Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Vonnis rechtbank: lokale politieambtenaren recht op ‘Copernicuspremie’
Machtigingen beherenMachtigingen beheren

Volgens een vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel  van 28 september 2010 heeft het operationeel kader van de lokale en federale politie ook recht op de zogenaamde “Copernicuspremie” (=dubbel vakantiegeld als gevolg van de Copernicushervoming van de federale overheid). De federale overheid heeft in 2002 beslist de “Copernicuspremie” toe te kennen aan het burgerpersoneel van de lokale en federale politie en niet aan het operationeel kader. De niet-representatieve politievakbond Sypol vond dit een discriminatie voor het operationeel personeel en 1886 politieambtenaren stapten – met ondersteuning van SYPOL - naar de burgerlijke rechter. De rechtbank gaf de 1886 eisers eind september 2010 gelijk en veroordeelde de federale overheid tot het betalen van de “Copernicuspremie” voor de jaren 2002 tot 2007 (vermeerderd met de bijhorende verwijlintresten). De “Copernicuspremie” bedraagt 92% van 1/12 van het jaarlijkse brutoloon (gemiddeld ongeveer 10.000 euro per politieambtenaar). Alhoewel het vonnis in principe enkel geldt voor de politieambtenaren die naar de rechter zijn gestapt, is het duidelijk dat alle politieambtenaren de premie kunnen eisen.
Volgens een berekening van het kabinet Binnenlandse Zaken betekent dit een bijkomende kost van in totaal  394 miljoen euro. Ongeveer 131 miljoen euro voor de federale politie (ongeveer 9500 politieambtenaren) en 263 miljoen euro voor de lokale politie (ongeveer 28000). De federale overheid kan evenwel nog beroep aantekenen tegen het vonnis. Een beroepsprocedure schorst de uitvoering van het vonnis op.

 

Wat zijn de gevolgen van dit vonnis voor de lokale politiezones?
Het kernkabinet heeft op 8 oktober het vonnis besproken en volgend standpunt ingenomen:
*   de regering vraagt een ‘second opinion’ over het vonnis aan een advocatenbureau;
*   de berekeningen over de totale kostprijs moeten verfijnd worden en de mogelijkheid om een reservefonds aan te leggen moet onderzocht worden;
*   als ontslagnemende regering kan ze niet  beslissen over het betalen van ongeveer 400 miljoen;
*   de regering zal in beroep gaan zodra het vonnis betekend wordt door de tegenpartij (wat tot op heden niet gebeurd is) omdat ze als ontslagnemende regering de rechten van de nieuwe regering wil vrijwaren.
In de kamercommissie Binnenlandse Zaken van 5 oktober schuift de minister van Binnenlandse Zaken Turtelboom in haar antwoord op een parlementaire vraag  de factuur van 263 miljoen euro door naar de lokale politiezones : “Zoals ik hier al meermaals heb geantwoord, valt de verhoging van dergelijke premies ten laste van de respectievelijke werkgevers, met andere woorden de Staat voor de federale politie en de lokale besturen voor de politiezones.

Standpunt VVSG

De raad van bestuur van de VVSG is het absoluut niet eens met het standpunt van de minister. De VVSG is van oordeel dat de lokale politiezones niet gebonden zijn door dit vonnis. De rechtbank heeft duidelijk de federale overheid veroordeeld tot het betalen van de ‘Copernicuspremie’. De VVSG stelt vast dat federale overheid onderhandelt met de vakbonden en verantwoordelijk is voor het politiestatuut maar het kostenplaatje steeds doorschuift naar de lokale politiezones en de gemeenten. De federale overheid moet dan ook de kosten dragen. De VVSG heeft haar standpunt toegelicht op een vergadering met het kabinet van Binnenlandse Zaken op 11 oktober. Samen met onze Waalse zusterorganisatie UVCW heeft de VVSG ook hierover een brief geschreven naar de minister van Binnenlandse Zaken. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Parlementaire vragen over de Copernicuspremie

Gezamenlijk actie Copernicuspremie: 110 politiezones aangesloten

In het kader van de dagvaardingen over de Copernicuspremie besliste de VVSG eind december 2010 om een gezamenlijke actie te coördineren waarbij de zones een beroep kunnen doen op het advocatennetwerk Alinea voor de verdediging van hun belangen. De coördinatie van het dossier kan zorgen voor een gemeenschappelijk standpunt, de nodige deskundigheid, grotere efficiëntie en kostendeling. Momenteel hebben 110 zones hebben aangesloten bij deze gezamenlijke actie. Zeven zones/gemeenten hebben een eigen advocaat; voor vier zones beschikken we niet over informatie (veelal omdat zij nog geen dagvaardingen ontvingen). Op de informatievergaderingen van 2 en 16 februari hebben de aangestelde advocaten een stand van zaken geschetst. Zo is de eerste reeks dagvaardingen (ACOD) naar de rol verwezen: voorlopig gebeurt daar niets mee tot één van de procespartijen een initiatief neemt. De tweede reeks dagvaardingen (ACV) zijn niet naar de rol verwezen: hier zijn conclusietermijnen vastgelegd voor eind april. De aangestelde advocaten bezorgen de zones die zich hebben aangesloten bij het gezamenlijke VVSG-initiatief, tegen 4 april een ontwerp van conclusie. Op 7 april organiseren we een nieuwe informatievergadering voor de aangesloten zones. De zones kunnen dan hun opmerkingen en suggesties over de ontwerpconclusies overmaken aan de aangestelde advocaten. Een uitnodiging volgt nog. Daarnaast heeft de federale overheid beslist in beroep te gaan tegen het vonnis van september 2010 waarbij zij werd veroordeeld tot het betalen van de Copernicuspremie. Het is ook goed om weten dat tegen het KB van 29 april 2009 – dat nu de Copernicuspremie voor de politie regelt – een vernietigingsberoep is ingediend bij de Raad van State. Het spreekt voor zich dat de uitspraak hierover niet zonder belang is voor de huidige procedures. Meer info: koen.vanheddeghem@vvsg.be, T 02-211 56 05.

 

Meer informatie: VVSG-nota over de Copernicuspremie en koen.vanheddeghem@vvsg.be en tom.deschepper@vvsg.be

 

Bijlagen: