Gemeenten blijven saneringsplichtig bij vervuiling openbaar domein
(22.01.2007)
Bij de verontreiniging van het openbaar domein kunnen gemeenten geen ‘onschuldig bezit’ pleiten. Dat staat in het nieuwe bodemdecreet dat het Vlaams Parlement eind 2006 goedkeurde.
(Decreet 20.10.2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, B.S., 22.01.2007 Inforum 216113)
Als de verontreiniging gebeurde nadat je eigenaar van de grond werd, dan zal het voortaan onmogelijk om "onschuldig bezit" te pleiten.(was totnogtoe interpretatietwist) Zo zal een gemeente altijd saneringsplichtig zijn voor verontreiniging op haar openbaar domein, bv. bij een verkeersongeval op een gemeenteweg. Maar die regel geldt evengoed wanneer bv. een tankwagen die in iemands voortuin omkantelt. Je kunt dan natuurlijk wel de aansprakelijke aanspreken, maar tijdens die zoektocht of die rechtzaak moet je wel beginnen saneren.
Gemeenten mogen niet automatisch saneringsplichtig zijn bij verontreiniging van haar openbaar domein, vindt de VVSG. Het moet mogelijk blijven om te bewijzen dat je helemaal niets met de verontreiniging te maken hebt, ook als de verontreiniging is gebeurd nadat je eigenaar van de grond werd. Bovendien heeft de gemeente heeft geen vat op haar publiek toegankelijk openbaar domein zoals een particulier eigenaar op zijn perceel. Het gaat dan ook niet op om publiek toegankelijk openbaar domein op dezelfde voet te behandelen als privé-percelen.
Opvallend is ook de bevoegdheidsverdeling bij acute bodemverontreiniging (art. 75): zo beslist de OVAM bij saneringen op gemeentewegen en de burgemeester op provincie- en gewestwegen.
Tenslotte is volgens de VVSG het hoofdstuk waterbodemsanering ondoordacht; het sluit niet aan bij de lopende planprocessen.De VVSG vindt dat waterbodemsanering geen automatisme mag zijn volgend uit de ernst van de verontreiniging (art. 130). De noodzaak aan sanering moet bekeken worden in overleg tussen de Vlaamse overheid en de waterbeheerder, in het licht van de globale prioriteiten van de overheden in het waterbeleid. Zo is het logisch dat een hogere prioriteit wordt gegeven aan het wegwerken van lozingspunten, bv. door de aanleg van rioleringen. Ook moet bv. het ruimen van waterlopen die overstromingen veroorzaken door slibophoping, een hogere prioriteit krijgen.
De VVSG heeft deze opmerkingen gegeven in de hoorzitting over het decreetsvoorstel (ons standpunt, onze powerpoint-presentatie en het verslag van de hoorzitting). Het parlement wijzigde de tekst op deze punten niet meer.
Gemeenten zijn saneringsplichtig bij verontreiniging openbaar domein, zegt OVAM
Wanneer de bodem van gemeentelijk openbaar domein (bv. een gemeenteweg) verontreinigd wordt, is het de gemeente die in de eerste plaats moet opdraaien voor de sanering, ook al heeft de gemeente niets te maken met die vervuiling.Dat vindt althans de OVAM in verschillende concrete dossiers (o.a. in Brugge en Tongeren).
Tot dezelfde conclusie kwam de OVAM in dossiers waarbij een bedrijf (bv. een droogkuis) vervuilende stoffen loosde in een mogelijks lekkende riool; in een van de laatste gevallen heeft de OVAM haar beslissing ingetrokken om de feitelijke achtergrond opnieuw te onderzoeken.
Het bodemsaneringsdecreet wijst namelijk de eigenaar van de grond aan als "saneringsplichtige", ook al is deze niet de vervuiler. Het decreet gaat er namelijk van uit dat de eigenaar de vervuiler kent, als hij al niet de vervuiling zelf heeft veroorzaakt of toegestaan.
Er bestaat hierop een uitzondering, de zgn. 'onschuldig bezitter', maar die kan de gemeente niet helpen: die regel zou alleen gelden voor bodem die al verontreinigd was vooraleer de gemeente er eigenaar van werd…
De gemeente kan weliswaar de kosten terugvorderen van degene die de vervuiling veroorzaakte, maar moet wel zelf de bodemonderzoeken voeren en de sanering tot een goed einde brengen, met het risico dat de aansprakelijke niet kan betalen of niet meer te vinden is.
Ter vergelijking: in een dergelijke zaak is het ook mogelijk dat, naast de gemeente als eigenaar van de weg, ook een onfortuinlijke eigenaar van een voortuintje saneringsplichtig wordt gesteld.
Ook kan het gebeuren dat een gemeente moet opdraaien voor de verwerkingskosten van achtergelaten afval louter en alleen omdat ze noodmaatregelen nam. Dat ervoer Hoogstraten toen ze "als overtreder van de afvalstoffenreglementering" werd aangewezen louter en alleen omdat de brandweer maatregelen had genomen rond achtergelaten gevaarlijk afval; deze beslissing heeft OVAM intussen ingetrokken.
Meer info over deze concrete dossiers vindt u in ons eerder standpunt hierover, of in het artikel "Hoezo, de vervuiler betaalt?"(Lokaal, 2005 nr. 19, 01.11.2005).
Zijn er nog gemeenten die saneringsplichtig werden gesteld in gelijkaardige gevallen? Laat het a.u.b. weten aan Steven Verbanck tel. 02-2115612.