en gebiedsdekkend wegenbestand aangemaakt met officiële staatnamen en wegnummers. Lokale besturen zullen vooral betrokken zijn bij de bijhouding ervan.
· 2.1.9. Het ontsluiten en uitwisselen van geo-informatie tussen de beheerders en gebruikers van kabel- en leidinginformatie bevorderen.
Nu is het al mogelijk om een aanvraag voor informatie over kabels en leidingen digitaal door te sturen via het KLIP-portaal naar de beheerder. In de toekomst zal het IMKL (Informatiemodel Kabels en Leidingen) verder uitgewerkt worden, zodat tegen 2014 de gevraagde informatie ook digitaal kan teruggestuurd worden. Ook lokale besturen kunnen beheerder zijn van kabels en leidingen en zullen deze informatie digitaal moeten aanleveren.
· 2.1.10. Opbouw en beheer grootschalig referentiebestand (GRB)
Het GRB is een digitale basiskaart van Vlaanderen die in de loop van 2015 gebiedsdekkend zou moeten zijn. Dit GRB bevat grootschalige gegevens van o.a. gebouwen, percelen, wegen, waterlopen,….Vele besturen zijn nu al GRB-meldingsplichting. Zij moeten alle terreinmutaties en fouten doorgeven aan het AGIV. Tegen 2013 zullen alle skeletbestanden voor heel Vlaanderen beschikbaar zijn. Hierdoor worden de eerste toepassingen met GRB mogelijk.
· 2.1.12. Ontwikkeling generiek informatieplatform Openbaar domein (GIPOD)
Vlaanderen zal een platform ontwikkelen om informatie bij hinder op het openbare domein, zoals nuts- en wegenwerken, manifestaties en omleidingen uit te wisselen. De ontwikkelingsfase en de integratiefase is voorzien voor 2011, de implementatie in 2012.
2.2. Een efficiënte intrabestuurlijke dienstverlening uitbouwen
Om efficiënt gegevens uit te wisselen is een geschikte data-infrastructuur nodig. Vlaanderen heeft de INSPIRE-richtlijnen omgezet in Vlaamse wetgeving en heeft zo de uitbouw van een Geografische Data Infrastructuur voor Vlaanderen voorzien.
· 2.2.1. De uitbouw van GDI als een geografische kruispuntbank:
Dit is vooral van belang wanneer besturen ook geografische gegevens aanleveren aan GDI-Vlaanderen. De gegevens moeten opgebouwd zijn volgens standaarden vastgelegd door INSPIRE en aangevuld zijn met de nodige metadata. Hieronder vallen o.a. adressen, (water)wegen , rioleringen, gemeentelijke bestemmingsplannen zoals RUP’S, APA’s en BPA’s, …
2.3. Een efficiënte interbestuurlijke dienstverlening uitbouwen
En hier komen bij de hoofdbrok. Dit zijn de doelstellingen waarbij lokale besturen de volgende jaren de lokale besturen hun handen vol zullen hebben. Zij zijn of zullen verantwoordelijk worden voor de aanmaak, volledigheid en de juistheid van die elementen waarvan zij zelf de gegevens beheren. Een aantal van deze projecten zijn al genoemd omdat de technische omkadering nog gebouwd moet worden. Ze worden hier nog eens vermeld omdat de bijhouding en het beheer van de gegevens zelf vooral de taak zal worden van de lokale besturen.
· Bijhouding door de gemeenten van een centraal referentie adressen bestand (CRAB).
Vanaf midden 2011 treedt het CRAB-decreet in werking, waardoor alle nieuwe adressen alleen nog door het lokale bestuur mogen worden toegekend. Elk adres moet ook geografisch gelocaliseerd worden en gekoppeld worden aan een perceel, een gebouw of een kunstwerk. De gemeenten zullen 4 jaar de tijd krijgen om de bijhouding te organiseren. CRAB wordt in 2011 ook een authentieke bron. Dit betekent dat dit de enige bron wordt voor adresgegevens en dat alle (Vlaamse) overheden hiervan gebruik zullen moeten maken. Meldingen van fouten of onvolledigheden zullen aan de lokale besturen overgemaakt worden.
· Aanmaak en beheer van een gebouwenregister.
Vanuit de Vlaamse administratie wil men alle informatie over gebouwen op het Vlaamse grondgebied gaan verzamelen in één gebouwenregister. De bijhouding hiervan zal decentraal gebeuren. Omdat lokale besturen de bouwvergunningen toekennen, zullen zij vermoedelijk de decentrale beheerder worden. Het AGIV heeft net een inventarisatieronde van de behoeften afgerond.
· Aanmaak en beheer middenschalig wegenbestand (MRB-wegen).
Er wordt onderzocht in welke mate er op basis van weginformatie ingezameld door o.m. het NGI, het AGIV, het Departement MOW en het Agentschap Wegen en verkeer een officieel wegenbestand kan opgezet worden. Ook straatnamen zijn daarbij van belang en er zal een koppeling met het CRAB voorzien moeten worden. Ook lokale besturen hebben wegen in eigen beheer. Op bestaande wegenkaarten wordt weinig of geen aandacht besteedt aan trage wegen. De informatie is voor vele besturen toch zeer nuttig.
· Bijhouding grootschalig referentiebestand (GRB).
Van zodra een lokaal bestuur GRB-meldingsplichtig is, moet zij fouten, onvolledigheden en andere anomalieën doorgeven aan het AGIV. Vermoedelijk zal in 2015 GRB voor heel Vlaanderen gebiedsdekkend zijn.
Gevolgen
De volgende jaren zal geo-informatie steeds belangrijker worden voor lokale besturen. Soms zal er van hogerhand een geo-portaal voorzien worden, zodat de uitwisseling van gegevens via het internet mogelijk wordt. Voor de grotere taken worden gesprekken met de belangrijkste leveranciers van gemeentelijke software opgestart, zodat zij oplossingen kunnen integreren in hun eigen toepassingen.
Een geografisch Informatiesysteem of GIS kan in vele gevallen helpen om intern gegevens beter te beheren. Maar een technische oplossing alleen is niet voldoende. Elk bestuur moet ook de iemand hebben die de gegevens zelf beheert, die weet welke gegevens men moet bijhouden, waar men de gegevens haalt, hoe men gegevens met mekaar kan verbinden om extra kennis te vergaren en vooral hoe men mensen moet laten samenwerken. Alle projecten die hier opgesomd staan, gaan om uitwisseling van gegevens en samenwerking, tussen besturen, overheden en vooral mensen. En dat is net de taak van een GIS-coördinator. Deze functie zal de volgende jaren onontbeerlijk worden voor het uitvoeren van de taken die hierboven genoemd werden. Hoe deze functie ingevuld wordt zal natuurlijk afhangen van de draagkracht van de gemeente. Kleinere gemeenten kunnen eventueel kiezen om samen een GIS-coördinator te delen.
Investeren in GIS en meewerken aan deze projecten betekent niet alleen kommer en kwel voor lokale besturen, maar zal ook heel wat voordelen opleveren. Een actueel adressenbestand, een degelijke grootschalige basiskaart, een geografische kruispuntbank, …. zal een bestuur in staat stellen om zijn dienstverlening naar burgers, bedrijven en andere overheden te verbeteren
Enkele concrete voorbeelden:
- Hulpdiensten zoals de brandweer zullen sneller ter plaatse kunnen zijn, dankzij juiste adresinformatie.
- Alle bedrijven binnen de gemeenten worden overzichtelijk op kaart voorgesteld. De informatie van de bedrijven kan makkelijk opgevraagd worden (VKBO-geo-gui)
- Door een koppeling met de bevolkingsgevens kan men een overzicht krijgen waar zich de meeste senioren binnen de gemeente bevinden en of er voldoende zorgvoorzieningen voorhanden zijn, zoals huisarten en apothekers. Ook kan men nagaan of de inplanting van een nieuw zorgcentrum kort genoeg bij het doelpubliek ligt.
- Het afhandelen van aanvragen voor stedenbouwkundige en milieuvergunningen en –attesten zal sneller kunnen gebeuren, omdat de informatie digitaal beschikbaar is.