Navigatiekoppelingen overslaan
werking & organisatie
sociaal beleid
welzijnsvoorzieningen
vrijetijdsbeleid
Economie & Werk
omgeving
veiligheid
internationaal
onderwijs
  
VVSG
Zoeken

Gemeentefonds blijft voorlopig onveranderd

Het Gemeentefonds zal de eerstkomende jaren niet grondig worden aangepast. De middelen ontbreken immers om te vermijden dat bij een herverdeling gemeenten zouden moeten inleveren. Die boodschap gaf minister Bourgeois op zijn Ronde van Vlaanderen voor lokale besturen.

In een Vlaamse begroting waarin sterk wordt gesnoeid, is het al een hele prestatie dat de groei van het Gemeentefonds met 3,5% per jaar overeind is gebleven. Ondanks de grote nood aan een grondige herfinanciering van de lokale besturen, moeten we ook de komende jaren niet rekenen op meer. Minister van Binnenlands Bestuur Geert Bourgeois was hierover zeer duidelijk bij zijn recente Ronde van Vlaanderen voor lokale besturen.

Dat betekent meteen ook dat een grondige hervorming om bepaalde scheeftrekkingen recht te zetten, uitgesloten is. De minister beseft immers dat het Gemeentefonds herverdelen alleen kan met bijkomende middelen, zodat geen enkel bestuur moet inleveren. Hij wil die hervorming deze bestuursperiode wel voorbereiden en eventueel ook laten goedkeuren in het Vlaamse Parlement, maar voor de uitvoering op het terrein is het wachten op meer budget. Intussen zouden kleinere aanpassingen wel mogelijk zijn. Concreet denkt Bourgeois aan een uitvlakking van het effect van het aantal geboorten in kansarme gezinnen over verschillende jaren, zodat al te grote schommelingen van jaar tot jaar kunnen worden vermeden.

Eind januari maakte het Agentschap Binnenlands Bestuur ook de definitieve verdeling van het Gemeentefonds 2009 bekend. Die levert enkele interessante vaststellingen op. Het fonds groeide ook in 2009 met 3,5%, en door de lage inflatie bleef hiervan een reële stijging van 3,23% over, het hoogste cijfer in jaren. Sinds 2002 (het laatste jaar van het oude fonds) is het Gemeentefonds met 30% gestegen, of 12,63% in reële termen.

Uiteenlopende groei

Door de speling van de verdeelcriteria kunnen de groeicijfers per bestuur sterk uiteenlopen. De hoogste stijging sinds 2002 was voor enkele kleine landelijke gemeenten: Lo-Reninge (+109,1%), Zuienkerke (+104,2%), Alveringem (+97,25%), Herstappe (+91,5%) en Voeren (+84,1%). Er zijn ook vier gemeenten met een lager bedrag dan in 2002 (Aartselaar, Beveren, Koksijde en Zwijndrecht), maar dat heeft te maken met het feit dat ze volgens de Vlaamse overheid een te laag tarief hanteren voor de aanvullende personenbelasting. Daarnaast zijn er nog 17 gemeenten die in 2009 net hetzelfde bedrag ontvingen als in 2002. Bij een volledige toepassing van de verdeelcriteria zouden die minder moeten krijgen, maar de garantieregeling belet dat. Het aantal 0-groeiers neemt door de stijging van het Gemeentefonds elk jaar af. In 2008 waren er nog 27 besturen in dat geval en in 2007 ging het om 38 gemeenten.

In koopkracht (dus na aftrek van de inflatie) halen 233 Vlaamse gemeenten (75,6%) nu meer uit het Gemeentefonds dan in 2002. Er zijn dus ook 75 besturen die eigenlijk te maken hebben met een reële daling.

Grote verschillen per inwoner

Niet alleen de groeicijfers van het Gemeentefonds verschillen sterk per gemeente, ook de bedragen per inwoner. Gemiddeld krijgen de Vlaamse gemeenten ruim 307 euro per inwoner uit het Gemeentefonds. De hoogste bedragen zijn voor Gent en Antwerpen, met respectievelijk 1068 en 1048 euro per inwoner. Daarna volgen Brugge (489), Oostende (430) en Leuven (393).

De laagste bedragen gaan naar Sint-Martens-Latem (98 euro per inwoner), Zwijndrecht (101), De Pinte (104), Keerbergen (107) en Aartselaar (107).

OCMW

Een deel van het Gemeentefonds is voor het OCMW, maar om welk deel het gaat bepalen beide besturen in onderling overleg. Komen ze er niet uit of laten ze niets weten aan de Vlaamse overheid, dan krijgt het OCMW 8%. In 2009 kozen 213 besturen (69,2%) voor die 8%-regeling. In 53 gevallen kreeg het OCMW minder, met 23 keer zelfs helemaal niets voor het OCMW. Uiteraard kennen die besturen dan een hogere gemeentelijke dotatie ter financiering van de OCMW-werking.

Er zijn ook 42 gevallen waarin er meer dan 8% van het Gemeentefonds naar het OCMW gaat, met als hoogste aandelen de 50% in Holsbeek, de 46% in Zoersel en de 35% in Blankenberge.

Jan Leroy

Bijlagen: