Propere straten met man en macht
Analyse gemeentelijk netheidsbeleid
Gemeenten zetten alle hens aan dek om de straten schoon te houden. Hoe verschillend ze dit doen, blijkt uit een VVSG-enquête. Maar hoeveel geld gemeenten exact besteden aan de netheid van hun grondgebied is niet duidelijk.
Eind 2007 enquêteerde de VVSG de gemeenten over de personele en machinale inzet bij het vegen van het openbare domein. Ook het veegafvalbeheer en de kosten hiervoor kwamen aan bod. 82 gemeenten beantwoordden de vragen van de VVSG. Een grote diversiteit in de gegevens viel ons onmiddellijk op. In dit artikel lichten we de resultaten van de enquête toe en formuleren we enkele aandachtpunten voor de lokale besturen.
45 jaar en gesco
Twee op de drie gemeenten heeft gemeentelijk personeel in dienst om manueel of machinaal te vegen. De helft van de gemeenten heeft zowel machinaal als manueel veegpersoneel dat de straten net houdt.
De gemiddelde Vlaamse gemeentelijke veger, voor zover deze bestaat tenminste, is 45 jaar oud. Eén op twee vegers valt onder een tewerkstellingsmaatregel van de Vlaamse of federale overheid, vooral het gesco-statuut.
Slechts enkele gemeenten hebben geen eigen veegpersoneel in dienst en besteden geen veegwerken uit. Dit zijn kleinere, landelijke gemeenten. Eén op drie gemeenten besteedt veegactiviteiten uit. Dat gaat van een opdracht bij defect van een eigen veegmachine tot het uitbesteden van bijna alle veegactiviteiten die op regelmatige basis gebeuren. De bestede bedragen liggen dan ook ver uiteen: van 100 euro tot 190.000 euro per jaar.
Veegmachines in opmars
Bij zeventig procent van de gemeenten veegt ten minste één machine de openbare weg.
Wellicht zullen er de volgende jaren nog meer veegmachines in het straatbeeld verschijnen. De Vlaamse overheid verleent sinds 2007 immers subsidies aan gemeenten die een veegmachine aankopen. Deze subsidie bedraagt vijftig procent van het aankoopbedrag exclusief btw.
Hoewel twee op drie gemeenten een veegmachine bezitten, meldt maar de helft van de gemeenten aparte hoeveelheden machinaal veegvuil. Hierbij houden we dan nog geen rekening met het machinale veegvuil van uitbestede activiteiten. Deze hoeveelheden werden vaak niet opgegeven.
Voor het manueel ingezamelde veegvuil zijn de verschillen nog groter. Twee op drie gemeenten vegen de straten manueel, slechts één op vier beschikt over aparte gegevens over hoeveelheden manueel ingezameld veegvuil. Deze hoeveelheden zitten wellicht in het huishoudelijk restafval of bedrijfsafval van de gemeente. De brandbare fracties worden immers samen verwerkt. Voor alle duidelijkheid, gemeenten zijn niet verplicht om het veegvuil apart te registreren. Zowel het machinale als het manuele veegvuil valt onder de noemer gemeentevuil (zie kader).
Prijzen voor afvoer en verwerking van het machinale veegvuil variëren enorm. Van 36 tot 157 euro per ton. Twee van de drie gemeenten die machinaal vegen, ontwateren het veegvuil.
Opvolging prestaties en kosten moeilijk
De meeste gemeenten hebben geen volledig zicht op de kosten voor het veegbeleid. Slechts enkele gemeenten bezorgden vrij gedetailleerde informatie aan de VVSG. Vooral wanneer ze bedragen uit de gemeentelijke boekhouding moeten halen, is de respons onvolledig. Dit wijst op een oud zeer. Gemeenten hebben geen analytische boekhouding. Het veegbeleid zit binnen de gemeentelijke begroting en jaarrekeningen verspreid over veel functionele en economische codes. Dit maakt het moeilijk om snel financiële informatie over een bepaald beleidsdomein of een bepaalde activiteit binnen een beleidsdomein te verzamelen. Zo zitten de personeelskosten die verband houden met het veegbeleid vaak onder één grote noemer ‘personeelskosten’. Hetzelfde geldt voor de aankoop van materiaal en materieel. Het globale aankoopbedrag voor een veegwagen bijvoorbeeld komt maar één keer in de gemeentelijke begroting voor. De gemeentelijke boekhouding werkt niet met afschrijftermijnen, zodat je geen jaarkosten uit de boekhouding kunt puren.
Het is dus een zeer moeilijke en tijdrovende opgave om alle individuele kostenposten voor het veegbeleid op te tellen. Men is bijna verplicht om ter plaatse bij de gemeente de jaarrekeningen en begrotingen tot op detailniveau uit te pluizen.
Eén op drie gemeenten besteedt veegactiviteiten (deels) uit. Vaak gaat het hier om machinaal vegen van straten, stoepen en fietspaden, [cursief]gecombineerd met andere activiteiten[einde cursief] zoals machinaal onkruid verwijderen, greppels reinigen, afboorden en andere onderhoudstaken aan het openbaar domein. Meestal gebeurt er een globale uitbesteding voor alle onderhoudsactiviteiten, waardoor de kosten niet kunnen worden toegewezen aan een specifieke activiteit. Zelfs wanneer de gemeente veegactiviteiten uitbesteedt, betalen ze dikwijls een forfaitaire prijs voor het vegen en de afvoer en verwerking van het veegvuil. In dit geval beschikt de gemeente meestal niet over een aparte transport- en verwerkingsprijs voor het veegvuil. Soms worden veegvuilhoeveelheden van uitbestede werken niet aan de gemeente gemeld.
Vegen straft gemeenten
De gemeente moet jaarlijks de hoeveelheden veegvuil melden aan de Vlaamse overheid (Ovam). Deze cijfers tellen mee voor de bepaling van de hoeveelheid huishoudelijk restafval. Gemeenten met een intens veegbeleid zullen daardoor een hoger restafvalcijfer hebben dan gemeenten die niet of weinig vegen. Dit is een dilemma. De Vlaamse overheid beoordeelt de gemeenten voor de samenwerkingsovereenkomst aan de hand van de 180 kilogramnorm voor restafval per inwoner. Wanneer de gemeente deze norm overschrijdt, kan ze haar subsidie verliezen. De VVSG pleit voor een aparte beoordeling van de restafvalcijfers voor de gemeentebesturen die de samenwerkingsovereenkomst ondertekenen. Het straat- en veegvuil mag niet meetellen voor de evaluatie van de restafvalnorm.
Netheid is meer dan zwerfvuil ruimen
Is de omgeving proper als er geen zwerfvuil rondslingert? Neen, natuurlijk niet. Zwerfvuil is maar een onderdeel van wat mensen ervaren als de globale netheid van de openbare ruimte. Mensen voelen een omgeving als proper aan als ook het groen en het straatmeubilair mooi onderhouden zijn en het onkruid gewied is. Ook losliggende stoeptegels, hondenpoep, urinegeur van wildplassers of vuile verkeersborden zijn vaak een bron van frustratie. Enkele gemeenten experimenteren momenteel met een netheidsbarometer voor de bepaling van een algemeen netheidsbeeld (zie kader).
In eerste instantie komen we iets te weten over de netheid van de straat aan de hand van het aantal kilogram veegvuil dat de gemeente inzamelt. Dit zegt natuurlijk niets over het algemene beeld van de omgeving.
Activiteitsgericht of gebiedsgericht
Bij gebiedsgericht onderhoud voert een arbeider of een groep arbeiders de verschillende onderhoudstaken op het openbare domein uit: vegen, vuilnisbakjes leegmaken, kleine sluikstorten opruimen, onkruidbeheer, groenonderhoud, reparatie en onderhoud van straatmeubilair… Gebiedsgericht onderhoud verhoogt de betrokkenheid van arbeiders bij hun werk, omdat ze zelf verantwoordelijk zijn voor de netheid van een deel van het openbare domein. Ze kunnen dan terecht trots zijn op ‘hun’ gebied. Bij kleinere gemeenten is gebiedsgericht werken een logisch gevolg van de omstandigheden. Ook bij middelgrote en grote gemeenten is er echter een trend om gebiedsgericht te werken, bijvoorbeeld per wijk.
Aandachtspunten
Een analyse van de kosten van het veegbeleid bij de gemeenten is geen sinecure. Voor een gedetailleerd inzicht is diepgaander onderzoek aangewezen. Eerst en vooral is een gedetailleerde schatting nodig van alle kostenposten. Hierbij denken we automatisch aan personeels- en materieelkosten en aan de kosten voor het afvoeren en verwerken van het veegvuil. Daarnaast zijn er ook nog overheadkosten voor onder meer de administratieve verplichtingen, huisvesting en opleiding voor de arbeiders en verzekeringskosten. En dan hebben we het nog niet over de intensieve communicatie-, sensibiliserings- en handhavingsacties die van gemeenten verwacht worden.
De ontwikkeling van een instrument dat lokale besturen helpt hun kosten in kaart te brengen, zou nuttig zijn. Gemeenten die de veegwerken uitbesteden, kunnen wel al een beeld van de kosten krijgen door dit als een apart perceel te definiëren in het bestek. Eenheidsprijzen, bijvoorbeeld per kilometer geveegde weg, maken het makkelijker om prijsoffertes te vergelijken en een beter inzicht te krijgen in de verhouding tussen de prijs en de prestaties van verschillende aannemers.
VVSG-contact: Piet Coopman
Dit artikel verscheen in het elfde nummer van het VVSG-tijdschrift Lokaal van 2008